Johannes de ziener

2005-10-21
  • Jaargang 49
  • nummer 20
Ds. C.T. de Groot, Zeewolde

‘Het is met bijbellezen als met iemand die elke dag dezelfde wandeling door hetzelfde bos maakt, het verveelt nooit. Telkens vallen je nieuwe dingen op!’, hoorde ik eens iemand zeggen.
De dominicaan Jan Nieuwenhuis ‘wandelde’ zijn leven lang door de geschriften van Johannes. Op hoge leeftijd heeft hij zijn inzichten aan het papier toevertrouwd. Het resultaat is een lijvige gids van bijna duizend bladzijden.
Met die gids in de hand wandelde ik door het evangelie, de brieven en de Openbaring van Johannes. Een boeiende en verrijkende tocht! In deze recensie beperk ik me tot wat hij schrijft over het evangelie volgens Johannes.

Stereobril
Volgens de kerkelijke traditie werkte de apostel Johannes in de gemeente van Efeze. Daar moet, naar het inzicht, van Nieuwenhuis, het evangelie van Johannes zijn ontstaan. Men wilde het gedachtegoed van Jezus niet verloren laten gaan! Maar de manier waarop een en ander verwoord is en de keuze van de onderwerpen wordt sterk bepaald door de omstandigheden waar de gemeente zich op dat moment bevond. Wie leest moet leren zien hoe de schrijver telkens als het ware twee dia’s over elkaar heen projecteert. ‘Er zijn in de tekst altijd twee niveaus aanwezig: de tijd van de aardse, historische Jezus èn de tijd van de jonge kerk en haar ervaringen. (...) De Johannes-tekst is niet alleen ‘biografie’ van Jezus, maar ook en daardoorheen autobiografie van de gemeente. (...) Het is telkens weer de aardse Jezus die in het verhaal spreekt en handelt. Maar in dat spreken en handelen weerkaatst de tijd van de kerk’ (p. 32). Het is theologie en geschiedenis ineen. Het evangelie kijkt naar de aardse Jezus vanuit de latere kerkelijke situatie. Wie wil ‘zien’ heeft daarom ‘een stereobril’ nodig! Deze manier van kijken heeft iets verrassends en verfrissends in zich.
Of het ook waar is, is een andere vraag. Bij Nieuwenhuis komt het evangelie uit de koker van de mens, ik mis bij hem de inspiratie die de schrijver(s) van de Geest hebben ontvangen.

Feit en werkelijkheid
In de visie van de auteur zijn, vanwege de stereobril, de feiten dus lang niet altijd ‘de feiten’. Een voorbeeld.
Wanneer Jezus aan het kruis hangt en roept ‘Ik heb zo’n dorst’, doopt men een spons in wijn, prikt die spons op een hysopstengel en brengt die naar Jezus’ mond (Johannes 13:29).
Nieuwenhuis legt uit: ‘Hysop was niet geëigend en sterk genoeg voor zo’n functie, maar Johannes en zijn gemeente denken aan de paasliturgie waarin hysop zo’n veelzeggende rol speelde: ‘Gij moet een bundel hysop nemen en deze dopen in het bloed dat ge in een schotel hebt opgevangen; dan moet gij het bloed uit de schaal uitstrijken over de beide deurposten en over de bovenbalk van de deur’, luidde het uittochtverhaal (Exodus 12:22; vgl. Hebreeën 9: 18-20). Wat bij dat kruis gebeurt in dit allerlaatste ogenblik, is niet alleen een beaming van het psalmgebed: ‘raak mij aan met hysop, ik zal rein en smettelozer zijn dan witte sneeuw (Psalm 51:9), maar meer nog de viering van het nieuw en voleindigde Pasen, dit is de definitieve en voltooide uittocht’ (p. 386). Wie ‘de stereobril’ die Jan Nieuwenhuis aanreikt opzet, zal volgens hem niet alleen gaan verstaan hoe de vroegchristelijke kerk werkelijk was, maar ook gaan zien hoe het met de kerk van vandaag is gesteld. ‘Het verhaal blijkt historisch te zijn in de beste zin des woords en nog steeds, ook vandaag, te gebeuren. Het is paradigmatisch oftewel model-matig voor wat kerkmensen meemaken. In die zin is het wis en waarachtig een ‘laatste’ evangelie.
Een evangelie van de huidige dag’ (p. 33). Misschien is het Johannesevangelie, als het om tekstkeuze voor de verkondiging gaat, daarom wel zo populair onder predikanten, dacht ik toen ik deze conclusie las.

Joods
Het evangelie volgens Johannes is, naar de idee van de auteur, ook een door en door Joods verhaal. Zowel de schrijver als de hoofdpersoon is Joods. Bovendien hebben veel gemeenteleden van Efeze Joodse wortels. Zij werden in de synagoge inde ban gedaan en herkennen zich in Jezus die het leven werd zuur gemaakt door een specifieke groep Joden. ‘Het boek van de Johannesgemeente is dus een diep-semitisch, godganselijk joods geschrift dat front maakt niet tegen het jodendom, maar tegen het judaïsme, de verwording van de Thora-religie tot een hiërarchisch verkoop en bewaarcentrum van de Eeuwige’ (p. 23). Bij de uitleg maakt de schrijver telkens opnieuw het joodse verstaanskader duidelijk.
Zijn kennis van de Joodse traditie leverde mij tal van eye-openers op.
Opnieuw een voorbeeld. Na zo’n vijfduizend mensen te eten te hebben gegeven, komt Jezus met zijn volksgenoten in gesprek over het manna dat in de woestijn uit de hemel regende (Joh.6). Nieuwenhuis citeert dan rabbi Meïr (ca. 150 n. Chr.). Hij ‘leerde dat de molens die het manna voor gestorven rechtvaardigen malen, in de derde hemel staan. In de tijd van de Messias zou dat manna weer uit de hemel op aarde vallen (Syrische Baruch 29,8) Want van de Messias verwachtte men dat hij opnieuw het manna zou laten neerdalen’. Zijn commentaar: ‘Omstreeks het eind van de eerste eeuw is er een kleine gemeente van gelovigen in Klein- Azië, die het aandurft openlijk te verkondigen dat die nieuwe tijd is aangebroken, dat de Messias is verschenen en dat dus het manna, het brood uit de hemel, opnieuw is neergedaald.
Wat men eeuwen en eeuwenlang had vermoed, gehoopt en verwacht, is gebeurd: het nieuwe manna is daar (p. 144).

Pijnpunt
Wat mij onder het lezen af en toe pijnlijk trof is dat de auteur Jezus niet als de eeuwige Zoon van God ziet. En daarmee is voor mij, die leeft en ademt in de reformatorische traditie, helaas het hart uit het evangelie gesneden. Een paar citaten: ‘Tussen Vader en Zoon is geen metafysische eenheid, maar een morele geestelijke eenheid. Jezus is de gevolmachtigde gezant van God; meer nog: Hij is Diens spiegelbeeld. Jezus is Gods gezicht. Hij is het exterieur van God. Hij heeft Zijn onzichtbaarheid kenbaar gemaakt.
Wie Hem ziet, ziet God. Het is heel onjoods en ook heel ‘onjohanneïsch’ te zeggen dat Jezus God is. Zo’n vereenzelviging tussen God en Jezus wordt door Johannes voortdurend vermeden.
God is Jezus’ bestaansgrond, nog meer: zijn identiteitsbewijs. God is zijn rechtvaardiging, niet zijn wezen.

Rijmwoorden
Telkens weer wordt in het boek benadrukt dat de dichter woorden laat rijmen.
Het ene woord roept het andere op; het ene verhaal klopt aan bij het andere of weerspiegelt een bijbels thema. De schrijver herschrijft de traditie.
‘In een doortrapte literaire techniek van drama en dialoog bouwt hij zijn scènes op. Hij is als een organist die op één toets drukt en daarmee een veelvoud van klanken aan zijn instrument ontlokt. En in die klanken echoot dan nog van alles mee uit de onafzienbare ruimte van verleden en de verre horizon van de toekomst’ (p. 30).
De jarenlange wandeling door hetzelfde bos heeft Nieuwenhuis gevoelig gemaakt voor zulke rijmwoorden.
Opnieuw een illustratie. In Johannes 18 wordt verhaald hoe Jezus, op weg naar de Olijfberg, de beek Kidron oversteekt. Die beek roept in de auteur het volgende ‘rijm’ wakker: ‘Over die beek trok David op zijn vlucht voor Absalom (2 Samuël 15:23); daarlangs zou volgens het visioen van Jeremia de verwoeste stad van JHWH worden hebouwd (Jeremia 31:40). De beek Kidron is dus een scheidsmuur tussen verleden en toekomst; aan de overkant is een ander nieuw land. Ze is echt grensrivier. Net zoals toen’ (p. 347). Zulke schriftverbanden bepalen je bij de rijkdom van het Woord!

Johannes de Ziener (geschriften voor de gemeente van nu; het Evangelie, de Brieven, de Openbaring), Jan Nieuwenhuis, Kok Kampen, ISBN 9043509167, 967 blz., € 54,90.

Geniet van het leven! Onder deze titel verscheen een bundel bijbelstudies over het boek Prediker. Een bijbelkring kan hier een heel seizoen mee vooruit en zich buigen over thema’s als: samen eerbiedig voor God; geniet van het leven!; de zonde en het leven. Het boekje geeft telkens in kort bestek veel informatie.
Kenmerkend zijn de verschillende verwerkingsvormen.
Er staan goede open vragen in, maar ook andere werkvormen als het bespreken van een case zoals die zich binnen een kerkelijke gemeente zou kunnen voordoen.
Geniet van het leven (Bijbelstudie Compact Prediker); Ds. Henk van den Berg en Wilma van der Jagt; De Vuurbaak; ISBN 9055603058; € 5,90; 59 blz. (CTdG)

Hosea
De bijzondere opdrachten die Hosea van de HERE kreeg boeien altijd weer.
Ds. H.J. Messelink herlas de profetie van Hosea met het oog op bijbelstudiegroepen.
Het resultaat is een boeiend beknopt commentaar. Tussendoor zijn soms nog aparte items opgenomen als ‘de baäldienst’ en ‘maten en gewichten’. Elk hoofdstuk eindigt met ‘tips voor voorstudie en bespreking’.
Deze zijn bedoeld voor de degene die de bijbelstudie leidt. Daarna volgen ‘punten voor de bespreking’, bedoeld om het groepsgesprek gaande te houden.
Hosea (een vreemde liefde); Ds. H.J. Messelink; De Vuurbaak; ISBN 9055602965; € 8,50; 75 blz. (CTdG)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief