Met Paulus de grens over

2005-12-02
  • Jaargang 49
  • nummer 23
Filippus tussen de Samaritanen en op de bank met een Ethiopiër. Petrus onder één dak met de heiden Cornelius.
Paulus evangeliserend in Turkije, Griekenland en Italië. Dat zie je allemaal gebeuren in het boek Handelingen, waarbij het begint in Jeruzalem en veelzeggend eindigt in Rome.
Helemaal in de lijn, die Jezus bij zijn afscheid voor zijn discipelen had uitgetekend (1:8).

Opvallend dat je de apostelen als twaalftal eigenlijk niet tegenkomt in het boek Handelingen. Direct na de hemelvaart lees je nog één keer breeduit de namen van de elf vroegere discipelen (1:13), aangevuld met Mattias. Maar dat is het dan, want verder hoor je hoogstens in algemene zin over ‘de apostelen’ en volgt Lucas in feite alleen de eerste en de dertiende apostel, ofwel Petrus en Paulus.

Impulsen
Misschien is dat wel omdat Lucas wil laten merken, dat de voortgang van het evangelie meer rust in het goddelijke, dan in het apostolische. ‘Het is de Heilige Geest, die telkens het voortouw neemt’ zo typeerde Andries Mak het treffend. In Handelingen 2 lees je over de eerste, grote impuls ‘van boven’. Net als de laatste verschijning van Jezus bij zijn hemelvaart, heeft deze eerste manifestatie van de Geest wel iets demonstratiefs.
Om te markeren, dat hier hele nieuwe dingen stonden te gebeuren!
Grensoverschrijdend ook, zoals te horen was in het wonder van de veeltaligheid.
Petrus onderstreept dat wereldwijde perspectief vervolgens met de profetie van Joël - ‘Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept gered worden’ (2:21). Iets van deze eerste Pinkster-impuls herken je in Samaria (8:17) en later onder de heidenen (10:44, 15:8).

Leiding
Anders, maar niet minder ‘van boven’ zijn de momenten, waarop God door zijn Geest het missionaire werk stuurt. Soms gaat dat door een (dubbel)visioen, zoals bij Saulus-Ananias (9:10,12) en bij Cornelius-Petrus (10:3,10). Heel bijzonder voor ons westerlingen is het visioen in Troas, waarin Paulus wordt uitgenodigd om de grens naar Europa over te steken. Niet dat de zaken na zo’n visioen meteen klip en klaar lagen, want je leest: ‘Ze maakten er uit op, dat God hen riep om daar het evangelie te verkondigen’. Bij die overwegingen zullen ook de eerdere momenten van tegenwerking door de Geest (16:6,7) een rol meegespeeld hebben.
Ook bij Paulus’ gang naar Jeruzalem lees je dat hij daarin ‘gedreven werd door de Geest’ en wist wat hem te wachten stond (20:22,23). Al lag ook dat niet eenduidig, want onderweg naar Jeruzalem waren er ook die Paulus probeerden af te houden van zijn voornemen - zelfs geïnspireerd door dezelfde Geest (21:4,11,12)!

In overleg
Geleid door de Geest en in overleg ging de vroege kerk zijn weg, waarbij grote wissels moesten worden geno-
men. Je hoort de verwondering in de woorden van Petrus als de eerste heiden (Cornelius) zich bekeert: ‘Nu begrijp ik pas goed dat God geen onderscheid maakt tussen mensen' (10:34). Later is er overleg in Jeruzalem.
Bob Wielenga schrijft: ‘In 11:18 zie je het mooie van de gemeentelijke beaming van Petrus' individuele actie.
Die kerkelijke goedkeuring is van belang; dat blijkt keer op keer in dit boek; wij westerse individualisten hebben daar minder antenne voorwe noemen het soms zelfs typisch nederlands-gereformeerd, alsof het een deugd is waar we trots op moeten zijn.’ Pal daarop treedt de christelijke gemeente in Antiochië voorgoed buiten zijn joodse oevers. Ook hier weer even zendeling Wielenga: ‘Heidenzending begon dus niet bij Paulus.
Het was alleen nog niet georganiseerd, maar spontaan. Beiden, het spontane en het georganiseerde, heeft zijn plaats in zending en evangelisatie.
Ze vullen elkaar aan en versterken elkaar.’ Het meest intens is het overleg na Paulus’ eerste zendingsreis.
De gemeente van Antiochië zoekt daarin ook bewust contact met Jeruzalem. Prachtig om te zien hoe een aanvankelijke woordenstrijd uitmondt in een bemoedigende brief van Jeruzalem aan Antiochië (15:23).

Opstanding
Dan naar de verkondiging. Lucas geeft kort een aantal toespraken van Petrus en Paulus weer, waarin je de eigenheid van beide apostelen proeft.
Ook de situatie en de hoorders deden er natuurlijk toe. Zo is Paulus’ aanpak in de synagoge van het Turkse Antiochië (13:15-41) anders dan op de Areopagus in Athene (17:22-31). Het is steeds weer zoeken naar aanknopingspunten.
Maar wat ons als leesgroep vooral opviel was dat in alle toespraken de opstanding van Jezus zo onontwijkbaar centraal staat. Zo was het op de Pinksterdag met Petrus’ brede verwijzing naar psalm 16. Maar ook later, na de genezing van een verlamde, beklemtoont Petrus de opstanding van Jezus. Dat motief stak de joodse leiders zelfs meer dan het onverdunde verwijt, dat ze schuldig waren aan Jezus’ dood (3:13,14). Ook in een samenvattende typering van de eerste gemeente staat de opstanding centraal (4:33). Bij Paulus is het niet anders, zowel voor joods (13:32-37) als voor heidens (17:31,32) gehoor.
Het meest verrassend vond ik Paulus’ uitspraak bij zijn verdediging tegenover Felix: ‘Omwille van de opstanding van de doden sta ik hier terecht’ (24:21). Steeds weer merk je, dat de opstanding van Jezus voor Paulus van vitaal belang is geweest – vergelijk zijn ‘als Christus niet is opgewekt…’ (1 Korinte 15:17). Zelfs even eerder (23:6) in een confrontatie met Farizeeën en Sadduceeën (23:6) heb ik (meer dan vroeger) het gevoel dat Paulus zijn tegenstanders brengt bij de kern van het evangelie, eerder dan dat hij een slimme truc uithaalt om twee joodse stromingen tegen elkaar uit te spelen.

Weinigen?
Het was een bijzondere ervaring om vanuit het boek Handelingen de brief aan de Romeinen te lezen. Frits Bijlenga proefde in beide boeken de spanning tussen christenen van joodse en heidense komaf. Dat thema speelt inderdaad een grote rol in de brief aan de Romeinen, zowel in het betoog uit de eerste hoofdstukken als in de praktische aanwijzingen. En heel indringend en persoonlijk schrijft Paulus er over in Romeinen 9-11. Het zijn tegelijk de lastigste hoofstukkenof je ze nu in de NBG of in de NBV leest. Ik merkte zelf dat ik halverwege hoofdstuk 11 de vraag voelde opkomen: ‘Heer, zijn er maar weinigen (in Israël) die worden gered?’ Pakkend om te merken, dat het antwoord van de Heer zo strookt met dat van de apostel (vergelijk Lucas 13:24 en 11:17-28).

Dichtbij
Bob Wielenga is er blij mee dat we (ook) Paulus’ brief aan de Romeinen tegenwoordig meer lezen als een gelegenheidsbrief dan als een dogmatisch traktaat. Dat merk je zeker ook in de slothoofdstukken van de brieven, waar de apostel logischerwijs ingaat op allerlei praktische vragen van toen en daar. Des te verwonderlijker vind ik het om te merken, hoe dicht zulke hoofdstukken bij ons 21e eeuwse leven komen. Zoals Romeinen 14 - gewoon een oefening in conflicthantering binnen de gemeente. Dat is iets anders dan dat je de concrete aanwijzingen van de apostel klakkeloos kopieert naar het hier en nu.
Kees Bos schreef dan ook ‘dat het Paulus hoog zit dat we onze vrijheid in Christus niet inruilen voor een leven volgens regeltjes.’ Doe je dat laatste wel, dan maak je zo’n brief weer tot een ethisch traktaat, om het (vrij) met de woorden van Bob Wielenga te zeggen.

Niet meer veroordeeld
De lijn van de eerste acht hoofdstukken van de brief was in de NBV veel beter te volgen, zo gaven meerderen van mijn meelezers aan. Maar Romeinen 8 is bijzonder in welke vertaling dan ook. Tineke Plooij schreef niet meer dan: ‘Een hoogtepunt waar ik eigenlijk geen woorden voor heb’. Bob Wielenga ervaart de opening van hoofdstuk 8 als majesteitelijk - 'wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld'. Hij voegt er aan toe: ‘Dat geldt ook op de jongste dag. Een belangrijk wapen tegen doodsangst die gevoed wordt door vrees voor het oordeel.’ In Romeinen 6 en 7 merk je dat de zonde de wereld nog niet uit is, zoals Andries Mak nuchter opmerkt. Corrie Meijer put in de strijd tegen de zonde moed uit een vergelijking met chronische hoofdpijn.
‘Hoofdpijn kan een handicap zijn (Je hebt hoofdpijn), maar het hoeft niet persé je hele leven te beheersen (Je bent hoofdpijn). Zo kunnen wij zeggen, nadat je Jezus hebt leren kennen: Je doet nog wel zonde, maar je bent geen zondaar’. En dan zit ik met mijn gedachten weer bij de opening van Romeinen 8.

Rooster:
1 Korintiërs - Kolossenzen (kopijdatum 2-12-2005) 1 Thessalonicenzen - Jakobus (kopijdatum 16-12-2005) e-mail: f.gerkema@solcon.nl

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief