Meer ruimte voor zegenen
2006-10-13
De dienst begint bijna. Voor de dienst bidt de ouderlinge van dienst voor me en zegt tot slot ongeveer de volgende woorden. ‘Dick, ik zegen je met de Genade van Christus.- Jaargang 50
- nummer 20
Hierdoor sta je vrij voor God. Met de Liefde van God, dat zijn liefde door jou heen mag stralen in deze dienst.
Met het inzicht van de Heilige Geest, dat Hij je mag leiden in alles.’ Ik ervoer het als zeer goed om gezegend te worden voordat ik tot zegen mocht zijn. Gezegend om te zegenen.
Een vader geeft zijn kinderen, voordat ze op vakantie gaan, de zegen mee. Hij maakt ondertussen met zijn duim het teken van een kruis op hun voorhoofd. Toen de kinderen later zelfstandig woonden, gaven ze aan dat ze dit zo misten.
Vrijdagavond
Veel Joodse jongens en meisjes zijn wat dit betreft helemaal bevoorrecht, zij ontvangen iedere vrijdagavond de zegen van hun ouders. Thuis uit de synagoge leggen vader en moeder hen de handen op, zegenen hen met een vast formuliergebed, dan volgt een vrij gedeelte waarin de ouders hun eigen gebed uitspreken, het geheel mondt uit in de Aäronitische zegen. Wat een rijkdom! En wat een verlies voor ons en onze kinderen dat wij deze machtige bekrachtiging en bemoediging zijn kwijt geraakt!
Alleen ambtelijk?
De zegen van God is een grote schat, ons gegeven om erin te leven en eruit te delen. Maar velen delen dit niet uit, omdat ze menen dat het zegenen een ambtelijk voorrecht is. Deze geremdheid is een erfenis die deels uit ons roomse verleden komt. De genade werd door de priester uitgedeeld, hij bepaalde of de kraan van het genadereservoir open gedraaid zou worden of dicht zou blijven. Een andere oorzaak voor deze schroom tot zegenen is Hebreeën 7:7, dat het mindere door het meerdere gezegend wordt. Wie ben jij dat je de meerdere zou willen zijn? Als gevolg hiervan is de zegen vooral beperkt gebleven tot de voorganger en tot de kerkdienst.
Maar bijbels is deze beperking bepaald niet.
Elkaar tot zegen
Persoonlijk ervaar ik het als een groot voorrecht om mensen te zegenen wanneer daar aanleiding voor is. Een vrouw die door dementie niet meer te bereiken is, maar die op de Aäronitische zegen onder handoplegging reageert met een hartstochtelijk ‘ja’. Twee oudere mensen in een moeilijke fase van hun leven. We zitten biddend met de handen in elkaar in een kring, het hoogtepunt blijkt voor beiden de uitgesproken zegen te zijn. Een kind met zorgen, wat mooi is het om als vader of moeder dan de Genade, de Liefde en de Vrede van God over dat kind uit te spreken! Ik gun het zoveel christenen dat ze niet alleen elkaar tot zegen mogen zijn, maar dat ze dit bijzondere middel ook mogen benutten. Niet als goedkoop strooigoed: ‘nou, de groeten, mijn zegen heb je’, maar als bewust gegeven ‘genademiddel’.
Priesters
Wat is zegenen? Zegenen is de belofte van God zichtbaar en tastbaar maken. Joodse ouders leggen een mix van gebed en beloften op hun kinderen met handoplegging, de kinderen kunnen zo voelen dat God er voor hen is. De ouders zijn een middel om met hun stem, hun handen, hun liefde en geloof die belofte tot een ervaarbare werkelijkheid te laten worden. Die zegen is een teken dat verwijst naar de werkelijkheid van God.
Wanneer Joodse ouders deze rijkdom zo delen, waarom zouden wij hierin dan achterblijven? We zijn zoveel rijker geworden in Christus. We zijn allen profeten, priesters en koningen.
Als priesters mogen we het heil aan elkaar bemiddelen, een middel zijn.
Niet dat we tussen die ander en God in gaan staan. Maar wel om als bedelaar aan een andere bedelaar te vertellen waar Gods heil te vinden is. En de beloften waarover de catechismus spreekt, de schatten en gaven in Christus, mogen gedeeld worden. En als je dat deelt, waarom niet in de vorm van een zegen? Al of niet met handoplegging?
Elkaar zegenen
We kennen allemaal de woorden van Paulus (2 Korintiërs 13:13): ‘De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap met de heilige Geest zij met u allen.’ Het is zomaar een slot van een brief. Paulus sloot vaker zijn brieven op deze manier af. Daarmee gaf hij aan dat deze zegenwens, dit gebed, in zijn hart zat wanneer hij afscheid nam.
Voor ons zijn deze woorden zo bijzonder geworden dat ze vaak gereserveerd zijn voor de afsluiting van een dienst. Wij zullen er niet snel een brief mee besluiten en als iemand op reis gaat zullen we niet snel tegen haar zeggen: ‘jo, de genade van onze Heer, Jezus Christus, en de liefde van God, en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met je.’ Maar het zou van geestelijk leven kunnen getuigen wanneer we het wel zouden doen. En het zou onze onderlinge omgang sterk kunnen verrijken, want zowel de gever als de ontvanger vaart er wel bij.
Gelaagdheid
Maar hoe zit het dan met die tekst uit Hebreeën 7:7? Dat de mindere door de meerdere gezegend wordt? Het veronderstelt toch een hiërarchie?
Zeker, bij Abraham en Melchisedek was dit zo. Maar al in het O.T. zijn er teksten te vinden waar de meerdere door de mindere gezegend wordt (Job 31:19,20).
De Bijbel heeft ook een gelaagdheid in het spreken over de zegen. Soms duidt het hebreeuwse woord ‘baruch’ op een massieve, onherroepelijke zegen (Isaäk en Jakob). In die zegen lagen woorden met profetische kracht. Het was een krachtige zegenspreuk, hier werd de mindere door de meerdere gezegend. Maar op andere plaatsen is de zegen minder massief. Wanneer Boaz zijn maaiers ziet zegt hij: ‘De HEER zij met jullie’.’De HEER zegene u’, groetten zij toen terug (Ruth 2:4). Ook hier zien we weer dat de meerdere door de mindere gezegend wordt. Een zegenwens en een zegengroet worden als het ware in het voorbijgaan aan elkaar gegeven.
Dat is een zeer wenselijke situatie in deze tijd waarin de vloek vaker wordt doorgegeven dan de zegen. En dat is in strijd met 1 Petrus 3:9: ‘als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug; zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt, want daartoe
bent u geroepen.’
Instrumenten
We gebruiken het voorrecht van het zegenen veel te weinig. Natuurlijk, we kunnen hierin doorschieten. Het gevaar dat sommige zielen zich als een christelijk medium gaan zien van wiens trillende handen anderen afhankelijk zouden worden is aanwezig.
Maar misbruik sluit het goede gebruik niet uit.
Belangrijkste vraag is in dit alles wat onze houding is. Is het ons verlangen om, met Franciscus van Assisi, te bidden en te verlangen dat we een instrument van zijn vrede worden? En als dit ons verlangen is (onze omgeving is er altijd naar op zoek) is het dan niet een machtig voorrecht om de beloften van God voor die persoon, met of zonder handoplegging, in de vorm van een zegen aan iemand te geven, te bemiddelen, aan te bieden?
Zal God zo’n verlangen om tot zegen te zijn beschamen?
Een vrijgemaakte afsluiter
In de GKV is jaren geleden besloten dat ook de preeklezer die geen predikant is de zegen mag uitspreken, onder opheffing van handen.
Motivatie: ‘de volmacht tot het begroeten in de naam van God en tot het leggen van de naam van God op de gemeente is gegeven door de aanwezigheid van onze Here Jezus Christus met zijn zegen.’ (Ommen, 1993). Dat is mooi geestelijk gemotiveerd!
Waar Christus is, daar mag gezegend worden. Gezegend de gemeente en de christen die deze bemoediging en bekrachtiging regelmatig van Godswege mag ontvangen door middel van mensen.