Samensmelting van woord en beeld

2006-08-18
  • Jaargang 50
  • nummer 16
Onderzoek naar bijzondere ramen in de Nederlands Gereformeerde Kerken Bestaat er zoiets als ‘Nederlands Gereformeerde’ kerkbouwcultuur of leeft die vraag niet? Zou je het kunnen aflezen aan de ramen in de negenendertig gebouwen die oorspronkelijk voor de eigen gemeente gebouwd werden?
In het eerste deel werd, na een statistisch overzicht, de ontwikkeling gevolgd tot en met de Vrijmaking en kwam o.a. de kerk van Wezep aan bod.

In de tweede helft van de twintigste eeuw zijn veel uiteenlopende kerken gebouwd, van traditioneel tot modern.
Nieuwe technieken leidden tot nieuwe vormen, ook in de ramen. Er werd veel nagedacht over de betekenis van de kerk. In de strakke woonwijken van de jaren zestig bepaalden overheden vaak dat de kerk niet te veel mocht opvallen.
Rechte, functionele gebouwen waren het gevolg. De Ichtuskerk van Dronten (1967) kreeg van de bouwers een gezandstraald raam cadeau, ongeveer vijf meter lang en een meter hoog, dat de wonderlijke visvangst (Lucas 5:1-11) voorstelt en nader uitwerkt. Deze bescheiden techniek paste inderdaad bij het - althans aan de buitenkant - zeer sobere gebouw.

Sfeer
Er kwam ook meer aandacht voor sfeer in de kerk. Abstracte vormen, kleur en lichtinval gingen een rol spelen.
In de Jeruzalemkerk (1967) in Utrecht wilde men alle ramen rondom volledig beplakken met glasappliqué.
Architect D. Blom maakte samen met een Hongaarse glazenier een ontwerp, dat helaas niet uitgevoerd kon worden vanwege de hoge kosten. Er werd toen besloten een deel van de ramen onbewerkt te laten (teleurstellend is wel dat nu aan de zuidkant lamellen moeten hangen als zonwering).
Het resterende appliqué moest verwijzen naar de manier waarop de Israëlieten hun tenten opzetten.
Mede doordat in het hele gebouw de symboliek van het nieuwe Jeruzalem is verwerkt, deden deze ramen (met hoofdzakelijk zachtblauwe en -groene delen) mij eerder denken aan de levensrivier uit Openbaring 22. De bomen die bij deze rivier zouden staan, zag ik letterlijk door de ramen schemeren. Het Christusmonogram in het raam aan de zuidzijde wijkt als kerkhistorisch symbool af van het bijbelse thema uit Openbaring. Dat geldt ook voor de drie opvallende ramen (in fel geel, oranje en rood) die de drie-eenheid: Vader, Zoon en Geest voorstellen. Wel is de vormentaal van deze drie ramen passend bij de overige ramen. Jammer dat in het rechterraam, dat de Geest voorstelt, stukjes ontbreken. Restauratie van alle ramen zou gewenst zijn: er is vuil en vocht tussen de delen gekomen, mogelijk is ook de lijm gaan verkleuren. Voorlopig is het vanwege de kosten niet mogelijk dit te verhelpen. Een andere, meer onderhoudsvriendelijke techniek is toegepast in Krommenie, in de Leliekerk uit 1971. Met kleurige glasblokken is een leliemotief uitgewerkt.
De ‘leliën des velds’ (Matteüs 6:28, vertaling 1951) kunnen ook papaverachtigen als anemonen zijn. Voor deze uitleg lijkt in dit raam gekozen te zijn.

Cadeaus
IJsselmuiden en Langerak kregen beide een raam voor de hal cadeau. In IJsselmuiden betreft het een gezandstraalde voorstelling van de goede herder met zijn schapen, zo’n twintig jaar geleden aangeboden door een gemeentelid. Helaas van een totaal andere stijl en ander niveau dan de zorgvuldig gestructureerde glas-inloodramen bovenin het gebouw. De prominente plaatsing van het raam in een buitendeur doet daarmee afbreuk aan de eenheid van het gebouw; misschien valt een minder opvallende plaats te overwegen, bijvoorbeeld een binnendeur van een kinderruimte.
In Langerak was het voor de meeste leden wel even slikken toen in 1997, vanwege een verbouwing, het raam door architect Bert Bikker werd aangeboden: een glas-in-loodraam waarin o.a. een ondersteboven, omgevallen kruis was verwerkt. Hoewel bedoeld om de eenmaligheid van Christus’ offer aan te geven, werd het bijna als een ontkenning van dat offer ervaren. Overigens maakt het raam, met een veelheid aan symboliek en gotische letters, een bonte indruk en verliest daardoor zeggingskracht.

Lichtspel
In Sliedrecht werd in 1994 een nieuw gebouw in gebruik genomen. De architect, Aart de Ruiter, ontwierp in het centrum van de bakstenen aandachtswand een groot raam in de vorm van een kruis. Om het glazen kruis heen valt de stenen rand schuin naar binnen, waardoor de kruisvorm versterkt wordt. De architect zelf schonk het glas: extra dik en bestaande uit veel lichtweerkaatsende stukjes.
Tijdens de ochtenddienst, met het daglicht op de wand zelf, valt het kruis minder op. In de namiddag of avond, wanneer de zon in het westen staat, schijnt het licht erdoorheen en komen rozerode en blauwe tinten tot leven.
Ook in doopvont en avondmaalstafeldie vanuit de ingang gezien op één lijn met het kruisraam staan - zijn de symbolische kleuren blauw en rood te vinden, wat de eenheid in het gebouw versterkt. Het spel van licht en kleur mist zijn prikkelende uitwerking niet.
Toen de nichtjes van de predikant op bezoek waren, in het ernaast gelegen woonhuis, wilden ze graag nog even in de kerk kijken. Want, zeiden ze, ‘het kruis staat nog aan’! Het kruisraam is gebaseerd op een overbekend symbool, maar krijgt hier een ingetogen en smaakvolle eigen benadering.

Sluitpost of aandachtspunt
Er zijn totaal zeven oorspronkelijk Nederlands Gereformeerde kerkgebouwen met ramen met bijzondere voorstellingen. Voldoende om te concluderen dat er binnen dit kerkverband geen overheersende bezwaren bestaan tegen afbeeldingen in de kerk. De kwaliteit is zeer divers, de afmetingen bescheiden. Met zo’n geringe oogst kan wel worden gesteld dat in deze kerken geen traditie bestaat om het gebouw een kunstzinnige uitstraling te geven, bij sommigen mogelijk een gevolg van de angst om te veel met het gebouw bezig te zijn. Veel van hun leden zijn opgegroeid met de catechismus, met de afwijzing van ‘stomme beelden’ (vraag 98) - bepaald geen stimulans om met kunst bezig te zijn.
Anderzijds is architectuur als toegepaste kunst altijd geaccepteerd geweest. De soberheid kan ook een gevolg zijn van de tijdgeest, de bewust zakelijke, functionele bouwstijl. Mogelijk speelt juist in de Nederlandse Gereformeerde kerken nog een aspect mee: allergie voor de kerk als instituut met vaststaande structuren, opgelopen door twee scheuringen.
Het zou interessant zijn om verder te onderzoeken in hoeverre deze overgevoeligheid gevolgen heeft voor de betekenis van het kerkgebouw. Het is opvallend dat van de vijf gemeenten die zich niet regionaal laten vertegenwoordigen, de meeste in een aula samenkomen. Een logische verklaring voor de geringe aandacht voor toepassing van bijzondere ramen kan het krappe budget zijn. Het feit dat de meeste ramen geschonken zijn, is veelzeggend. Kunstzinnige vormgeving wordt beschouwd als sluitpost. In elk geval was het in Utrecht een van de redenen om de ramen bescheidener uit te voeren dan oorspronkelijk bedoeld (en is het nog steeds een reden om ze - voorlopig - niet te restaureren).

Gebouw als evangelisatiemiddel
Als je op de ramen mag afgaan is de gedachte gerechtvaardigd dat men binnen de Nederlands Gereformeerde kerken zich over het algemeen onvoldoende bewust is van de boodschap die van een gebouw uitgaat. Om hier verdere conclusies aan te verbinden zou uiteraard ook naar andere aspecten van het kerkgebouw gekeken moeten worden. Bij nieuwbouw en verbouwing staan meestal als eerste op het verlanglijstje het aantal zitplaatsen, ruime afmetingen van de hal of ontmoetingsplaats en de multifunctionele mogelijkheden; pas dan is er eventueel aandacht voor de vormgeving.
Het is te hopen dat die vormgeving geen mix wordt van aardige ideeën, maar van een weloverwogen plan om de boodschap van de kerk (meestal verwoord in prachtige visies) ook uit te beelden. Woord en beeld kunnen zo samengaan, dat ‘het kruis aan blijft staan’.

Literatuur:
Jean-Marie Geron, Het hedendaagse glasraam, Tournet, 2001.
G.J. van der Harst, Monumentale kerkgebouwen: een lust voor de kerk, Zoetermeer, 2000.
Dr. Regn. Steensma, Honderdvijftig jaar gereformeerde kerkbouw, Kampen, 1996.
C.A. van Swigchem, Een huis voor het Woord, Den Haag, 1984.
Elizabeth Wylie, De kunst van gebrandschilderd glas van de 11e eeuw tot heden, Alphen a/d Rijn, 1998.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief