Redding voor zondaars en zieken
2005-10-21
‘Wat mooi dat hij in het overzicht van de afstamming zo nadrukkelijk aandacht vraagt voor de scheve schaats, die belangrijke voorouders hebben gereden (Juda bij Tamar, David bij de vrouw van Uria). Matteüs heeft daar waarschijnlijk een antenne voor gehad; hij heeft zijn eigen uitverkiezing herkent: zo werkt de HEER dus.’- Jaargang 49
- nummer 20
Op die manier legt Kees Bos heel direct verband tussen wat Matteüs in eigen leven had ervaren en de accenten die hij vervolgens aan het evangelie meegaf (vergelijk Matteus 9:13, 12:7). En daarin proef je iets van de eigenheid van elk van de vier evangeliën. Evangelie in viervoud, zoals Versteeg het met één van zijn mooiste boekjes typeerde.
Verschillen
Andere verschillen vallen nog eerder op, zoals het verschil in lengte. Marcus is veruit de kortste, mist de hele geboortegeschiedenis en laat Jezus, vergeleken met de andere drie, een stuk minder aan het woord komen. Ook achtergrond en belichting kunnen verschillen.
Matteüs bijvoorbeeld refereert het vaakst aan het Oude Testament met de karakteristieke wending ‘opdat in vervulling ging...’ - waarschijnlijk vanwege zijn joodse lezers. En dan heeft ieder evangelie fragmenten, die je in geen van de andere aantreft. Zoals het prachtige gelijkenisje in Marcus 4 van de aarde die vanzelf vrucht voortbrengt.
Lijdensgeschiedenis
De andere kant treft me ook altijd weer: de evangelisten zijn zo eensgeestes. Ze schreven alle vier ‘het evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God’, om het met de kernachtige openingszin van Marcus te zeggen. Dezelfde eensgezindheid blijkt ook uit de inhoudsopgave van elk van de evangeliën. Want alle vier geven ze aan de lijdensgeschiedenis de meeste ruimte in hun vertelling.
Neem Marcus: de eerste acht hoofdstukken beslaan een periode van twee à drie jaar, waarin Jezus predikend en genezend rondtrok door Galilea. De tweede helft van het evangelie beschrijft niet meer dan een paar weken! En daarbinnen wijdt Marcus aan de laatste (lijdens) week in Jeruzalem zelfs zes van de dertien hoofstukken. Iemand noemde de evangeliën eens ‘een lijdensgeschiedenis met een uitvoerige inleiding’ en dat is mooi getypeerd. Daar ligt dus de onbestreden spits in de boodschap van de evangelisten. Precies zoals Paulus schreef in zijn brief, dat het hem ging om Jezus Christus, de gekruisigde (1 Corinthe 2:2). Of zoals Hans en Corrie de Vlieger het bezingen met een van de nieuwste Opwekkingsliederen ‘Dank U voor het kruis’ (615).
In kleur
Corrie Sonke benaderde het even anders en schetste de evangelisten als schilders, ieder werkend vanuit een eigen perspectief. Niet gek om ook zo eens tegen de evangeliën aan te ‘kijken‘.
Zodat je al lezend Jezus voor je ‘ziet’, in zijn bewogen aandacht voor de mensen.
Daarbij komt dat onze Heer zelf al zo beeldend kon spreken over vogels, bloemen, vissers, boeren en nog veel meer! Als Corrie zelf de kwast ter hand zou nemen, ging ze de evangeliën (abstract?) in vier kleuren uitbeelden, zo schreef ze. Met rood (bloed), geel (Heilige Geest, vuur), blauw (reinheid) en groen (genezing). We zullen zien...
Actie
Dan nog iets meer over de eerste twee evangeliën. Marcus valt met de deur in huis en begint direct met Jezus’ werkzame periode. Dat geeft het evangelie veel vaart. ‘Een beetje staccato-achtig. Er zit actie in’, schreef Kees Bos en dat las ik ook bij anderen. Tineke Plooij viel het op ‘dat sommige passages juist heel uitgebreid worden beschreven’. Dat is inderdaad opvallend bij Marcus.
Enerzijds de vaart en aan de andere kant veel gevoel voor details. Dat laatste is goed te zien in Marcus 5, met de genezing van een bezetene en de opwekking van het dochtertje van Jaïrus. Vergelijk dat maar eens met de beschrijving door Matteüs, die veel korter uitvalt (8:28:34 en 9:18-30).
‘Echt’
Bij Marcus valt ook op, dat Jezus zo snel op weerstanden stuit bij de geestelijke leiders van zijn tijd. Het gaat daarbij over zaken als vergeving, de invulling van de sabbat, vragen rond rein en onrein en in een latere fase thema’s als echtscheiding en opstanding. Bob Wielenga schreef dat dit soort kerkelijke discussies vaak zo onecht zijn. Onechtzo vul ik dan maar wat aan - omdat een mens in het oordeel over een ander zo vaak met een grote boog om eigen leven heenloopt (vergelijk Matteüs 7:1,2). Wat je ziet is dan ook dat Jezus zijn opponenten confronteert met eigen binnenkant en buitenkant (7:23), met de zeggingskracht van de Schrift en met de macht van God (12:24). En in eigen persoon trad Jezus de geestelijke leiders tegemoet als ‘een arts voor zieken’ (2:17) en ‘de Heer van de Sabbat’ (2:28).
Schriftgebruik
Bij alle verschillen met ‘toen en daar’ was in de reacties van de leesgroep te merken hoe deze gedeelten ons leven ‘hier en nu’ raken. Tineke herkende dat we in de gereformeerde wereld vaak ‘in de valkuil van tradities (zijn ge)vallen’.
Dat zit volgens haar dan vooral in ‘het redeneren over en analyseren van bijbelgedeelten, waarbij we de mensen
om wie het gaat uit het oog en misschien wel uit het hart verliezen.’ Bij Jezus gaat dat zo anders, want hij koppelde de wet aan de wetgever. Bob Wielenga schijft: ‘God bedoelde de wet ten leven en daarom mocht David een concrete regel overtreden (2:26). Zo kon hij God dienen. We houden de wet niet naar de letter maar naar haar bedoeling, die we uit het geheel van de bijbel moeten opmaken. Het blijft moeilijk natuurlijk, het schriftgebruik in de ethiek. Maar losse teksten over zondagsheiliging of homoseksualiteit zetten ons op het verkeerde been’.
Genezingen
Als laatste zou ik bij het ‘doe’-evangelie willen aanstippen, dat Jezus’ genezend werk zo indringend naar voren komtook in de confrontatie met het demonische (1:21-28; 3:11,12). Dat loopt door het hele evangelie heen tot op het laatst en dan ook voluit betrokken op zijn volgelingen (16:17). Corrie Meijer tekent daarbij aan: ‘Hoezo zou dit nu niet meer gelden? Ik denk dat dit altijd nog zou kunnen gelden, alleen hebben we zelf moeite om dit te geloven. We verschillen niet van de leerlingen die de boze geest niet uit konden drijven toen Jezus niet bij hen was’. Bob Wielenga herkent dat - ‘Marcus focust op het wonder en dat geeft te denken’ - maar heeft ook zijn aarzelingen:’ Vergeving van zonden is centraler dan genezing van ziekten, 2:5,17. De genezing levert geen verzet op - daar is iedereen wel voor te vinden; maar vergeving van zonden stuit op venijnige weerstand, allereerst van de leiders. En als de vergeving van zonden Jezus aan het kruis brengt, laat iedereen het afweten - ondanks de talloze wonderen. Je merkt het, ik blijf sceptisch. Hoewel het gereformeerde wantrouwen tegen wonderen bedenkelijk is, vind ik het evangelicale verlangen naar wonderen verdacht’.
Zonde als ziekte
Goed om op dit punt over te stappen naar het evangelie van de tollenaar. Wat is het toch dat je daar leest, dat Jezus kwam om zijn volk te bevrijden van hun zonde (1:21), maar dat het ook daar lange tijd gaat over bevrijding van ziekte en demonie. Zou het iets te maken hebben met de vloek, die in de zonde meekomt, zo dacht ik in de lijn van een preek, die ik onlangs van ds. Fijan hoorde.
De vloek als de verziekende werking van de zonde, de inktvlek in het tapijt, die je er niet meer uitkrijgt. Mensen als bezet gebied. Begint Jezus met zijn bevrijding aan deze vloekkant, waarin je de menselijke machteloosheid het scherpste voelt? De doemkant en niet de daadkant van de zonde. Dat zou onderstrepen dat Jezus’ genezingen niet alleen maar tékenen zijn van het gave leven dat komt. Maar ook al heuse bevrijding van mensen, die lijden onder de verziekende doorwerking van de zonde.
In hoofdstuk 8 van Matteüs vind je het prachtige vervullingscitaat uit Jesaja 53 midden tussen de genezingen. Dat zal geen toeval zijn. In het offensief tegen de zonde wordt ook de ziekte aangepakt.
En daarna volgt net als in Jesaja de bevrijding van de zonde als schuld.
Missionair
Ik had natuurlijk nog graag iets meer gedaan met dat licht over het Galilea van de heidenen (4:16) als een soort uitvalsbasis van heil naar de volken (8:11; 28:16-20). Of over de witte velden, die gelet op de uitgeputte, hulpeloze mensen haast meer diaconaal dan missionair zijn (9:36,37). Of over de hang naar gerechtigheid, die zo aansluit bij de profeten uit het Oude testament. Bijzonder dat evangelie door de ogen van een tollenaar.
Rooster
Lucas-Johannes (kopijdatum 19-10-05 - iets vervroegd!) Handelingen-Romeinen (kopijdatum 4-11-05) e-mail:
f.gerkema@solcon.nl
| De twaalf Apostelen Deze werken zijn gemaakt aan de hand van de middeleeuwse iconografie. Ik vond het mooi om te werken in een eeuwenoude traditie en te proberen de vorm om te zetten in een moderne stijl. De twaalf apostelen boeiden me omdat ze (oog)getuigen zijn geweest van Christus’ boodschap en bestaan. Ook is het werk bedoeld als een hommage aan ieder die voor zijn of haar mening en geloof durfde (en durft) uit te komen in een vijandige omgeving. Instellingen die geïnteresseerd zijn in de huur of aanschaf van deze serie kunnen contact opnemen met Reinier van den Berg via www.lookapainting.nl. Beeldend kunstenaar Reinier van den Berg woont en werkt in Groningen. Hij werd geboren in 1959 te Maastricht. In 1984 studeerde hij af aan de Academie Minerva te Groningen (afdeling schilderen). De schilderijen van beeldend kunstenaar Reinier van den Berg wekken bij eerste beschouwing een vrolijke stemming op. Alle werken kenmerken zich door eenvoud van compositie en een kleurrijke, forse penseelstreek. De vorm van de afbeelding bepaalt veelal de vorm van de rand. In die zin ontbreekt het hier dus aan een traditionele lijst, hetgeen een speels, origineel en sculpturaal effect geeft. Schilderkunst en beeldhouwkunst worden op die manier met elkaar verweven. De schilderijen van Reinier hebben een symbolische betekenis waarvan de inhoud mede door de titel kan worden verklaard. Zijn werk plaatst kanttekeningen bij religie, de consumptiemaatschappij en het leven zelf, zonder iemand de les te willen lezen. |