Samensprekingen: tijdverlies?

2006-08-18
  • Jaargang 50
  • nummer 16
Dat samensprekingen tussen verschillende kerkverbanden niet altijd even soepel verlopen, is geen nieuws. Maar dat een gezaghebbend man daarom zegt: ‘Hou er maar mee op, en ga zinniger dingen doen’, dat is wél nieuws.
Prof.dr. J. van Bruggen (GKV) schreef een artikelenserie in De Reformatie over de taak van de ouderling. De laatste aflevering (27 mei) draagt als opschrift: ‘Ouderling, laat je niet afleiden!’ Van Bruggen bespreekt daarin ook de vraag hoe je om moet gaan met het gegeven dat juist al die gesprekken om te komen tot eenheid ook weer nieuwe verdeeldheid oproepen. Hij zegt daarover:

Het gebed van Johannes 17 is verhoord in de eenheid van de toen aanwezige apostelen en het wordt verhoord zo vaak wij met vele medechristenen op dit apostolisch fundament staan in ons geloof en het wordt definitief verhoord in de eenheid van het nieuwe Jeruzalem. We vieren echter reeds vandaag met vele christenen in geloof hetzelfde avondmaal, ook al zijn de tafels niet aan elkaar geschoven. Dat laatste is soms jammer, vooral wanneer het in één land of plaats is. Maar daarin moeten we ook erkennen dat de gevolgen van de schuld van onze kerkgeschiedenis niet altijd hier beneden kunnen worden weggenomen: bescheidenheid en nederigheid passen ons.
Organisatorische eenheid van gemeenten die uiteen gegroeid zijn in gewoonte en cultuur is moeilijk en niet vereist. De samenspreking met de christelijk gereformeerden is tijdverlies sinds ongeveer 1947. Toen bleef de ‘echte genegenheid’ uit en wanneer men dan toch wil ‘samengaan’ blijft het bij een levenslang omslachtig gesprek dat onrust geeft en het doel nooit bereikt. Het is beter om christelijke omgangsregels te ontwikkelen met gemeenten die ons zeer verwant zijn in leer en leven en om elkaars geloof en strijd te delen, ook in de voorbeden. Misschien opent God dan eens een deur waar we opeens samen door kunnen gaan zonder ingewikkelde processen omdat de tijd er dan rijp voor mag zijn. In ieder geval zouden veel kerkenraden kostbare tijd voor huisbezoek in de eigen gemeenten kunnen winnen door het onderwerp ‘samenspreking’ van hun agenda af te voeren.

Uit Vrijgemaakte hoek zijn wel andere geluiden gehoord over de samensprekingen. In het verleden werd het ‘God wil het’ als regel kapitaal geschreven. Zo gezien heeft de mening van Van Bruggen iets weldadig relativerends. Tegelijk zit er ook iets in van een doorslaan naar het andere uiterste. In De Reformatie van 17 juni reageerde prof.dr. B. Kamphuis:

Zelf ben ik inmiddels tien jaar deputaat voor de samensprekingen met de christelijke gereformeerde kerken.
Heel wat van dat ‘tijdverlies’ komt dus voor mijn rekening. Eerlijk gezegd, ik herken niets van dit oordeel van collega Van Bruggen. () Ik ben dankbaar dat allerlei werk dat je beter samen kunt doen dan apart, nu ook werkelijk samen gedaan wordt: evangelisatie, theologisch onderzoek en onderwijs, deputatenwerk.
Het enige wat ik mij verwijt, is dat wij hier nog te weinig tijd in gestoken hebben, druk als we steeds weer waren met onze interne problemen.
Naar mijn idee ligt het tijdverlies eerder daar, dan in de samensprekingen.
“Organisatorische eenheid van gemeenten, die uiteen gegroeid zijn in gewoonte en cultuur is moeilijk en niet vereist”, zo schrijft Van Bruggen.
Natuurlijk heeft hij daar gelijk in. () Het gaat dan ook niet om organisatorische eenheid, maar om kerkelijke eenheid. Kerkelijke eenheid vind je niet in een organisatie, maar aan de ene tafel van onze ene Heer. Van Bruggen zegt: wij vieren met vele christenen in geloof hetzelfde avondmaal, ook al zijn de tafels niet aaneengeschoven.
Dat vind ik een versluierende formulering. Vele christenen die met ons hetzelfde geloof delen, zijn niet welkom aan onze avondmaalstafels.
Aan vele avondmaalstafels, in kerken met dezelfde belijdenis als de onze, kunnen Van Bruggen en ik niet aanzitten. Dat wij toch hetzelfde avondmaal vieren, maakt dat des te erger. Ik zou niet weten hoe je je daarbij neer kunt leggen. () De Heer bidt in Joh. 17 er ook om dat de wereld door de eenheid van de gelovigen tot de erkenning zal komen dat de Vader Hem gezonden heeft.
Wat valt er voor de wereld te erkennen, als niet alleen onze avondmaalstafels niet aan elkaar geschoven zijn, maar als we zelfs elkaar ervan uitsluiten?
Ons getuigenis aangaande Jezus Christus, de eer van onze Heiland en de naam van zijn Vader staan op het spel als het gaat om kerkelijke eenheid.

Belangrijk lijkt mij de vraag: Wat wil je bereiken met je samensprekingen?
Is het nodig dat elk mogelijk geschilpunt eerst geheel tot klaarheid wordt gebracht? Zouden we ons niet veel meer moeten oefenen in de werkelijke beleving van ‘eenheid in verscheidenheid’?
Ik persoonlijk kan me nauwelijks een Nederlands Gereformeerde kerk voorstellen waar de broeders Van Bruggen en Kamphuis niet van harte welkom zouden zijn aan de Avondmaalstafel!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief