‘Paapse mis geen vervloekte afgoderij meer’
2006-09-01
Het ging op de laatste synode van de Christian Reformed Church in Noord-Amerika (juni 2006) niet alleen over de vrouw in het ambt en over homoseksualiteit (Opbouw 16), maar ook over andere onderwerpen die zowel in Amerika als in Nederland spelen. De synode corrigeerde de belijdenisuitspraak over de ‘paapse mis’ (bij ons recent in het nieuws rond de vraag, of rooms-katholieken zich wel thuis kunnen voelen in de Christen-Unie) en stelde het avondmaal open voor kinderen van de gemeente, zoals enkele Nederlands Gereformeerde kerken dat al eerder deden.- Jaargang 50
- nummer 17
Menig predikant die zijn handtekening onder de belijdenisgeschriften heeft gezet, ervaart een zekere spanning, als hij met zijn catechismuspreken toe is aan vraag en antwoord 80 van de Catechismus. Want wat moet je in je preek met de ‘vechtwoorden’ (de uitdrukking is van redacteur Bob DeMoor van The Banner), waarmee de Heidelberger de mis veroordeelt?
Veel predikanten halen eerder een ander onderdeel uit diezelfde Catechismuszondag voor het voetlicht dan dat ze op de kansel het antwoord op vraag 80 breed uitmeten. En toch staat die veroordeling van de mis als een ‘vervloekte afgoderij’ in ons aller belijdenisgeschrift.
Dat wil zeggen: bij ons wel, maar in de Christian Reformed Church (CRC) niet meer. De synode van 2006 sprak uit, dat de passage over de mis in zijn huidige vorm niet langer deel uitmaakt van wat de kerk gelooft en belijdt. De synode ging daarbij niet over één nacht ijs. Het besluit tot wijziging van de confessie werd genomen na jaren van studie door eigen theologen vanaf 1998, en na een aantal gedachtenwisselingen met toonaangevende rooms-katholieke theologen en met de Amerikaanse en Canadese bisschoppenconferenties.
Tussen haakjes
De synode besloot om in toekomstige uitgaven van de tekst van de Heidelberger de tweede helft van antwoord 80 (vanaf: ‘Maar de mis leert …’) tussen haakjes te zetten, net zoals de Gereformeerde Kerken dat in 1905 deden met de bekende 21 woorden van artikel 36 NGB. In een voetnoot zal worden vermeld, dat deze passage de officiële leer en praktijk van de Rooms-Katholieke Kerk niet accuraat weergeeft, dat daarom ook de veroordeling van deze leer in de bewoordingen van de Catechismus niet klopt en dat kerkleden er dan ook niet langer confessioneel aan gebonden zijn.
In het rapport van een studiecommissie dat de synode van 2004 passeerde en dat de basis vormde voor het recente besluit, worden de ‘significante’ verschillen tussen het het Heilig avondmaal en de mis niet weggepoetst.
George VanderVelde, een van de schrijvers van het rapport: ‘Wij geloven dat wij aan de vergeving en verzoening die Christus verworven heeft, deel krijgen door het geloof en dat we daar niet de bemiddeling van de priester voor nodig hebben.’ Daarnaast wordt ook de rooms katholieke transsubstantiatieleer (brood en wijn worden bij de eucharistie echt lichaam en bloed van Christus) als een wezenlijk verschilpunt benoemd.
Daarom, aldus de synode, is antwoord 80 een heilzame waarschuwing tegen leringen en praktijken inzake de eucharistie (zeker in bepaalde delen van de wereld) die ‘afgodisch’ zijn en ‘de realiteit van het offer van Christus verduisteren’. Maar, zo beklemtoonde VanderVelde op de synode, ‘dat betekent niet dat wij de mis als een “vervloekte afgoderij” mogen bestempe-
len. De gedachte, die aan die veroordeling ten grondslag ligt, namelijk dat in de mis Christus steeds weer opnieuw geofferd wordt, klopt niet. De Rooms Katholieke Kerk leert net als wij dat het offer van Christus eenmaal en voor allen (“once and for all”) is gebracht.’ Volgens VanderVelde hebben de officiële vertegenwoordigers van de Rooms-Katholieke Kerk bevestigt dat hun kerk leert dat Christus offer aan het kruis ‘allesbeslissend, voldoende en onherhaalbaar’ is en dat de eucharistie daar dus geen herhaling van. En dus concludeerde de synode dat de beschrijving en de veroordeling van de leer van de mis door de Catechismus niet kloppen en dat het een kwestie van eerlijkheid en van respectvol omgaan met andere christenen is om de tekst op dit punt aan te passen.
Deze wijziging van de confessie bleek ter synode niet echt controversieel, mede door de manier waarop de plaatselijke kerken in het jarenlange proces van voorbereiding zijn betrokken.
Een van de afgevaardigden noemde de aanpassing ‘in lijn met de rest van de Catechismus die steeds verklaart wat wíj geloven, niet wat anderen geloven’. Ook de buitenlandse zusterkerken van de CRC hebben in de afgelopen jaren hun mening over de voorgestelde wijziging kunnen geven, maar van die mogelijkheid heeft slechts een enkele kerk gebruik gemaakt.
De manier waarop de CRC dit onderwerp heeft aangepakt, laat zien hoe serieus onze Amerikaanse zusterkerken hun belijdenis nemen. Die is voor hen geen museumstuk uit het verleden dat je van een afstand geïnteresseerd bekijkt, maar waar je in de praktijk niets mee doet, evenmin een document waarmee je als ambtsdrager formeel je instemming betuigt, maar waar je intussen met een innerlijk voorbehoud het jouwe van kunt denken, maar een levend getuigenis dat ook anno 2006 moet weerspiegelen wat de kerk gelooft en belijdt. Je zou kunnen zeggen: De CRC-synode van 2006 deed niet aan monumentenzorg, maar aan renovatie.
Kinderen aan het avondmaal
Ook de synodale besluitvorming over kinderen aan het avondmaal was het resultaat van een proces van jarenlange bezinning (begonnen in 1988) binnen de CRC. De argumenten om het avondmaal voor kinderen open te stellen, lijken als twee druppels water op die van enkele Nederlands Gereformeerde kerken die deze stap eerder hebben gezet. De synode sprak uit dat gedoopte kinderen deel uitmaken van Gods gezin en ‘in lijn met de verbondsleer van de Christian Reformed Church uitgenodigd moeten worden om met de rest van de gemeente deel te nemen aan het Heilig avondmaal.’ Dat is volgens de synode geen ontkenning van de noodzaak om je geloof te belijden, maar erkenning van het feit dat ‘het geloof binnen de verbondsgemeenschap op veel manieren en op veel niveaus kan worden beleden en niet alleen door dat met woorden uit te spreken.’ Er zijn valide theologische gronden, aldus de synode, om het deel hebben aan het verbond de basis te laten zijn voor deelname aan het avondmaal, zoals dat in het Oude Testament voor het Pascha gold. Voor het synodebesluit in de plaatselijke kerken kan worden uitgevoerd is een wijziging van de kerkorde nodig en daar gaan twee achtereenvolgende synodes over.
David Engelhard
De synode benoemde ds. Jerry Dijkstra (56) tot ‘executive director’ van de CRC, een functie vergelijkbaar met die van dr. Bas Plaisier van de Protestantse Kerk in Nederland.
Dijkstra is daarmee – na een korte interim-periode, waarin Peter Borgdorff deze post bekleedde – de opvolger van dr. David Engelhard, die van 1994-2005 in deze functie het gezicht van de CRC was. Hij overleed in december 2005 aan een hersentumor.
Engelhard vertegenwoordigde zijn kerken onder meer op onze Landelijke Vergaderingen van 1998, 2001 en 2004, waar hij zich naar eigen zeggen thuis voelde temidden van kerken die net als de CRC verlangen om vanuit het Evangelie van Jezus Christus antwoorden te geven op de vragen van deze tijd.
Reageren?
redactie.opbouw@ngk.nl