Getuigen van de Zoon van God

2005-11-18
  • Jaargang 49
  • nummer 22
‘U bent van beneden, ik van boven (Johannes 8:23). Met deze twee woorden (beneden/boven) kun je het hele christologische debat samenvatten.
Het is of het één of het ander. Hij was helemaal beneden, Jezus, onder ons, maar hij is van boven waar zijn oorsprong ligt. Ik denk dat hier de werkelijke scheidslijn loopt onder christenen. We kunnen geen voorganger laten preken in de kerken die hier niet de goede keuze heeft gemaakt.’

Bob Wielenga brengt ons daarmee in het hart van het vierde evangelie.
Midden in de discussies van toen, want ten diepste werd Jezus om deze zin gekruisigd. Maar ook in het hier en nu, want tot op vandaag is er eeuwig leven in zijn naam voor ieder die gelooft.

De stem van de Herder
De apostel Johannes schreef zijn evangelie vanuit een heel eigen invalshoek.
Je merkt het aan de selectie van de zeven wonderen, die Johannes aanvankelijk netjes nummert. Ook de thema’s en de taal zijn anders getint.
Het gaat over ‘leven en dood’, ‘licht en duister’, ‘waarheid en leugen’, ‘geloof en ongeloof’ en dat in een uitgesponnen verwoording, die we kennen vanuit de latere brieven van de apostel. En dat niet alleen als Johannes óver Jezus schrijft, maar ook als Jezus zélf aan het woord is.
Waarbij het lastig kan zijn om het punt te vinden waar de geliefde discipel het woord van de Heer overneemt (bijvoorbeeld in de dialoog met Nicodemus, Johannes 3). Soms zal het dus zo zijn dat de woorden van Johannes komen, terwijl het me tegelijkertijd niet moeilijk valt om in die woorden de stem van de Herder te herkennen!

Vanwaar
Ook in de opening van zijn evangelie komt Johannes met een eigen belichting van Jezus als ‘van boven’ geboren: ‘In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God’ (1:1). Dat loopt uit op ‘Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond’ (1:14). In het vervolg van het evangelie blijft het scharnieren om dit centrale punt. Zo hoor je Johannes de Doper getuigen: ‘Hij die uit de hemel komt en boven allen staat’ (3:31). Maar je leest ook hoe Natanaël zich verwondert over de Galilese achtergrond van de Messias (Nazareth, 1:46, vergelijk: 7:27,41,52). Anderen komen bij Jezus’ uitleg van het hemels brood niet verder dan dat Jezus de zoon van Jozef is (6:42). De spanningen lopen op en al snel valt de beschuldiging van godslastering (5:18; doorlopend in Johannes 7 en 8). En tot op het laatst overheerst ook in eigen kring het onbegrip rond de goddelijke komaf van de Heer (13:33,36; 14:5, 16:28-30).

Volbracht
Bijzonder trouwens hoe Jezus zélf zijn missie in één zin kan beschrijven. ‘Ik ben bij de Vader vandaan gegaan en naar de wereld gekomen, nu verlaat ik de wereld weer en ga ik terug naar de Vader’ (16:28). Met als hoogtepunt van die weg van vernedering en verhoging: ‘Het is volbracht’ - in het grieks maar één woord. Andries Mak schrijft: ‘We kunnen ons niet indenken wat dat voor hem heeft betekend.
Voor ons betekent het dat we definitief van de zonden bevrijd zijn.
Dat de weg naar de Vader voor ons open ligt’.

In alle openheid
Niet dat het geheimenis rond Jezus’ afkomst in de andere drie evangeliën onbeschreven blijft. Alleen al de geboortegeschiedenissen uit de evangeliën van Matteüs en Lucas getuigen daarvan. Maar ook later, als je bij de wonderen de vraag hoort ‘wie is toch deze?’ Of als Jezus zelf zegt ‘Ik ben (niet) gekomen om ...’ (Lucas 5:32; 19:10). Dan raakt ook dat zijn goddelijke komaf. Toch is het in de eerste drie evangeliën bedekter. Pas na de eerste lijdensaankondiging lees je in Marcus: ‘hij sprak hierover in alle openheid’ (8:32). Het is juist deze openheid, die het vierde evangelie vanaf het begin kenmerkt. Met direct al Johannes de Doper, die getuigt: ‘Zie het lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt (1:29,36). Gevolgd door de tempelreiniging en het veelbetekenende gesprek daarna, vreemd vroeg in het evangelie. Johannes is daarin echt anders dan de eerste drie.
Kees Bos schrijft: ‘Het door Johannes geschreven evangelie is meer een indrukwekkend geloofsgetuigenis dan een beschrijvend verhaal’. Vrijer inderdaad.
Van begin tot eind geschreven vanuit het volle licht van kruis en opstanding. Goed te rijmen ook met de regelmatig terugkerende kanttekening dat de leerlingen pas later de gebeurtenissen doorzagen (2:21,22, 12:16).

‘Ik ben’
Stralend vrijmoedig zijn ook de ‘Ik ben’-uitspraken van de Heer, die we alleen kennen vanuit het vierde evangelie.
Water, brood, licht, herder, wijnstok, weg, waarheid, leven, opstanding - Jezus geeft het en hij is het. Het roept de herinnering op aan het majesteitelijke ‘Ik ben die Ik ben’ bij Gods verlossing door de hand van Mozes. Het meest indrukwekkend vind ik altijd weer dat ‘Ik ben de opstanding en het leven’.
Himmelhoch jauchzend! Kerkelijke discussies verpieteren erbij. Bob Wielenga: ‘In 11:21-27 dat gesprekje tussen Jezus en Lazarus' zus Martha over het eeuwig leven. Nooit sterven, ook al gaan we dood. Waar hebben we het toch over gehad in de 60'er jaren naar aanleiding van Telders boek: een non-issue, echt zo'n onechte kerkelijke discussie! Maar het gelijk lag niet bij Telder en zijn medestanders, al zal ik Kamphuis en Wiskerke geen schoonheidsprijs geven voor hun verdediging van Zondag 22 uit de Heidelbergse Catechismus.’

Opdat u gelooft
Het geheel overziend vindt Tineke Plooij het Johannes-evangelie niet zo geschikt als traktaat in evangelisatieprojecten.
Het evangelie is haar daarvoor wat te ‘filosofisch’ - ‘wel mooi, maar ook niet altijd gemakkelijk te begrijpen’. De slothoofdstukken ervaart ze als heel anders, ‘ontroerend.
In deze hoofdstukken wordt de opstanding het meest persoonlijk beschreven van alle evangeliën’, zo schrijft ze. Hoe dat ook zij, Johannes schreef zijn evangelie met maar één doel. Zoals hij zelf aangeeft: ‘opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam’ (20:31).

Typisch Lucas
Ook Lucas heeft zijn eigenheid, zoals de grote aandacht voor het werk van de Heilige Geest (al direct in de eerste hoofdstukken 1:15,35,67,80; 2:25-27).
En verder beschrijft hij opvallend vaak dat Jezus ons voorgaat in gebed. Corrie Sonke merkte bij de vraag ‘Heer, leer ons bidden’ (11:1) op, dat je als mens zo geblokkeerd kunt zijn in je bidden vanwege gevoelens van verdriet of angst. Er zou best eens een boekje geschreven mogen worden over ‘de angst om te bidden’, zo is haar suggestie. Lucas schrijft ook vaker dan de anderen over rijk en arm (bijvoorbeeld Lucas 16) en over de vrouwen rondom Jezus. Al direct in de openingshoofdstukken, waar de mannen in de schaduw staan. Tineke merkte op, dat geloof en levenservaring niet garanderen dat je open bent voor wat God duidelijk wil maken in je leven. Dat zie je bij Zacharias. Maria reageert veel onbevangener op wat Gabriël haar vertelt. Tineke: ‘Het is eigenlijk heel herkenbaar: getekend door het leven kun je sceptischer worden over de mogelijkheid dat God daadwerkelijk in jouw leven zal ingrijpen.
Al ken ik ook mensen bij wie dat absoluut niet het geval is en die geloven met dezelfde overgave die ik bij Maria zie.’

Smal en vol
Anno 2005 is ook Lucas 13 prikkelend.
Bij de hufterige moordpartij van Pilatus of een ongeluk met de toren van Siloam zit je zomaar met je gedachten bij een zelfmoordaanslag in Bagdad of de aardbeving in Pakistan.
Wat schuld, mag je dan met Jezus’ reactie denken!
Even ontdekkend is de vraag naar de reddingsquota in datzelfde hoofdstuk.
Bob Wielenga reageerde als volgt: ‘In 13:23 dat knieperige woord: zijn er maar weinigen die worden gered? En dat er dan in de gereformeerde traditie tot op vandaag geantwoord wordt: inderdaad, maar weinigen! Jezus wijst die vraag gewoon van de hand: Doe jij maar je best om er bij te horen in de eeuwigheid.
Die anderen laten we aan Gods genade over, en die is ruim in de aanbieding ervan (13:29). En ook vers 27: weg met jullie rechtsverkrachters! In rechtshandhaving maken we onze verkiezing vast.’ Tineke zit op dezelfde lijn en verbindt heel mooi de smalle weg (Lucas 13) met de stegen uit de gelijkenis van een hoofdstuk verder: ‘Aan de ene kant is er de indringende oproep om alle moeite te doen om door de smalle deur naar binnen te gaan, aan de andere kant doet de bruidegom alle moeite om de feestzaal vol gasten te krijgen’.

NBV-taal
Dan nog iets over de vertaling. Tineke vond het NBV-taalgebruik in Lucas opvallender dan in Marcus en Matteüs.
Dat Gabriël ‘in Gods nabijheid’ verbleef, vond ze mooi vertaald. En ook als het gaat over het vruchtdragende zaad ‘dat zijn zij die met een goed en eerlijk hart naar het woord hebben geluisterd, het koesteren en door standvastigheid vrucht dragen’.
Zo zette ik ook mijn streepjes in de kantlijn bij ‘je naam door het slijk halen’ (6:22), ‘is het een verdienste’ (6:24) en ‘breken met eigen leven’ (14:26).

Rooster:
Handelingen-Romeinen (kopijdatum 18-11-05) 1 Korintiërs - Kolossenzen (kopijdatum 2-12-2005) e-mail: f.gerkema@solcon.nl

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief