Zijn er nog heidenen?

2006-07-07
  • Jaargang 50
  • nummer 14
Drs. Kees Haak, ooit vrijgemaakt zendeling, is al weer jaar en dag zendingsdocent in Kampen. Onlangs publiceerde hij Gereformeerde missiologie en oecumenica, waarin hij schrijft over waar het in zending en evangelisatie om gaat. Vanuit de bijbel en de grondstructuren van de gereformeerde belijdenis laat hij zien dat het daar heel centraal draait om Gods genade die zich wereldwijd openbaart. Hij benadrukt dat het daarom in zendingswerk gaat om de bekering van de heiden tot de levende God in Christus. En dat loopt uit op gemeentevorming en kerkplanting.

Haak staat met zijn opvattingen haaks op wat kerkbreed wordt geleerd door moderne zendingsdeskundigen.
Woorden als bekering, heiden, valse godsdienst, en oordeel van God komen alleen nog in kleine lettertjes voor in hun publieke teksten. Verbetering van de wereld in samenwerking met andersgelovigen staat bij hen centraal.
Dat vind ik prachtig. Alleen, is dat nu zending? Haak vindt van niet.
In een tweetal artikelen wil ik hem aan het woord laten. Ik concentreer me op wat hij over zending schrijft en laat, wegens ruimtegebrek, zijn hoofdstukken over evangelisatie en oecumene onbesproken. Leest u die zelf!

Waarom zending?
Vaak genoeg heb ik het moeten horen. Waarom ga je toch als zendeling naar mensen die niet op je boodschap zitten te wachten? Ze hebben al een geloof. Is het niet arrogant te denken dat ze jouw boodschap nodig hebben? Haaks antwoord is duidelijk.
Zendelingen gaan niet op eigen gezag de wereld in. Dat zou inderdaad arrogant zijn! In de zending trekt de kerk in opdracht van haar Heer de wereld in. Zo komt hìj ongevraagd en onverwacht bij mensen binnen met een boodschap van vrijspraak, waar ze niet om gevraagd hebben. De bijbel noemt dat genade van God. Wereldwijd wil God zijn genade bekend maken. De opdracht van de kerk is duidelijk te maken waarom mensen Gods genade nodig hebben. Vandaar dat Haak vrij uitvoerig schrijft over de ontmaskerende rol van de zending. Voordat mensen kunnen begrijpen dat ze Gods genade nodig hebben, moeten ze eerst overtuigd raken dat ze onder zijn oordeel staan. Daar hebben ze uit zichzelf geen weet van. De religies die ze aanhangen maken dat ook onmogelijk.
Mensen hebben wel religieus besef; hun religies kunnen kernen van waarheid bezitten. Maar dat leidt niet tot de erkenning dat ze als zondaar schuldig zijn voor God hun Schepper.
Haak aarzelt niet om over valse religies te spreken. In de religies is er geen ruimte voor het spreken over Gods oordeel over zonde en over zijn vrijspraak uit genade. Ze zijn wegen die hun aanhangers niet naar het leven leiden, maar naar de dood.
Daarom is er zending. Mensen moeten uit hun religieuze systemen worden bevrijd om Gods genade in Christus te kunnen ontvangen.

God als Rechter
Haak meent dat God in een proces met de wereld is gewikkeld. ‘In de gang van het evangelie over de wereld gaat het dus om een soort rechtszaak, een proces van God met de volken die door de evangeliepredikers worden aangeklaagd, ‘beschuldigd’, met de bedoeling dat de volken schuld erkennen, en hun vrijspraak verwachten op grond van het verzoenend werk van Christus’ (p71).
Had ik als zendeling de mensen die ik ontmoette moeten beschuldigen van zonde tegen God en hen moeten waar-schuwen voor zijn oordeel? Had ik hen God als Rechter moeten verkondigen?
Haak schrijft over Paulus’ woorden in Romeinen 1:18-20. Gods toorn openbaart zich vanuit de hemel over al het kwaad en onrecht van hen die met hun onrechtvaardigheid de waarheid geweld aandoen. Ze weten veel over God, omdat Hij hun dat bekend heeft gemaakt. Maar ze hebben er hun eigen religies op gebouwd, en zijn ermee op hun eigen wegen ge-
gaan, weg van God. Ze zijn daarom niet te verontschuldigen. Zijn dan andersgelovigen persoonlijk schuldig voor hun ongeloof in de God van de bijbel? Moeten we hen dan benaderen als gevangenen in een dodencel die op executie wachten zonder dat ze dat zelf beseffen? In navolging van de gereformeerde theologie sinds Calvijn wijst Haak die richting uit. Het maakt duidelijk waarom er zending is.
Er is een boodschap van vrijspraak te brengen aan ieder die het horen wil.

God als Vader
Deze kijk op zending deel ik. Toch een enkele opmerking. Als Rechter is God eerst Vader. Voor God zondaren oordeelt, zoekt Hij hen eerst als een vader zijn verloren zoon. Gods zoeken van Adam en Eva in het paradijs was niet in eerste instantie bedoeld om hen te veroordelen. Zijn zoeken was uiting van zijn onverwoestbare liefde, zijn weigering zijn plannen met zijn schepping op te geven in trouw aan Zichzelf. God is een Rechter die niets liever doet dan doodvonnissen niet uitvoeren. Trouwens, heeft Christus dat doodvonnis niet ondergaan in onze plaats? Het is de liefde van Christus die de kerk in de zending voortdrijft. In de zending ontmoeten twee zondaren elkaar. De een weet van genade en vrijspraak, de ander nog niet. De een getuigt van Gods liefde over zijn leven in Christus. De ander wordt overtuigd, door de Geest, dat ook hij die liefde nodig heeft. Oordeel, gericht en straf komen aan de orde binnen die alles overkoepelende liefde van God. Het beschuldigen is een moment in Gods worsteling met de wereld. Haak is het hier zeker mee eens. Alleen, ik zou het duidelijker in zijn theoretische bezinning terug gevonden willen hebben. God als Rechter krijgt toch een te zwaar accent. Dat kan, bijbels gesproken, niet de bedoeling zijn.

De schuld der heidenen
Zijn alle mensen die nog nooit van Christus hebben gehoord voor de hel bestemd? Deze vraag zit ons hoog.
Alle orthodoxe opvattingen ten spijt, dit lijkt ons toch erg onrechtvaardig.
Wie Gods evangelie van kruis en opstanding bewust afwijzen – goed, makkelijk is het niet, maar accepteren doen we het. Maar hoe kan iemand die geboren en getogen is in een al eeuwenoude religie schuldig staan tegenover God? Hij heeft niet persoonlijk de waarheid die God bekend gemaakt heeft (Romeinen 1:18-20) onderdrukt en daarna zich overgegeven aan afgoden. Hij weet niet beter dan wat zijn eigen religie leert.
Ik heb zelf de indruk dat er pas van persoonlijke schuld tegenover God sprake is, wanneer iemand zijn eigen religie bewust verkiest boven de bijbelse. Daar is hij aanspreekbaar op. Verder is hij objectief schuldig, zoals de hele mensheid dat is door de zondeval - een thematiek besproken in de leer van de erfzonde. Paulus’ uitspraken in Romeinen 1 waren trouwens voor intern gebruik bedoeld. De gemeente van Rome werd gewaarschuwd tegen het haar omringende heidendom. Paulus gebruikt dan zwaar geschut. Maar dat geschut staat niet gericht op heidenen maar op christenen. Zìj moeten beseffen waar het in het heidendom om gaat. Heidenen benadert Paulus met de uitdrukking ‘tijden van onwetendheid’ (Handelingen 17:30). Dat schept ruimte voor een mildere benadering, waarin de laatste ernst niet ontbreekt.

C.J. Haak, Gereformeerde missiologie en oecumenica. Beknopt overzicht aan het begin van de 21e eeuw AD; De Verre Naaste, Zwolle; 160 blz.; ISBN 907 300 4101; € 14,75.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief