Niets eigens en toch iets kenmerkends
2006-10-27
Hoe lees en gebruik je de bijbel? Op basis van welke vooronderstellingen?- Jaargang 50
- nummer 21
Met behulp van welke uitlegkundige regels? Vragen als deze worden hermeneutische vragen genoemd.
Kennen de Nederlands Gereformeerde Kerken een eigen methode van Schriftuitleg, die onderscheiden kan worden van de wijze waarop in andere kerken de bijbel gelezen wordt?
Het antwoord op deze vraag ligt volgens mij nogal voor de hand: ‘Nee, de NGK hebben in de verste verte geen eigen hermeneutiek’. En dat niet eens omdat ze nooit een eigen hermeneutiek hebben vastgesteld (op een Landelijke Vergadering of zo), maar omdat de vooronderstellingen en uitgangspunten waarmee de bijbel in de NGK gelezen wordt dezelfde zijn als die van andere Gereformeerde Kerken.
Hermeneutische uitgangspunten
Enkele uiterst fundamentele en algemeen aanvaarde uitgangspunten van het gereformeerde Schriftverstaan zijn:
• de bijbel is het door de heilige Geest geïnspireerde woord van God;
• alleen middels de bijbel leren we God en onszelf werkelijk kennen;
• de bijbel legt zichzelf uit;
• Jezus Christus is de vervulling van al Gods beloften en het centrum van de Schriften;
• goede bijbeluitleg vereist zorgvuldige lezing van de bijbel in de grondtaal;
• de bijbel moet gelezen worden in de context van zijn tijd.
Deze uitgangspunten (de opsomming is niet volledig) zijn als bakens in de zee waarop gereformeerde exegeten zich tot op de huidige dag op oriënteren.
De Nederlands Gereformeerde bijbeluitleggers vormen hierop geen uitzondering. Dat merk je als je kennis neemt van het werk van de meest productieve exegeten van de NGK in de afgelopen decennia.
Van Vonk tot De Jong
Of je nu De Voorzeide Leer van ds. C. Vonk of de Schriftstudies van ds. H. de Jong leest, de psalmenuitleg van ds. F. van Deursen of die van ds. M.R. van den Berg, het exegetische werk van prof. H.J. Jager (hoewel hij strikt genomen geen Nederlands Gereformeerde exegeet is, ademt zijn werk een Nederlands Gereformeerde geest) of prof. D. Holwerda, hoe verschillend van aard hun werk ook is, hun basishouding is steeds dezelfde.
Bij allen proef je een heilige schroom tegenover de Schriften en het besef dat God daarin tot ons spreekt. De uitleg is ook gestempeld door een hartelijke liefde om de gemeente te dienen, zorgvuldig, voorzichtig en betrokken op het hier en nu. En bij allen is heel de exegese doortrokken van het diepe besef dat het Oude en Nieuwe Testament een onlosmakelijke eenheid vormen en dat Christus de vervulling van de Schriften is. Nu, deze basishouding is ondenkbaar zonder een diepe verworteling in de grondprincipes van het gereformeerde Schriftverstaan.
Rapport Vrouwelijke Ouderlingen en Predikanten?
Betrek je bij de overwegingen een meer recent en officieel Nederlands Gereformeerd document als het rapport Vrouwelijke Ouderlingen en Predikanten?, dan bevestigt dat de bovengenoemde stelling. In de weg van een eerbiedig en zorgvuldig luisteren naar de heilige Schrift concludeert het rapport dat alle ambten voor zusters van de gemeente opengesteld kunnen worden. Zeker, deze conclusie staat ter discussie. Er zijn er zelfs die vinden dat deze conclusie onbijbels is, omdat zij menen dat Paulus’ voorschriften voor man en vrouw ook nu nog direct toegepast moeten worden. Maar niet ter discussie staan de hermeneutische uitgangspunten op basis waarvan het rapport geschreven is, simpelweg omdat het rapport nergens in conflict met die uitgangspunten komt. Integendeel, het gaat daarvan uit!
Open en ondogmatisch
Als de omgang met de Schrift in de NGK al iets kenmerkends heeft (iets eigens vind ik te veel gezegd, want we hebben er geenszins patent op!), dan zit ‘m dat niet in de hermeneutiek, denk ik, maar in een bepaalde luisterhouding. Die heeft iets opens en ondogmatisch. Met een zekere voorliefde wordt in de NGK Mattheüs 13:52 wel aangehaald: ‘Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt.’ Nieuwe en oude dingen. De Schrift bevestigt niet alleen de bestaande dogmatische en ethische standpunten (als dat gebeurt is daar allicht niets mis mee!), maar opent daarnaast in elke tijd steeds weer nieuwe perspectieven, spreekt altijd weer met een frisse, profetische zeggingskracht. Als er iets is dat veel bijbeluitleg (in praktijk komt dat neer op Woordbediening) in de NGK kenmerkt, dan is het dat verlangen om als die huismeester te zijn die nieuw en oud uit de rijke schatkamer van de Schrift te voorschijn brengt.
Oud én nieuw
Iedere tijd stelt een mens voor vragen waarvan de beantwoording niet kan opgaan in louter herhaling van wat er in het verleden gezegd is. De mensheid leeft in steeds wisselende decors.
Zeker, in het menselijke bestaan zitten constanten die zich altijd en overal laten gelden. Het zijn de grote gegevenheden van het leven: dat God God en de mens mens is. Dat er een duivel is en zonde, schuld, oordeel en dood.
Dat in Christus verzoening, verlossing en vernieuwing tot stand gebracht zijn. Dat het Koninkrijk nabij is. Dat het te doen is om liefde en gerechtigheid. Dat gaat elke generatie aan en daarom leggen we in de NGK de bijbel in diepe verbondenheid met de belijdenis van de vaderen uit. Maar vanwege die steeds wisselende decors heeft elke generatie ook een eigen agenda en die vraagt om een open en ondogmatische luisterhouding. Hoe moeten we vanuit de Schriften reageren op het specifieke appèl dat onze eigen tijd en deze situatie op ons doen? Welk Schriftwoord is nu een woord op zijn tijd? Zoals ik het zelf altijd gevoeld heb, kenmerken de NGK zich door een verlangen, een gedrevenheid zelfs om vanuit de Schrift de eigen tijd te doorgronden en een profetisch licht te werpen over ontwikkelingen die gaande zijn.
Meervoudige openheid
Zo’n luisterhouding vraagt om een meervoudige openheid. Een open oog voor ontwikkelingen in de samenleving, een open oor voor de Schriften en een open hart voor hetgeen de Geest tot de gemeenten te zeggen heeft. Daar waar die drie samenkomen, kan het gebeuren, gáát het gebeuren dat de Schriftuitleg, de bediening van het Woord een profetische kracht krijgt.
Het gaat bij deze luisterhouding dus om meer dan om ruimte voor een bezinning op - ik noem maar wat - de leeswijze van Genesis 1, homoseksualiteit, ziekenzalving, de plaats van Israël in Gods heilsplan, de verhouding tussen man en vrouw e.d.. De ruimte voor een open bezinning op al deze kwesties vloeit wel voort uit die open en enigszins ondogmatische luisterhouding, maar gaat daarin niet op. Meer nog is het te doen om een bediening van het Woord waarbij in één beweging zowel de Schrift als de eigen tijd uitgelegd worden.
Risico
Het mooie van een Schriftuitleg als deze is, dat ze actueel is zonder modieus te zijn, eigentijds zonder aan bijbelse diepgang te verliezen. Ze staat ook heel dicht bij de gemeente en bij de ervaring van alledag. Maar ik heb gemerkt dat er ook een zeker risico aan zit. En dan bedoel ik nog niet eens dat deze open en enigszins ondogmatische luisterhouding wel eens tot een misser kan leiden. Dat risico bestaat en er zijn voorbeelden van dergelijke missers te geven. Maar vooral denk ik hieraan dat een prediker en zijn hoorders zo gespitst kunnen zijn op dat nieuwe, dat de interesse voor het oude er wat bij inschiet. Ooit preekte ik over het woord van Paulus dat hij ‘niet besloten had iets te weten onder ons, dan Jezus Christus en die gekruisigd’.
N.a.v. de preek merkte iemand op: ‘Dat wisten we allemaal al.’ Het was geen compliment. Ik bedoel, de hang naar het nieuwe kan zo overheersen, dat we feitelijk niet veel verschillen van de Atheners die voor niets anders tijd hadden dan om iets nieuws te zeggen en te horen! En daar wordt een mens blasé van.
Geen systeem
Aan het woord ‘ondogmatisch’ dat ik hierboven gebruikte zit nog een kant waar ik tenslotte kort bij wil stilstaan.
Kort geleden, tijdens de opening van het academische jaar van onze predikantenopleiding haalde ds. De Jong een uitspraak van Prof. B. Holwerda aan: ‘Eigenlijk kun je over de bijbel alleen maar preken.’ Die uitspaak trof me als een uitspraak van hermeneutisch gewicht.
Ze zegt iets over de bijbel.
Preken is iets heel anders dan systematische theologie beoefenen. In een preek wordt de volle aandacht gewijd aan dan het ene, dan het andere bijbelwoord.
Zeker, dat bijbelwoord wordt in samenhang met het geheel van de Schriften uitgelegd. En als het goed is, ligt aan een preek ook goede kennis van de dogmatiek en ethiek ten grondslag.
Toch is preken iets heel anders dan het schrijven van een dogmatiek of een ethisch handboek. De neiging om het vele van de Schriften in één systeem onder te brengen ontbreekt in de prediking.
O. Noordmans zei zelfs: ‘In de preek behoort het geheel van de dog-
matiek scheef getrokken te worden’!
Als over de bijbel uiteindelijk alleen gepreekt kan worden, dan geeft dat aan dat de bijbel niet in een gesloten systeem valt onder te brengen. Daar is het boek blijkbaar te rijk, te vol leven, te veelzijdig voor!
Ook dit neem ik waar in de omgang met de Schrift in de NGK. Een grote beduchtheid om het geheel van de Schriften in een systeem onder te brengen, ofwel een diep verlangen om de volheid van de Schrift recht te doen. Nogmaals, dat is allerminst typisch Nederlands Gereformeerd! Je vindt dit ook bij zoveel anderen terug! Maar ook in de NGK.
Van week tot week
Nu, zo proberen we in de NGK met de Schriften te leven, denk ik. We spellen steeds weer Gods woorden met elkaar, al die door Gods Geest geïnspireerde, wonderlijk mooie, maar soms ook vreemde, hoekige en haakse woorden. En van elk woord verwachten we iets voor onze tijd. We brengen die niet in een gesloten systeem onder - stukwerk is ons kennen - maar leven daarmee van week tot week.
Totdat Hij komt.
Ds. Jan Mudde is predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Haarlem. Hij was lid van de studiecommissie die het rapport Vrouwelijke ouderlingen en predikanten (2003) schreef voor de Landelijke Vergadering van de Nederlands Gereformeerde Kerken.