Doop door onderdompeling
2005-10-21
In De Wekker van 2 september schrijft drs. Miranda Renkema-Hoffman over de doop. Aan de orde komt ook de onderdompeling als wijze van doopsbediening.- Jaargang 49
- nummer 20
Renkema staat daar behoorlijk positief tegenover:
Het is opvallend dat in steeds meer, ook Christelijke Gereformeerde kerken, de doop door onderdompeling plaatsvindt. Op zich is dat helemaal niet zo bijzonder, want in ons doopformulier wordt nadrukkelijk zowel de mogelijkheid van onderdompeling als die van besprenging opengelaten.
Deze opvatting heeft oude papieren, want al in het oudste christelijke geschrift uit de tijd na de apostelen (de Didache) wordt vrijgelaten of er gedoopt wordt door onderdompeling of door het gieten van water over het hoofd. Ook voor Calvijn (om een hele sprong te maken) was het van geen belang of men bij de doop geheel wordt ondergedompeld en dat driemaal of eenmaal, of dat men slechts met water besprenkeld wordt. Dat moet ‘naar de verscheidenheid van de landstreken’ aan de kerken vrijstaan.
Het feit dat er in onze kerken vooral door besprenging wordt gedoopt heeft dan ook geen principiële maar vooral historische wortels. Was er ten tijde van het Nieuwe Testament en van de oude kerk sprake van een zendingssituatie, zodat de doop bijna altijd iemand betrof die als volwassene vanuit het jodendom of heidendom tot het christendom overging, toen steeds meer mensen al christen waren, werden er voornamelijk nog kinderen gedoopt en vanwege praktische redenen (zoals het klimaat en een kwetsbare gezondheid van de kleine kinderen) gebeurde dat steeds vaker door besprenging.
Als we dat op ons laten inwerken, moeten we zeggen dat de situatie in onze tijd natuurlijk wel veranderd is.
Ten eerste is er eigenlijk met onze luxe van verwarming en een meestal goede gezondheid geen echte noodzaak meer om te dopen door besprenging.
Je zou je dan ook kunnen afvragen of het niet iets moois zou hebben als de doop door onderdompeling weer terug zou komen. Temeer (en dat is nog belangrijker) omdat er nog iets veranderd is in onze tijd: Nederland is weer zendingsgebied geworden! En dat brengt met zich mee dat het niet meer alleen kinderen zijn die gedoopt worden. Eigenlijk is er bij ons een omgekeerde ontwikkeling te zien als die in de oude kerk.
Tot niet zo lang geleden werden voornamelijk kinderen van christelijke ouders gedoopt, nu nog slechts 16% van de Nederlanders kerkelijk is, komt het steeds meer voor dat volwassenen die als kind niet gedoopt zijn tot geloof komen, belijdenis doen en gedoopt willen worden.
En niet zelden wordt daarbij door hen de vraag gesteld of het ook mogelijk is om door onderdompeling gedoopt te worden. En daar is dan ook best iets moois over te zeggen. Iets van het radicale van het in Christus’ dood worden begraven en met Hem mogen opstaan in een nieuw leven, wordt zo wel heel duidelijk zichtbaar. Je ziet het water zich sluiten boven degene die er in onder is gegaan en je hoort het bruisen als degene die gedoopt is weer boven komt. Dat waar Paulus over schrijft in Romeinen 6, zie je eigenlijk voor je ogen gebeuren. Het is een heel indrukwekkend en bijzonder moment.
Vanwege de felheid waarmee de doop door onderdompeling soms verdedigd wordt, waarschuwt ze vervolgens wel om de aandacht voor het teken niet ten koste te laten gaan van die voor wat vroeger vaak genoemd werd ‘de betekende zaak’, datgene dus waar het teken naar verwijst:
Hoe komt het dat de gemeente dit zó mooi vindt? Zit daar alleen maar in dat men de symboliek van een doop door onderdompeling zoveel mooier vindt dan van een doop door besprenging?
Eigenlijk vind ik dat wat moeilijk te aanvaarden. De hele eredienst zit bijvoorbeeld vol met symboliek en allerlei zaken in de kerk hebben een verwijzende functie, maar daarvoor is vaak maar weinig oog.
Bovendien vind ik het wat moeilijk te aanvaarden gelet op de felheid waarmee een voorkeur voor het dopen door onderdompeling soms verdedigd wordt. Je hoort dan dingen zeggen als: ‘kijk, dit is nu zoals de Here Jezus het eigenlijk bedoeld heeft, dit is tenminste écht een afwassing van de zonde’.
Je zou je kunnen afvragen of er soms niet een beetje vergeten wordt dat de doop een teken is, van iets dat niet op dat moment gebeúrt door de doop. Wanneer Paulus in Rom. 6:4 zegt dat de gelovigen met Christus begraven zijn door de doop in de dood, bedoelt hij niet dat het begraven zijn pas door de doop tot stand komt. De bedoeling is dat de doop verbindt aan Christus, die niet alleen gestorven, maar zelfs begraven is. Zo Iaat de doop uitkomen dat in Christus radicale verlossing van de zonde is.
Ook het voor de zonde gestorven zijn van vers 2 wordt niet bewerkt door de doop.
M.H.T. Biewenga, Enschede