Vijftien jaar in een eenzame kast
2006-07-07
Hij groeide op in de luwte van de duinen, waar hij (31) tot zijn twintigste woonde. Hij koos voor een HBO-studie chemie, maar switchte na drie jaar naar commerciële chemie. Die bracht hem naar Salland. Daar woont hij nu tien jaar. ‘Als student was ik niet zo kerkelijk, maar de dominee van mijn ouders heeft familie in Salland en vroeg me, waarom ik daar niet wat meer aansluiting zocht. Ik had het geluk, dat er net een nieuwe gemeentekring werd gevormd, waarin iedereen een nieuwe start maakte.’- Jaargang 50
- nummer 14
‘Mijn studie was een combinatie van, zeg maar, hoger laboratoriumonderwijs en HEAO. Met aan de chemiekant hele brede scheikunde, analysetechnieken, thermodynamica, organische chemie (pillen draaien) en anorganische chemie. Daarnaast nog een stukje elektronica voor de bediening van apparaten en instrumenten en het nodige over programmeren en dataverwerking. Aan de commerciële kant zaten vakken als bedrijfseconomie, marketing en verkooptechniek.’ Met die bagage verkoopt hij nu chemische producten aan klanten als milieuonderzoekers, de Keuringsdienst van Waren en de farmaceutische industrie. ‘Farmaceuten gebruiken mijn producten voor controle van hun proces en het is mijn taak die producten steeds zuiverder en breder toepasbaar te maken.’
Eenzame kast
Net na zijn dertigste kwam hij ‘uit de kast’. Hij grinnikt bij die term. ‘Inderdaad, dat was wel een beetje zo. Ik had vijftien jaar in een soort kast geleefd. Verder wist niemand het. Achteraf bekeken was het een heel eenzame kast. Wat dat betreft ben ik wel jaloers op jongeren, die vanaf hun puberteit kenbaar maken dat ze homoseksueel zijn en zo toch een redelijk normaal leven leiden.’ Hij had net een korte relatie achter de rug. De breuk had geestelijk meer impact dan verwacht.
Toen belde zijn vader. ‘In dat gesprek heb ik alles er uitgegooid, met alle emotie erbij. Het hoge woord was eruit. Daarna was het tijd om de kring groter te maken.’ Allereerst vertelde hij het enkele mensen in de gemeente, die hij meende te mogen vertrouwen. Daarna de kringleden. ‘De reacties waren gemengd. Eerlijk gezegd had ik er meer van verwacht.
Het had iets van: zo, dat weten we ook weer. Anderen waren warm en belangstellend. De meesten zijn redelijk open minded en positief, maar er is ook veel onwetendheid. Ik leg dat gebrek aan reactie overigens niet direct negatief uit, maar ik zou nog wel eens willen doorpraten. Al wil ik het ook niet forceren; ik hoef geen kermisattractie te worden.’ Zijn vader was niet helemaal verrast door het nieuws en zijn zusje ‘verbaasde het niks’. Maar voor zijn moeder was het een donderslag bij heldere hemel. ‘In onze familie is het niet zo de gewoonte uitgebreid over relaties en emoties te praten. Mijn moeder was wel bezig met de vraag, of ik misschien zou “overschieten”, maar op 150 kilometer afstand viel er weinig te koppelen. Dit is nieuw voor hen, maar ze laten mij niet vallen.’
Twee gezichten
Jarenlang hield hij dus de schijn op. ‘In mijn studietijd was ik wel actief en ik kletste met de anderen mee over de meiden. Ondertussen zocht ik homobars op. Tot mijn 25ste ging ik vaak naar Amsterdam. Daar zitten meer gelegenheden en het is wel zo anoniem. Salland heeft niet zoveel ontmoetingsplaatsen.’ Het verstoppertje spelen met zichzelf heeft geen geestelijke schade aangericht. ‘De tijd die ik ervoor nam om het openbaar te maken, heb ik wel nodig gehad. En ik ben ook wel verliefd geweest op vrouwen. Al kwam dat vaak van één kant.’ Hij grinnikt. Hij is een stevig gebouwde dertiger.
‘Maar uiteindelijk werd het met vrouwen niets. Ik heb dat normale beeld van trouwen en kinderen krijgen heel lang voor ogen gehad, maar in contacten met vrouwen miste ik de lichamelijke en voor een deel ook de geestelijke klik. Ik voel me bij een man completer dan bij een vrouw. En dan moet je niet meteen vragen naar het “mannetje” en het “vrouwtje”, want dat bedoel ik daar niet mee. Bovendien verschilt dat per relatie. ‘De verhalen over ongelukkig getrouwde homoseksuelen hebben mij ervan weerhouden te trouwen en tot een heldere keus gebracht. Ik vond niet, dat ik zo rond mijn veertigste moest melden: “By the way, schat…”’
Geen ziekte
‘Ik heb geen grote kennis van wat de bijbel precies zegt over homoseksualiteit. Ik kan me er wel aan ergeren als ik op tv zie, hoe Amerikaanse ouders homoseksuele kinderen voor behandeling naar een instituut sturen.
Alsof het een geestelijke afwijking is.’ Hij geeft daarom ook de voorkeur aan de term ‘homoseksueel’ in plaats van ‘homofilie’. ‘In dat achtervoegsel ”filie” zit iets van “ziekte”. Terwijl homoseksualiteit gewoon aangeeft, dat je een voorkeur hebt voor iemand van hetzelfde geslacht.’ ‘Maar waarom zou het fout zijn? Is er misschien een hogere reden, die wij niet kennen? Inderdaad strookt het niet met een tekst als “ga heen en vermenigvuldigt u”, maar bij een explosief groeiende wereldbevolking kun je je afvragen of dat wel zo goed is. Wat voor mij belangrijk is, is dat God een doel heeft met mijn leven.
Volgens mij maakt mijn seksuele geaardheid daarbij geen verschil.
‘Ik heb het wel een tijdlang beschouwd als zonde. Maar ik ben mijzelf gaan accepteren. Ik ben die ik ben en ik laat dit niet
tussen God en mij staan.’
Parkeerplaatsen
Berust de afweer tegen homoseksualiteit alleen op bijbelse gronden? ‘Nee, er speelt meer mee. Zoals angst voor het onbekende en verkeerde voorstellingen. Het wordt al snel in het seksuele vlak, het zondige leven, getrokken. De parkeerplaatsen langs snelwegen, die worden gesloten. Waarom homoseksuelen daar komen? Vanwege de anonimiteit en de spanning. Te vergelijken met parenclubs voor heteroseksuelen.’ Hij heeft geen specifiek verschillende reacties opgemerkt bij mannen en vrouwen. ‘Mijn beste vrienden heb ik het verteld. En nu ze weten hoe het zit, worden ze opeens veel opener over hun heterorelaties. “Even afstemmen met iemand van de andere kant.”
Minder scherp
De discussie in de Nederlands Gereformeerde kerken volgt hij op enige afstand. ‘In de kring praat je er wel eens over en ik heb de kwestie rond Ruard Ganzevoort gevolgd. De discussie mag van mij wel wat minder scherp. Maar gemeenten zullen moeten accepteren, dat ze een afspiegeling van de samenleving zijn. Dat betekent niet, dat je dezelfde normen en waarden als die samenleving moet hanteren, maar het helpt als je bereid bent te zien dat beide soorten liefden hetzelfde zijn. En hou me op over de redenering “je mag het wel zijn, maar niet praktiseren”, want dat is gewoon hypocriet.’ Alternatieven als celibaat noemt hij ‘ieders eigen keus’. ‘Maar volgens mij verlies je die strijd. Voor mij is een monogame relatie het hoogste streven, want ik denk dat ieder op aarde is om zijn leven te delen met een ander.’ Hij heeft zelf geen ‘extreme zendingsdrang’, maar wil wel graag meer informatie geven. ‘Ik heb geen zin in een formele discussie met bijvoorbeeld een wijkouderling en de ondertoon van ‘fout gedrag’. Maar ik heb wel een weerwoord: accepteer mij zoals ik ben. En als er geen ruimte blijkt te zijn, dan zou ik met pijn in het hart overstappen naar bijvoorbeeld de PKN.’ En wat vond God ervan?
‘Ik heb in mijn gebeden zo nu en dan gevraagd om zijn leiding. Welke kant moet ik op? Moet ik het openbaar maken? Ben ik wel of niet homoseksueel?’ Hij hoopt ook dat de kerk ooit het kerkelijke huwelijk zal openstellen voor homoseksuelen. ‘Niet omdat dat toevallig nu voor de wet kan, maar uit overtuiging. Al besef ik heel goed, dat die stap nog wel wat tijd vergt.’ Hij heeft zijn keus gemaakt. Zoekt nu een stabiele relatie met iemand, met wie hij lief en leed kan delen. Om er dan met de Opel Astra en caravan erop uit te trekken? ‘Ik hou niet van kamperen.’
Reageren?
redactie.opbouw@ngk.nl