Mijn broer of zus gelooft niet meer
2006-09-15
Ontmoeting- Jaargang 50
- nummer 18
Je kent vast van dichtbij wel mensen, die het geloof in Jezus Christus niet delen. Soms zijn het je eigen kinderen, kleinkinderen of broers of zussen. Hún andere keus op dit moment zal ongetwijfeld wat met je gedaan hebben, en nóg met je doen. Vertel elkaar je ervaringen op dit punt. Als Jezus in jullie kring zou zijn, op wat voor inbreng van zijn kant zou je dan hopen?
Bezinning vanuit de bijbel
• In de bijbel vertelt de evangelist Lucas van iemand, die Jezus over dit soort vragen wel eens wilde horen. ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’ Het was iemand die waarschijnlijk al langer met dit soort vragen bezig rondliep, en nu de gelegenheid kreeg om Jezus die vraag te stellen.
Wat zou Jezus’ antwoord zijn?
• Lees Lucas 13:22-30. Jezus antwoordt niet met ja of nee. Hij wil geen ver van mijn bed show, maar maakt van de vraag een boemerang. De vraag keert met een geweldige snelheid en impact bij de vragensteller terug. Wat maakt Jezus daarmee duidelijk?
• De woorden in vs 24-27 kunnen gemakkelijk misverstaan worden. Het gaat er niet om, dat de ‘velen’ niet kunnen binnengaan omdat ze niet uitverkoren zijn of iets dergelijks. Mensen die wel willen, maar niet kunnen of mogen… Nee, het gaat hier om mensen die heel lang en uiteindelijk té lang vrijblijvend aan de kant blijven staan. Ze willen zo lang mogelijk outsider blijven. Jezus zegt tegen deze mensen - van Gods eigen volk Israël! – dat het ook wel eens te laat kan zijn. Heb je dat gevaar ook wel eens bij jezelf ontdekt, als je bezig bent met de vragen rond het eeuwig wel en wee?
• Aan het eind geeft Jezus overigens een positief antwoord op de vragensteller.
Er zullen straks velen op de nieuwe aarde rondlopen. De hoeveelheid is verrassend, maar ook de herkomst en de volgorde van de velen! Confronterende woorden niet alleen voor Israël toen, maar ook voor Europeanen nu!
Slot
Het kost volgens onze Heer moeite en strijd om in te gaan in het Koninkrijk van God. Deel wat van die moeite en strijd, en bid dan concreet voor elkaar.
Zing tenslotte Psalm 89: 1, 7 en 8.
| De vanzelfsprekendheid voorbij Het is nog niet zo heel lang geleden, dat de vragen rond ‘het eeuwig wel en wee’ met een zekere eenvoud beantwoord werden: er is één Naam waardoor wij behouden moeten worden. Dat geloven we, en we geven het door aan onze kinderen en kleinkinderen en aan allen die verre zijn. Oók zij moeten het enige evangelie tot behoud horen! Vandaag wordt de eenvoud van dat antwoord aangevochten. Onze westerse cultuur is benauwd voor absolute claims. Verre heidenen hebben een gezicht gekregen. En onze geliefden zeggen soms het geloof vaarwel. Wie durft dan nog grote woorden te gebruiken? |