Naar één kerk?

2006-09-01
  • Jaargang 50
  • nummer 17
De vorige keer kon u in de Persschouw een intern-Vrijgemaakte gedachtewisseling lezen over het nut van samensprekingen tussen kerken. Nu kun je tegen dat onderwerp ook heel anders aankijken.
Dat doet dr. H. de Leede, zelf lid van de Gereformeerde Bond in de PKN, in een boeiend artikel in het juni-nummer van het blad Kontekstueel:

De laatste tijd denk ik steeds vaker over een totstandkoming van één Protestantse kerk in Nederland, die bovenplaatselijk (landelijk) de gestalte van een ‘gemeenschap van protestantse kerken in Nederland’ heeft. De protestantse kerken zijn dan (de) kerkgemeenschappen ter plaatse. Die zijn voluit kerk, lichaam van Christus rond Woord en Sacrament. Op bovenplaatselijk vlak zijn er twee lagen, de classes voor de ambtelijke ondersteuning, ‘opdat alles met orde geschiedt’, en de Generale Synode. () Er is veel aan de hand in protestants Nederland. De afbraak van het kerkelijk leven is ongehoord snel gegaan en gaat nog voort. () Maar we schrijven niet alleen het verhaal van afbraak. We zien ook veranderingen die we tien jaar geleden niet voor mogelijk hadden gehouden. Er is een ware evangelicalisering van de kerken gaande. Onlangs ontving ik van de algemeen directeur van de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk een aanbevelingsbrief voor de medewerkers van de landelijke en regionale dienstencentra om deel te nemen aan een studiedag van Willow Creek. () In de kleine gereformeerde kerkformaties zien we eveneens een ontwikkeling richting een sterke evangelicalisering en een daarmee gegeven nieuwe toegang tot en openheid voor oecumene. Deze ontwikkelingen gaan zeker daar opvallend hard. Jaren lang lagen de fronten in de gereformeerde gezindte muurvast.
De kenners van de kleine kerkgeschiedenis weten nog van het Contact Orgaan Gereformeerde Gezindte (COGG). () Na bijna 45 jaar COGG moeten we constateren dat die kleine (kerkelijke) oecumene geen millimeter opschoot. Zij is en wordt zeer snel ingehaald.
In de tweede helft van de jaren ‘90 werd voor een korte periode de aandacht voor deze oecumenische misère op het gereformeerde erf afgeleid door de nadruk op de oecumene van het hart. Dat was vooral het thema van de voorzitter van de Evangelische Omroep, ds. Van der Veer. De herkenning van de eenheid van geloof in en van liefde voor Christus en de eenheid in getuigenis (Evangelische Omroep) en dienst (Open Doors, Woord en Daad, Tear Fund, ZOA, et cetera) in de wereld, zijn toch het belangrijkste? Belangrijker dan (de opheffing van) de kerkmuren! Dat was de redenering. Ook deze ‘oecumene van het hart’ wordt ingehaald.
Inmiddels gaan velen verder en willen ook verder.
De tijd is in een groot deel van het kerkelijk protestantisme rijp voor echte kerkelijke oecumene, maar niet op de wijze van het COGG. En ook niet op de wijze van de Wereldraad van Kerken. () Mijn stelling is dat wij onderweg zijn naar een nieuwe vorm van echt kerkelijke protestantse oecumene - flexibel, minder institutioneel en leerstellig omschreven, maar wel meer dan ‘oecumene van het hart’. En wij doen er goed en wijs aan daar ook actief aan te werken. Aan die ene gemeenschap van protestantse kerken. De tijd is er rijp voor. () Zullen wij - allen - de theologische uitdaging oppakken orthodox te zijn in het aangaan van een levende verbinding met de confessionele - lutherse en gereformeerde - traditie waarin wij staan? Dat betekent voor orthodoxgereformeerden het afleggen van confessionalisme en zeker van belijdenisdwang.
Voor de gemeenten en kerken die zich spiritueel aangesproken weten door de evangelische beweging ligt daar een niet minder grote theologische uitdaging. Kiezen zij ervoor orthodox te zijn in het onderhouden van een levende verbinding met de confessionele traditie van het protestantisme?
Grond voor kerkelijke gescheidenheid van gereformeerde en lutherse belijders en geloofsgemeenschappen van protestanten is er niet meer. Tenzij wij (opnieuw) kiezen voor de belijdeniskerk van de reformatorische zuil. De ecclesiologische uitdaging is protestantse geloofsgemeenschappen ‘ter plaatse’ te vormen die een bedding vormen voor de religie van het belijden dat wil zeggen: voor geleefd geloof. ()

De Leede stelt ook de vraag wat dit betekent voor de kerken van de afscheiding en de vrijmaking:

Er is veel in beweging, wanneer ik het als betrekkelijke buitenstaander volg.
Hervormden in de Protestantse Kerk zullen moeten leven met de wetenschap dat de Nederlandse Hervormde Kerk van de jaren 1951 tot 1991 voorbij is. Op vergelijkbare manier zijn de kerken van Afscheiding en Doleantie van voor de Evangelische Omroep, van voor de jaren ‘60 voorbij. Zij staan op een driesprong. Of herdefiniëring van de belijdeniskerk. De prijs is hoog. Of verregaande evangelicalisering zonder nieuwe verbinding met de grote traditie.
Daarvan is de prijs ook hoog. Dan worden deze kerken plaatselijke verenigingen zonder identiteit. Er is een derde weg, die van de aansluiting bij de brede gemeenschap van Protestantse Kerken. () Kortom, een gemeenschap van protestantse geloofsgemeenschappen die de oefening van de eenheid van het lichaam van Christus, de heling van wat gebroken is op netwerkachtige wijze zoekt vorm te geven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief