Vrede op aarde!
2005-12-23
‘Ik zing nóóit meer het Ere zij God!’ zei het catechisantje. ‘Er is helemaal geen vrede op aarde!’ De dominee zong het ook niet mee. Als de gemeente staande gezang 11 aanhief, verliet hij alvast demonstratief de kerk. Niet vanwege de afwezigheid van vrede, maar vanwege de zin: in de mensen een welbehagen. ‘Onze God hééft niet een welbehagen in dé mensen,’ zei de dominee, ‘Hij heeft maar in sómmige mensen een welbehagen. Alleen in degenen die Hij heeft uitverkoren. Je moet zingen: in de mensen ván het welbehagen’.- Jaargang 49
- nummer 24
Van welke vrede voor welke mensen hebben de engelen nu gezongen? De NBG-vertaling zegt: ‘bij mensen van het welbehagen’. Dat betekent dan inderdaad alleen bij die mensen in wie God een welbehagen heeft. Bij die mensen die God vantevoren al heeft uitverkoren. e NBV heeft: ‘vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft’. Dat komt op hetzelfde neer.
Voor het hele volk
Toch zingen wij niet: in de mensen ván het welbehagen. Wij zingen dat onze God in de mensen, in de mensen in het algemeen, in alle mensen, een welbehagen heeft. Zo stond het trouwens ook in de oude vertaling: in de mensen een welbehagen. Ik denk dat je het zo moet lezen. Het scheelt in het Grieks één lettertje: eudokia of eudokias. Beide varianten komen voor in de oude handschriften. Ik kies voor de variant die ook door de oude vertaling gekozen is. Volgens mij zegt het woord eudokia meer over hoé onze God liefheeft dan over wié Hij liefheeft. Bovendien hebben de engelen het over mensen in het algemeen, zonder lidwoord. De engel had al gezegd in vers 10, dat er grote blijdschap zou komen voor het héle volk. Niet alleen voor een paar uitverkoren geluksvogels. God heeft welbehagen in de mensen. Daarom heeft Hij Adam en Eva niet laten stikken. Daarom heeft Hij in Noach de mensheid gered van het onmenselijk reusachtige. Daarom zegt Hij tegen Abram: ‘In jou wil Ik alle geslachten op de aardbodem zegenen.’ Zo lief had God de wereld. Hij wil dat alle mensen behouden worden. Hij brengt rechtvaarding ten leven voor alle mensen. Onze Here Jezus komt tussen alle mensen in in het menselijk gezin (gezang 135). Daarom: in mensen een welbehagen.
Vrede van beneden
En dan. Keken al deze mensen uit naar vrede op aarde? Zeg niet te gauw ja.
Want er was vrede. In de tijd van de Romeinse overheersing is er 400 jaar achtereen geen oorlog geweest. De hele bewoonde wereld leefde in vrede, de pax romana, het vrederijk van keizer Augustus. Je hoefde niet onder te duiken.
Je kon gewoon je boodschappen doen, trouwen en kinderen krijgen. Je kon gewoon je eigen geloof uitoefenen, je mocht naar je eigen tempel. Er was in die tijd zo weinig oorlog en geweld, de Romeinen vonden het gewoon saai. Ze gingen een beetje geweld organiseren. Ze bouwden amfitheaters en lieten mensen vechten tegen elkaar of tegen wilde dieren. En ze juichten met zijn tienduizenden als iemand in zo’n gevecht om het leven kwam. Zo schijnheilig was natuurlijk de vrede van Rome. Want voor het uiterlijk was het een vredige beschaving. Maar van binnen waren de mensen nog net zo moorddadig.
Wat in onze tijd gebeurt, dat je met z’n miljoenen zit te kijken naar geweld op televisie, dat heeft daar wel iets van.
En als er al verzetsmensen waren, die de Romeinen wilden verdrijven, dan was de vrede die hen voor ogen stond niet beter dan de Romeinse vrede. Ze wilden gewoon nog wat meer hun eigen gang kunnen gaan. Vrede betekent voor mensen vaak vrijheid voor het vlees. Lekker je gang kunnen gaan. Deze vrede komt van beneden.
Vrede van boven
De vrede die van boven komt, betekent niet dat mensen lekker zichzelf mogen zijn. Want dat is niet zo lekker. Gods vrede is dat alles wórdt, zoals het hoort te zijn. Vrede is orde. Paulus schrijft dat wij niet een God hebben van wanorde, maar van vrede. Een God die graag alles op de goede plaats ziet. In Genesis 3 zijn wij van onze plaats gekomen. In Genesis 4 komt er moord van Kaïn en geweld van Lamech. Vrede is niet dat Kaïn lekker zijn gang mag gaan. Het is dat hij weer in harmonie gaat leven met zijn broer en zijn God. Vrede is dat Adam weer opnieuw gaat beginnen, terug op zijn plaats. En daarvan wordt gezongen in Lucas 2. Van een tweede Adam, uit wiens geboorte Gods welbehagen blijkt. Maar denk nou niet, dat de aardbewoners daar ook persé op zitten te wachten. De slang had gezegd: Je zult als God zijn. En als God nu zegt: Je zult weer gewoon méns zijn, dan pikken wij dat niet zomaar. Als God alles weer in harmonie wil brengen, dan gaat dat niet zomaar. Vrede op aarde – dat had je gedacht! De vredesverklaring van de engelen wordt hier op aarde toch eigenlijk gezien als een óórlogsverklaring.
Oorlog
De Romeinen hebben hun eigen vrede.
En als God nou aan de Joden ook hun eigen vrede had willen geven, dan hadden zij Jezus wel willen accepteren als hun Messias. Vrede, vrede! riepen ze al in tijd van de profeet Jeremia. Maar dan zegt Jeremia: ‘Wat jullie vrede noemen, is geen vrede. Het is de breuk op zijn gemakkelijkst heel maken.’ Want er is een breuk. En als God dáár over begint, als God met een vrede komt, waarbij álles op de kop gaat, waarbij alles, maar dan ook echt alles, weer hersteld moet worden - dat wordt dus oorlog, tussen God en de duivel – en de mensen moeten kiezen. Ongestoord je gang kunnen gaan, of je schikken naar de vrede van God. Dat is een keus die strijd oproept. Er staat iets in Lucas 2:13, waar we misschien wel eens overheen lezen. Ik bedoel die uitdrukking ‘hemelse legermacht’. De herders hebben soldaten gezien! God komt met zijn vrede, maar Hij weet dat dat oorlog betekent. Een hemelse legermacht komt het scanderen. Dat hebben de supporters van Ajax per ongeluk heel goed begrepen, bij hun annexatie van het kerstliedje: De herdertjes lagen bij nachte, daar hoorden zij engelen zingen.
Tegenwerking
De laatste woorden van Zacharias’ lofzang zijn: om onze voeten te richten op de weg van de vrede. De vrede van God komt niet met een klap op aarde, niet door kracht of geweld. Die vrede moet een weg afleggen. De hemelsoldaten zijn nog niet uitgezongen, of Jezus moet al vluchten naar Egypte. Want er is geen plaats voor zijn vrede. Het wemelde van de demonen in de dagen van Jezus. De duivel had al zijn legers gemobiliseerd in Israel. Hij zette alles op alles om de vrede van God tegen te werken. En de Joden laten de vrede lopen. Lezend vanuit Lucas 2 kom je ook in hoofdstuk 19. Jezus rijdt op een ezel Jeruzalem binnen. De mensen roepen Hem toe: ‘Gezegend Hij die komt, de Koning, in de naam des Heren; in de hemel vrede en ere in de hoogste hemelen.’ Er is een opvallend verschil met de engelenzang. Het lijkt wel of de vrede van God hier wordt terug gegeven aan de hemel. Geen vrede op aarde. Jezus zegt dan ook, wenende: ‘Och, of u op deze dag verstond wat tot uw vrede dient. Maar nu is het verborgen voor uw ogen.’ De vrede van Jeruzalem had een zaak van het heden kunnen zijn, maar blijft nu een zaak van de toekomst.
Geen zoet verhaal
De duivel denkt dat hij het hemelse vredesproces de nek om kan draaien, als hij Jezus laat sterven. Maar langs die weg wordt de vrede van God juist bereikt. Het kwade wordt overwonnen door het goede. En de vrede van God gaat de wereld in. Kerst is niet een zoet verhaal. Het is oorlog. Juist omdat het gaat over de vrede van God.