Crocodile hunter

2006-07-07
  • Jaargang 50
  • nummer 14
‘Mam! Er zit een krokodil in de keuken!’ Gelukkig sta ik onder de douche en kan ik niet meteen actie ondernemen.
Waarom komt mijn gezin toch altijd naar mij toe als er enge beesten zijn?
Omdat ik de enige ben die niet bang is voor spinnen en torren? Nu kan ik zeker op krokodillenjacht? Ik laat het wel uit m’n hoofd om hard te lachen. Dat deed ik ooit toen er geroepen werd dat er een slang om de kraan hing. En dat middenin de randstad. Na enig aandringen gingen we toch maar eens kijken en warempel: over onze groene tuinslang hing een groene ringslang van zeker anderhalve meter. Maar een krokodil in een keuken van 2,25 x 3,50?
Het eerste wat bij me opdoemt zijn de dode bomen die in een laagje lauw water liggen in een hete kas in Artis.
Pas als je nog een keer goed kijkt, zie je dat het krokodillen zijn.
Doodse beesten. Maar sinds onze kinderen wel eens keken naar de crocodile hunter, een Australische adhd’er die allerlei vreselijke dingen uithaalt met krokodillen, weet ik beter.
Levensgevaarlijke beesten. Terstond besluit ik dat mijn haar beslist voor de derde keer gewassen moet worden. En terwijl de shampoo inwerkt, dwaal ik naar een van de meest fascinerende gedeelten uit de bijbel: de krokodil uit het boek Job. De kans dat die in onze keuken zit, is natuurlijk wel erg klein want dat beest is intussen allang uitgegroeid tot een aardig formaat draak. De krokodil die God schetst voor Job is voor mij de perfecte beschrijving van de boze: het monster met het granieten hart dat door geen mens is te verslaan.
Zolang de mens over de aarde liep, had de satan genoeg aan de gedaante van een slang. Maar als een rechtgeaard reptiel past hij zich aan aan zijn omgeving en dus ging de slang te water toen de mens te scheep ging en hij werd een krokodil of nog mooier: een leviathan.
De mens ontwikkelde zich verder, nam bezit van de lucht voor communicatie en vervoer en de krokodil paste zich weer aan, groeide uit tot een draak en groeit nog steeds door tot volwassenheid.
Geen mens heeft hem ooit gezien, maar ieder volk kent verhalen over dat angstaanjagende monster dat vliegend onheil brengt en stinkende holen in de grond heeft. Na de diverse oorlogen, de nodige milieuschandalen en de dagelijkse herrie kan ik me goed voorstellen waarom onze Heer het beeld van de draak gebruikt in het boek Openbaring.
Maar hoe groot hij ook mag worden, hij blijft in feite hetzelfde wezen als de krokodil van Job: een gruwelijk monster dat alleen God zelf kan verslaan. Ik word daar telkens weer kleintjes van.
Die krokodil zit dus niet in de keuken; er zijn hooguit wat sporen te vinden. Ik begin nu toch wel nieuwsgierig te worden naar wat er wél zit en daarom doe ik de douche uit, droog me af, kleed me aan, smeer wat spul in m’n haar en ga naar beneden. ‘Waar is je krokodil nu?’ Aan de schuldbewuste blik zie ik dat het beest niet meer is. ‘Het was écht zo’n klein krokodilletje hoor van best een flink formaat’, verdedigt onze crocodile hunter zich. Ik vraag me werkelijk af wat er door een maatje 37 kan zijn doodgetrapt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief