De onlogica van de Heilige Geest

2006-08-18
  • Jaargang 50
  • nummer 16
‘Eén stap vooruit, één stap achteruit voor de vrouwen binnen onze kerk’. Zo typeert het CRC-blad The Banner de besluiten van de recente synode van de Christian Reformed Church (CRC) in Noord-Amerika (juni 2006) over de vrouw in het ambt. Het woord ‘mannelijk’ als vereiste voor het bekleden van een kerkelijk ambt wordt uit de CRC-kerkorde geschrapt, maar vrouwen kunnen geen synodelid worden, zo besliste de synode. Dit keer was er geen NGK-afvaardiging op de CRC-synode, maar uit de inmiddels op internet verschenen Acta en The Banner valt een goed beeld te vormen van wat de synode besprak en besloot.

Al weer ruim tien jaar geleden, in 1995, sprak de synode van deze Amerikaans/Canadese zusterkerk van de Nederlands Gereformeerde Kerken na een jarenlange discussie uit, dat de bijbel ruimte geeft om de ambten van ouderling en predikant open te stellen voor vrouwen. Als uitvloeisel daarvan kregen de plaatselijke kerken toestemming om desgewenst vrouwelijke gemeenteleden in het ambt van ouderling te bevestigen. Het geven van toestemming voor het aanstellen van vrouwelijke predikanten werd door de synode aan de classes overgelaten.
Die zouden zelf mogen bepalen om het woord ‘mannelijk’ in het kerkorde-artikel dat bepaalt wie een ambt in de kerk mag bekleden, buiten werking te stellen. Een dergelijk besluit zou aan alle gemeenten in die classis de ruimte geven een vrouwelijke predikant aan te trekken. Maar een classisbesluit om het bewuste artikel ongewijzigd te handhaven, zou het aanstellen van een vrouwelijke predikant door de plaatselijke kerken in die classis blokkeren. Ook de beslissing over het afvaardigen van vrouwen naar de classisvergaderingen werd aan de classes gelaten. Inmiddels heeft anno 2006 een krappe meerderheid van de 47 CRC-classes besloten het woord ‘mannelijk’ in het bewuste kerkorde-artikel buiten werking te stellen en dienen er enkele tientallen vrouwelijke predikanten en honderden vrouwelijke ouderlingen binnen de CRC. Maar tegelijk zijn er tal van classes en gemeenten waar de ambten niet voor vrouwen openstaan. Na de scheuring die de besluiten van 1995 in de jaren daarna binnen de CRC veroorzaakten, is de discussie over de vrouw in het ambt in de CRC in rustiger vaarwater terecht gekomen. Maar nog steeds wordt daar binnen de kerken heel verschillend over gedacht.

Sabbatsrust
De 188 synodeleden (vier voor elke classis) besloten in meerderheid tot een wijziging van de kerkorde (de synode van 2007 moet dat besluit nog definitief maken), waarbij het woord ‘mannelijk’ werd geschrapt uit het kerkordeartikel, dat de vereisten beschrijft voor de bekleders van kerkelijke ambten. Dat besluit vormde een logisch vervolg op het besluit van 1995 om de classes de ruimte te geven dit onderdeel van de kerkorde buiten werking te stellen. Maar tegelijkertijd kwam de synode van 2006 tegemoet aan die kerken en classes die fundamenteel bezwaar hebben tegen vrouwelijke ambtsdragers door te besluiten, dat vrouwelijke predikanten en ouderlingen geen afgevaardigde naar de synode kunnen zijn. Daarmee werd het ‘nog niet’ dat de synode van 2005 inzake vrouwelijke synodeleden uitsprak ‘om de rond dit onderwerp bereikte vrede in de kerken niet te schaden’ dus een ‘niet’. Tenslotte deed de synode een beroep op de kerken om vanaf 2007 een ‘sabbatsrust van zeven jaar’ rond de vrouw in het ambt in acht te nemen en het onderwerp gedurende die tijd niet meer op de synodeagenda te zetten.
Vooral het nee tegen vrouwelijke afgevaardigden naar de synode riep de nodige emoties op, zowel bij tegenstemmende synodeleden als bij vrouwen die binnen de CRC in het ambt werkzaam zijn. Wat de synode met de ene hand geeft, neemt ze met de andere hand weer terug, aldus een vrouwelijke CRC-predikant. ‘Dit besluit communiceert dat we binnen onze kerken vrouwelijke ambtsdragers wel tolereren, maar niet van harte welkom heten. Dat is ontmoedigend voor vrouwen en bemoeilijkt hun werk’, aldus een van de (mannelijke) synodeleden.
Maar de synodecommissie motiveerde zijn compromisvoorstellen vanuit zijn inzet om ondanks diep beleefde verschillen van opvatting rond dit onderwerp toch de eenheid binnen de CRC te handhaven en dat overtuigde een meerderheid van de synodeleden. Een van de voorstemmers, geciteerd in The Banner: ‘Er zit iets onlogisch in deze besluiten. Maar ik geloof dat het de onlogica van de Heilige Geest is – een van diens vruchten is immers ‘geduld’- en daar wil ik voor buigen. Er staat me binnen mijn eigen classis een pittige discussie te wachten, maar met het oog op de eenheid van de kerk stem ik toch voor’.

Homoseksualiteit
Dat ruimte voor de vrouw in het ambt geen hellend vlak is, waarop aanvaarding van homoseksuele relaties het onontkoombare vervolg is, bleek ook op deze synode. De Christian Reformed Church stáát nog steeds voor de in 1973 getrokken en in 2002 bevestigde lijn, dat de homoseksuele praxis ‘onverenigbaar is met de wil van God, geopenbaard in de Heilige Schrift’, zo bleek uit de besluitvorming ter synode over de First Christian Reformed Church in Toronto. Deze gemeente met veel homoseksuele gemeenteleden in haar midden, besloot in 2002 om kerkleden die in een homoseksuele relatie van liefde en trouw leven, verkiesbaar te verklaren voor de ambten in de gemeente.
Dat besluit veroorzaakte een storm van protest binnen de CRC. Toen de classis Toronto voor het besef van velen te lang wachtte met ingrijpen, besloot de synode in 2005 zelf het heft in handen te nemen. Er werd een commissie benoemd om een appèl te doen op de gemeente om ‘duidelijk en ondubbelzinnig’ de besluiten van het kerkverband over homoseksualiteit te volgen en de praktijk in de gemeente daarmee in overeenstemming te brengen. Zo niet, dan zou Toronto zich daarmee buiten het kerkverband plaatsen. In juni j.l. lag er een uitvoerig rapport van deze commissie op de synodetafel met als uitkomst dat de kerk van Toronto na rijp beraad besloten heeft zich te richten naar de synodebesluiten over homoseksualiteit en zijn bediening onder homofiele gemeenteleden daaraan te zullen aanpassen. De synode nam daar met blijdschap kennis van en moedigde de gemeente aan om deze weg ook daadwerkelijk te gaan. Een van de synodeleden typeerde het commissierapport over Toronto als ‘een plaatje van genade en vergeving’.
Het synodebesluit weerspiegelt wat breed binnen de Christian Reformed Church leeft: pastorale omgang met homoseksuele kerkleden is een zaak van liefde, wijsheid en geduld (het rapport ‘Pastoral care for homoseksual members’, te downloaden via www.crcna.org onder Synod 2006, is een must voor elke Nederlands Gereformeerde kerk die met dit onderwerp bezig gaat), maar moet plaatsvinden binnen een bijbels normatief kader. Onopgeefbaar onderdeel daarvan is volgens de CRC, dat homoseksuele relaties strijdig zijn met Gods wil, geopenbaard in zijn Woord.
Slechts een heel kleine minderheid in de kerken bepleit voorzichtig een herziening van die lijn van 1973 en 2002.
Ook in de relatie met de Protestantse Kerk in Nederland bleek homoseksualiteit een heet hangijzer. De CRC heeft met deze kerk een zusterkerkrelatie, net als met onze kerken, maar anders dan met de NGK is in de relatie met de PKN de toegang tot de kansel en tot de Avondmaalstafel aan beperkingen onderhevig. Een voorstel van de commissie voor oecumenische contacten om die beperkingen op te heffen, haalde het op de CRC-synode niet. De rem blijft er op zitten, met name omdat de manier waarop de PKN rond homoseksualiteit met de Schrift omgaat voor de synode ‘een fundamenteel probleem’ blijft.

Mis
De CRC-synode nam ook belangwekkende besluiten over kinderen aan het Avondmaal en over de ‘vervloekte afgoderij van de paapse mis’. Daarover meer in een volgend artikel.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief