Het paradijs is vlakbij

2006-09-01
  • Jaargang 50
  • nummer 17
Voorzichtig doe ik mijn ogen open. Is het geen droom? Ben ik dan eindelijk Dáár? Zijn die fruitbomen van het soort dat twaalf maanden per jaar vrucht draagt en hoort die intens blauwe lucht bij het gerenoveerde heelal? Het voelt aangenaam warm hier. Tien meter voor me zie ik het schitterende meer, beboste hellingen rondom. In het land waar ik vandaan kom zou het in en om zo'n meer krioelen van boten en toeristen. Hier glijdt in de verte een enkele boot over het water, en hoor je even later het geklak van golfjes tegen de steiger.
Schuin omhoog achter me is ons huis voor deze vakantie.
Villa Kakelbont zou een goede naam zijn, al missen we Pippi, het paard en meneer Nilsson. Het huis is van Rosmarie, die we niet gezien, maar wel telefonisch gehoord hebben.
Vroeger schilderde zij hier, het huis hangt vol met haar werk. Duitse van geboorte huwde zij een man van hier en werd zo de Zweden een Zweedse.
Dit land van Selma Lagerlöf met haar Gösta Berling en Nils Holgersson, moet iets van het paradijs hebben overgehouden. Rust, ruimte, stilte. Je kunt het eentonig noemen, steeds meer van hetzelfde, maar ik kan er geen genoeg van krijgen. Mijn fantasie gaat finaal met me op de loop, ik zie de nieuwe aarde voor me. Ooit zal ik wonen bij mijn eigen vijgen/appelboom onder mijn eigen wijnstok naast mijn van vruchten zware bessenstruik (ik ga ze dadelijk plukken!).
Ik heb zo'n meer voor de deur en vrede met mezelf en mijn medemens.
Stromen van vrede en het is niet moeilijk, ja zelfs normaal om God dagelijks te prijzen.
Er is geen ellende van een oorlog tussen Israël en Libanon. Er zijn geen terroristische aanslagen die daar wereldwijd verband mee schijnen te houden.
Kinderen zullen niet meer op een vuilnisbelt rondwroeten en niemand die hun naam weet. Geen ongerechtigheid en vuilheid maar de vrede van Tiberias, o heuvels in het rond, waar Jezus in het zachte gras de mensen liefhad en genas, en in hun midden stond... Het zou hier kunnen zijn.
Wel heb ik ook dit meer van de week tijdens een onweersbui zien steigeren.
Er worstelde een boot tegen de wind in. Storm op het meer, een boot en een Heer die alles in de hand heeft.
Hij die beloofd heeft deze aarde te herstellen en ons mensen te redden uit de razende storm waarin we ons bevinden.
Intussen zit ik toch te genieten van dit stukje oud-paradijs.
Mijn persoonlijke rugzak, zwaar bij aankomst, ligt leeg onder mijn stoel.
Opmerkelijk. Is het dan gek dat ik me even verlost waan? Hoe lang is het geleden dat het ding leeg was?
Is-ie ooit leeg geweest?
Altijd is er wel wat om je druk over te maken. Is het niet in kerk of wereld dan wel in gezin of familie. Loop je te tobben? Laat het los. Nou, vergeet het maar. Ik sjouw een heleboel mee en uit wat ik zo om me heen hoor doen velen dat met mij.
Maar nu, op dit mooie plekje ver van huis, heb ik losgelaten. Alles. Echt waar.
In de tuin naast ons zie ik de buurman in zijn zwembroek, handdoek over de schouders, richting meer lopen. Het is een schuwe man die vorig jaar plotseling zijn vrouw verloor.
Nu is hij hier alleen en zwemt zijn dagelijks rondje, alleen.
Koos komt met thee en een lekker sappig appeltje. Ik maak hem deelgenoot van mijn paradijselijke droom.
Maar hij zegt: ‘ik heb nu paracetamol nodig, heb jij dat bij je?’ Verdrietige buurman. Doosje pijnstillers.
En toch is het paradijs vlakbij.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief