‘Heer, wanneer hebben we u seropositief gezien?’

2005-12-23
  • Jaargang 49
  • nummer 24
De apartheid ijlt nog wat na, als je in één van de superluxe winkelcentra van Pretoria rondloopt. Het publiek is er zoveel blanker, al is het niet voor 100%. Dit is dus het rijke deel van Zuid-Afrika, denk je dan. En ik vroeg me af hoe hoog het percentage seropositieven zou zijn onder het winkelend publiek...

Rondslenterend door het winkelcentrum schaamde ik me voor het feit, dat ik de afgelopen tien jaar zo weinig oog heb gehad voor de Aids en zijn gevolgen - te beginnen in Afrika. Komt het door het sluipende karakter van de ziekte, met in een lang voetspoor de gevolgen? Heel anders dan de acute chaos na een tsunami, een orkaan of een aardbeving. Of leefde ik aan de aids voorbij door het onderhuidse gevoel dat er zoveel ‘eigen schuld’ in zit. Want vaak is HIV-aids toch het gevolg van een relatie-arme beleving van het seksuele? Hoe dan ook, ik moet bekennen dat de wereld-aidsdagen (sinds 1988!) vrijwel ongemerkt aan mij voorbijgingen. Als u hier wat van herkent, zou ik doorlezen.

Een beker water
Want ik wil heel graag nog iets schrijven over vaak kleinschalige projecten in Johannesburg en omgeving. Als een beker koud water, waar de Heer het wel eens over had. Kleinschalig, want maatregelen in het groot - van de kant van de regering - hebben nog weinig uitgehaald, door gebrek aan samenhang en daadkracht. En dat niet alleen in Zuid-Afrika. Ook binnen de kerken is het lang stil gebleven. De kerk ontworstelt zich maar moeizaam aan de taboe-sfeer rond HIV-aids. Maar er is ook daar een groeiende bewustwording van de problematiek. En een toenemend aantal projecten, begonnen door twee of drie in de naam van Jezus.

Melanie en haar wezen
Het werk van Melanie Streicher is daarvan een prachtig voorbeeld. Zij tilde in Johannesburg een opvanghuis voor vondelingen en wezen van de grond. Met haar zakelijk-organisatorische talent runt ze nu samen met een aantal vrijwilligers de opvang van jonge kinderen, waaronder heel veel baby’s. De kinderen, die binnenkomen worden getest op HIVaids en wie ziek is blijft in Lambano Sanctuary om daar verder liefdevol verzorgd te worden. Voor de gezonde kinderen wordt een adoptiegezin gezocht. Bijzonder om de toewijding te zien van deze vrouw. Ze vertelde dat ze jarenlang naar (eigen) kinderen had verlangd, maar nu dit werk onder tientallen, vaak doodzieke kinderen als een vervulling van die wens ervaart.

Een positieve dominee
De ontmoeting met Christo Greyling was weer op een andere manier bijzonder.
Greyling raakte in de tachtiger jaren zelf besmet met het HIV-virus. Dankzij de aids-remmers keerde hij weer terug in het volle leven. Aanvankelijk was hij gemeentepredikant, maar sinds een jaar of tien is Greyling werkzaam binnen organisaties als World Vision, om langs die weg de kerken te betrekken bij de strijd tegen aids. Greyling vertelde, dat het feit dat hij zelf seropositief is een grote openheid geeft in de gesprekken over HIV-aids. Bijzonder was ook de gang van zijn persoonlijk leven. Want dankzij de aidsremmers (met als gevolg een minimale aanwezigheid van het virus) durfde het echtpaar Greyling het aan om kinderen te krijgen. Christo Greyling ervaart zijn twee gezonde dochters en zijn (gezond gebleven) vrouw als een rijke zegen van God.

Mannetjesputter
Op meer humanitaire leest geschoeid geeft de arts Hugo Tempelman leiding aan een aidskliniek, die hij halverwege de negentiger jaren zo ongeveer met eigen handen bouwde. En dat midden in de township Elandsdoorn even buiten Johannesburg. De kliniek is on-Afrikaans goed georganiseerd, met inmiddels 150 man personeel. De brede aanpak van de aids-problematiek zie je terug in de hoofd- en bijgebouwen. Er is dagelijks spreekuur, een ruimte voor de apotheek en een verpleegafdeling. Maar je vindt op het terrein ook een groentenkwekerij en zelfs een bakkerij. Die laatste twee zijn ook een noodzakelijk onderdeel van de aids-bestrijding, omdat gezonde voeding absoluut noodzakelijk is bij het gebruik van aidsremmers. En praktisch is Tempelman ook. Zo had hij een horloge laten ontwerpen, dat een signaal geeft op de tijden, waarop een patiënt zijn medicijnen moet innemen. Zo’n horloge zit gratis bij het eerste pakket aids-remmers, want het luistert nauw bij dit medicijn.

Meer dan condooms
Bij de voorlichting in Elandsdoorn benadrukt Hugo Tempelman de noodzaak van de HIV-test en het gebruik van condooms. Dat doet hij onder andere met confronterende teksten, die je op grote borden langs de kant van de wegen vindt.
Tempelman heeft over zijn aanpak weinig twijfels: ‘Onthouding in het seksuele en trouw binnen je relatie zijn prachtig, maar wat begin ik er mee in deze Afrikaanse promiscue samenleving?’ In de predikantengroep kon niet ieder (een wat seculier) amen laten horen op deze pragmatische benadering. Persoonlijk heb ik er niet veel moeite mee om - gezien de hardheid van de harten - bij het ABC (Abstinence, Be faithful en Condoms) met het laatste te beginnen.
Wel met steeds de hogere weg van het evangelie voor ogen. Het evangelie, dat zo het relationele zoekt en de seksualiteit inbedt in de liefde. Je zou wensen dat christelijke Afrikaanse gezinnen veel meer dan nu dit gave bestaan gaan voorleven aan hun omgeving. En dat de kerk het evangelie bevlogen uitlegt richting onthouding en trouw. Waarbinnen in het geval van besmetting de condooms een zegen kunnen zijn, zoals Greyling ons uit eigen ervaring meegaf.

Ons aandeel
Verder bezochten we hospices en liepen een dagdeel mee in een thuiszorgproject.
Dan zie je de aids, de armoede en de ongelijkheid. En wat er mogelijk is met weinig middelen en grote toewijding. Maar ook dat medicijnen en goede voeding onbereikbaar duur zijn. Dat is niet jammer, dat is groot onrecht!
De vraag naar ons aandeel in dan ook onontwijkbaar. Als mensen op tien vlieguren verwijderd van deze wereld van HIV-aids. Verschillende christelijke hulpverleningsorganisaties zijn op het punt van de aidsbestrijding onder de paraplu van Prisma gaan zitten, zoals TEAR fund, ZOA en Red een Kind. Speerpunten zijn aidspreventie en opvang van wezen. Het is de moeite waard om even te kijken op www.christenentegenaids.nl.

Nieuw denken
En dan... Ik ben ervan overtuigd geraakt, dat de aids-problematiek onze langdurige en structurele hulp nodig heeft. We zouden ons als christelijke gemeente(n) moeten kunnen binden aan een beperkt rayon, zo dacht ik. Een township of een deel ervan. Ergens in Natal, bijvoorbeeld. Niet voor even, maar voor het leven. Zoals we als kerken ook vaak een relatie zijn aangegaan met een gemeente (en dorp!) in Roemenië of Hongarije. Richting Afrika zou dat niet kunnen zonder de bemiddeling van organisaties als TEAR fund en Red een Kind. Maar daar liggen nieuwe kansen, lijkt me! Ten tweede zouden we met de aidsproblematiek voor ogen misschien wel moeten verpoppen in ons diaconale denken. Niet langer de fooien voor ‘de arme kindertjes ginds’tientje hier, tientje daar. ‘De mensen in de derde wereld hebben gewoon recht op minimaal 10% van ons inkomen’, hoorde ik ZOA-medewerker Otto Kamsteeg laatst zeggen. Hulp op een heel ander niveau dus. Vanuit een denken, waarmee we een hypotheek afsluiten, want daar kijk je niet op een duizendje. Zodat je misschien in eigen leven ook eens voelt dat je gegeven hebt. Het alternatief is misschien wel dat je op een dag aan de Heer moet vragen: ‘Wanneer hebben we u seropositief gezien en hebben we niet voor u gezorgd?’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief