Independentisme

2006-11-10
  • Jaargang 50
  • nummer 22
Het is een publiek geheim dat sommige plaatselijke gemeenten in de Christelijke Gereformeerde Kerken zich vrijheden toe-eigenen waarop ze binnen het vigerende kerkrechtelijk systeem (het presbyteriaal-synodale stelsel) geen recht zouden hebben. Het is ook al jaren de gewoonte dat op meerdere vergaderingen uitgesproken wordt dat dat niet zou moeten, waarna vervolgens iedereen weer gewoon verder gaat. Ds. P. den Butter, emeritus-predikant, vele malen synodebestuurder, en zelf horend tot de behoudende vleugel van zijn kerken, komt in deze situatie met een opmerkelijk voorstel. In De Wekker van 29 september schrijft hij een artikel over: ‘Iets goeds in het independentisme?’ Na een aantal voorbeelden van kerkelijke ongehoorzaamheid genoemd te hebben, trekt hij een conclusie:

Wat was van dit alles nu het gevolg?
Dat de Christelijke Gereformeerde Kerken met hun goed gereformeerde stelsel van kerkregering independentistisch gingen denken en doen, zonder het independentisme als stelsel te aanvaarden. Daarin zit iets onwaarachtigs. Sterker: zo kun je moeilijk langer samen kerk zijn. Zo wordt een kerkverband naar buiten toe ook hoe langer hoe ongeloofwaardiger.
Want wie zijn we nu eigenlijk? () We wonen wel in hetzelfde pand (). Maar dat pand lijkt wel een hotel waarin we elkaar af en toe ontmoeten in de lobby en de eetzaal, terwijl voor de rest ieder zich terugtrekt in zijn eigen kamer.

En dan komt Den Butter met zijn voorstel; feitelijk komt dat neer op van de nood een deugd maken. Alles overwegende is hij namelijk tot de gedachte gekomen...

... dat er in het independentisme toch wel iets goeds zit. Kenmerk van dat stelsel is dat het geen synoden kent, maar dat elke plaatselijke kerk geheel autonoom is en zelf de dingen kan beslissen. Is dat ideaal? Zou ik dan tot dit stelsel willen overgaan? Niemand behoeft mij te vertellen welke bezwaren eraan kleven. In het buitenland, waar dit stelsel van kerkregering meer voorkomt dan in ons land, heb ik heus wel gezien dat het independentisme ook niet alles is. Ik denk er dan ook niet aan om het te omhelzen. Dat heb ik ook geenszins willen beweren. Ik heb niet meer gezegd dan dat er iets goeds in is. Wat is dat goede dan?
Ik denk aan twee dingen. Binnen het independentisme kan een plaatselijke kerk onder andere zelf bepalen met welke andere plaatselijke kerk zij contacten wil onderhouden. Zoals de dingen bij ons liggen stimuleert onze synode de kerken om contacten te zoeken met de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt (GKV) of/en met de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK). Maar stel dat een plaatselijke kerk in die richting geen heil ziet en veel meer affiniteit en geestelijke verwantschap vertoont met bijvoorbeeld de Hersteld Hervormde Kerk? Dat contact kan evenwel niet, omdat de synode daar geen groen licht voor gaf. Zou er nu geen synode zijn die hierover bindende uitspraken doet, dan staat het de plaatselijke kerk vrij van dergelijke contacten wel werk te maken. Dat zou zij kunnen doen zonder ongehoorzaam te zijn. Zonder een eens gegeven belofte te schenden en woordbreuk te plegen. Is dat geen voordeel?
Nog een voordeel. Nu wordt het wel als gênant ervaren dat een synode besluiten neemt, die niet veel meer zijn dan een in ongehoorzaamheid ingezette trend achteraf goedkeuren.
Zo demonstreert die synode dan haar onvermogen om leiding te geven en geeft ze in feite haar gezag uit handen.
Wat is dan nog de waarde van zo'n synode, die impliciet ruimte geeft voor independentistische tendensen terwijl ze toch haar synodaalpresbyteriaal stelsel prolongeert?
Eén en ander maakt wel duidelijk, dat het stelsel wel goed kan zijn, maar dat het vanwege de geaardheid van de mens nog niet zo eenvoudig is om dat stelsel ook eerlijk te laten functioneren.
Wat is de oplossing? Ik zou het niet weten. Ik heb ook geen weg willen wijzen, maar alleen een paar dingen willen signaleren. Wat we in ieder geval niet moeten doen is voort- bezwagaan op de inmiddels ingeslagen weg.
Wel op die weg voortgaan zou uiterst inconsequent zijn, omdat we dan zeggen niet independent te willen zijn maar wel independentisme toe te laten en (tot op zekere hoogte) te bevorderen. Laten we dan liever bezien op welke wijze de spanning tussen plaatselijke kerken en generale synoden in de hand gehouden kan worden zodat ons stelsel van kerkregering op een eerlijke en geloofwaardige wijze gestalte kan krijgen.
Desnoods door dat stelsel hier en daar aan te passen.

Te zeggen dat we hiermee nu aan de vooravond staan van een herverkaveling van het kerkelijk erf zou nogal overdreven zijn. De Wekker heeft het ook niet aangedurfd om het artikel van Den Butter zonder meer te plaatsen: er volgt een kritisch commentaar op van de onbetwiste kerkrecht-autoriteit professor Van ‘t Spijker. Maar alleen al het aan de orde stellen van dit onderwerp is een boeiende ontwikkeling.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief