Met heiliging de wereld in

2006-10-27
  • Jaargang 50
  • nummer 21
Onlangs reed een bevriend predikant mij door de Amsterdamse wijk Osdorp. Hij is betrokken bij de stichting ‘Hart van Osdorp’. Deze stichting wil de bewoners van Osdorp via het oprichten van verschillende centra dienen met inspiratie (aandacht voor God en zingeving), vernieuwing (cursussen op allerlei gebied) en praktische hulp (voedselbanken, huiswerkbegeleiding, etc.).

Tijdens de rondrit raakte ik ietwat gedeprimeerd door de ontstellende terugval van het christelijk geloof. In Osdorp wonen zo’n 45.000 mensen, autochtonen en allochtonen, dwars door elkaar heen. Mij werd verteld dat een PKN-gemeente, een vrijgemaakte kerk en twee rooms-katholieke parochies ’s zondags alles bij elkaar ongeveer 500 christenen trekken.
Verder kreeg ik vier moskeeën en een hindoetempel te zien. Natuurlijk, de situatie in Osdorp kan geen model staan voor heel ons land. Amsterdam is geen Bedum, Bunschoten of Rijssen. Maar toch.

Gapende leegte
Nederland is niet alleen geseculariseerd, maar ook multireligieus geworden.
Een kleine christelijke minderheid wordt geconfronteerd met een cultureel klimaat waarin mensen sterk op zichzelf betrokken zijn, zelf de koers van hun leven willen bepalen, ongekende mogelijkheden hebben onmiddellijk behoeften te bevredigen en wantrouwend of zelfs vijandig staan tegenover absolute normen.
God schiep de mens met een ziel bedoeld om van Hem te genieten.
De gapende leegte die bij de zondeval ontstond, wordt in Nederland opgevuld met (af)goden bij wie een mens altijd dorst houdt.

Zout en licht
Een van de grootste verzoekingen voor Christenen is dat zij hierin meegaan en vergeten dat zij afzonderlijk en samen geroepen zijn een tegencul-zelfbetuur te vormen. ’Doe niet als zij’, is een in de Bijbel steeds terugkerend thema. Het hoogtepunt hiervan is de volledige innerlijke omkering die de Here Jezus in de Bergrede aan de orde stelt. Christus schetst daar de botsing tussen enerzijds heiliging vanuit het evangelie en anderzijds de waarden en normen van het ongeloof en een op geestelijke prestaties gerichte religiositeit.

Jezus wil dat zijn volgelingen in de samenleving zowel bederfwerend als smaakmakend (‘zout van de aarde’) zijn. Door in het koninkrijk van de mens als burger van zijn koninkrijk te leven, mogen zij als ‘licht van de wereld’ iets van de morele schoonheid van hun Heiland reflecteren.
Dat laatste doen we niet als we van verlangens die zich in het perspectief van de eeuwigheid op de tweede plaats moeten bevinden, eersterangsverlangens maken. In dat geval vinden we onze diepste vreugde in zegeningen die God ons geeft in de sfeer van relaties, werk, gezondheid en waardering, en niet in God zelf. We danken de HERE tijdens jubilea voor al dat goede. Maar hoe zou satan daarop reageren?
Eens twijfelde hij aan Jobs motieven: ‘Zou Job werkelijk zonder reden zoveel ontzag voor U hebben? U hebt het werk dat hij doet, gezegend, zodat zijn bezit zich steeds uitbreidt.’ Godsvrucht uit eigenbelang! Job doorstaat de zware proef. ‘Al zal de vijgenboom niet bloeien (…) en staat er geen schaap in de kooien, toch zal ik juichen voor de Heer’ (Habakuk 3:17). Als dat geen heiliging is.

Het koninkrijk in en er op uit
Hoe belangrijk Jezus het vervolgens vindt zijn volgelingen met juist heiliging de wereld in te sturen, blijkt uit Johannes 17. Jezus’ sterven komt snel naderbij. Op zo’n moment heeft een mens het alleen nog maar over de allerbelangrijkste zaken. ‘Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.’ Christus herinnert zijn discipelen eraan dat allen die zijn koninkrijk worden binnengeroepen, er ook altijd weer op uit worden gestuurd. Zelf zocht Jezus geen isolement. Evenmin assimileerde Hij met zijn omgeving. Jezus werd mens, uitgezonderd de zonde.
In lijn daarmee worden wij uitgekozen om met een op God gericht hart in de huid van de ander te kruipen.

De profeet Jeremia schreef eens een brief aan Israëlitische ballingen in Babel die zich in een soortgelijke situatie bevonden (Jeremia 49:4-7). Ze leefden als minderheid in een hedonistisch, materialistisch en religieus relativistisch klimaat. Hoe daarin positie te bepalen? Jeremia geeft dan door wat de HERE zegt: ‘Ik leidde het zo dat jullie daar kwamen te wonen en heb er een plan mee. Neem volop deel aan het culturele, economische en politieke leven, maar doe dat als burger van Mijn koninkrijk. En begin met bidden voor het shalom van de stad waarin je woont.’

Upside down
Wat zijn de kenmerken van een burger van het koninkrijk van Jezus Christus in onze (post)moderne cultuur?
Hoe vormen Christenen vandaag de dag een tegencultuur?
Amerikaanse Christenen spreken over een upside down houding, een ten opzichte van de waarden van het koninkrijk van de mens gekanteld en omgekeerd denken en handelen.
Een voorbeeld: Een vrouw beging tijdens haar werk een grote fout die haar bedrijf ernstige schade berokkende. Ze verwachtte dat haar directeur haar zou ontslaan.
Toen ze geruime tijd niets hoorde, informeerde zij bij haar directe chef.
Deze vertelde haar dat hij tegenover de directeur de schuld op zich had genomen. ‘Ik besefte dat ik hier al zo lang een gewaardeerde positie inneem, dat ik vanwege die fout geen risico loop te worden ontslagen. Bij jou ligt dat nog anders.’ De vrouw reageerde verbijsterd: ‘Ik ken alleen maar chefs die hun fouten op hun ondergeschikten afschuiven. Maar u...’ Daarna vertelde de chef dat hij christen was en zo diep geraakt door Christus’ offer voor zijn schuld, dat hij nu tegenover zijn werkneemster graag het beeld van zijn Heiland wilde tonen.

Eigen ik
Onze tijd verschilt in die zin niet van vorige dat zelfzucht een wortelzonde is. Of mensen hun uiteindelijke geluk nu zoeken in macht, luxe, succes, waardering of genot, steeds staat het eigen ‘ik’ centraal. Zelfs de motieven van onze goede werken moeten gewantrouwd worden. De arts Frederik Treves die zich rond 1900 ontfermde over de ongelooflijk misvormde en door iedereen verafschuwde olifantman John Merrick, deed dat aanvankelijk alleen maar om er tegenover collega’s eer mee in te leggen.
Jezus zegt niet voor niets dat de balk van zonde zich in ons eigen oog bevindt. Alleen ik zelf kan immers in mijn eigen hart kijken en ontdekken waardoor ik voortgedreven word.

Wat zou Jezus doen?
De Here Jezus was volmaakt upside down. Zijn beloning was ons geluk!
Hij stierf voor zijn vijanden. Hij was de verpersoonlijking van de vrucht van de Geest: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, vertrouwen, zachtmoedigheid, zelfbeheersing Hij was nederig en kwam om te dienen. Hij koesterde rechtvaardigheid zonder hardvochtig te zijn. Hij was vergevingsgezind zonder de normen van het paradijs los te laten.
Zelfonderzoek en verootmoediging in de zin van Daniël - ‘wij hebben gezondigd’ - zijn hier essentieel. Nooit vond een geestelijke opwekking plaats zonder verdiept zondebesef tegenover de heilige God. Toegepast bij deze bijzondere uitgave van De Reformatie en Opbouw: terwijl wij onderlinge geschillen uitvochten, hadden we er weinig oog voor dat het geloofsgebouw van zoveel mensen in brand stond. Filippenzen 2 en 3 - ‘de gezindheid van Christus’ - zullen ons samen erg
What would Jesus do? Bij Jezus bestaat een nauwe relatie tussen persoonlijke godsvrucht en ijver om te helen wat in de samenleving kapot ging. Hij bracht armen het goede nieuws, genas blinden en gaf onderdrukten hun vrijheid terug. Steeds waren er christenen die begrepen dat het één niet zonder het ander kan.
Vanuit geestelijke opwekking vloeide strijd tegen corruptie en slavernij voort, werden christelijke scholen en kunstuitingen geboren, kwam men op voor sociale en politieke gerechtigheid.
Kerkleden vormden geen onzichtbare enclave, maar vormden een stad op een berg.
Dat is ook vandaag relevant.
Missionaire en sociale activiteiten beide zijn middelen om het koninkrijk van God te bevorderen. Ongelovigen ervaren nauwelijks dat zonde scheiding ten opzichte van God en henzelf brengt. Maar ze merken wel dat er pijnlijke scheiding is tussen mensen onderling. Als ze dan zien dat christenen asielzoekers helpen, voedselbanken opzetten, gevangenen bezoeken, terminale (aids)patiënten begeleiden, kan hun hart zacht worden voor Christus.

Kopje onder in Gods liefde
Intussen moet het belangrijkste over heiliging nog worden gezegd.
Nietwaar? Stel dat we alleen maar zouden horen dat we ons moeten spiegelen aan de geloofsmoed van David tegen Goliath, de vergevingsgezindheid van Jozef tegenover zijn broers, het Godsvertrouwen van Esther bij koning Ahosveros… De moed zou ons in de schoenen zinken.
En natuurlijk verplettert de vraag what would (de volmaakte) Jesus do?
ons dan helemaal. Jezus louter als voorbeeld ontaardt in moralisme, dat onbarmhartig is en een zware last.
Wanneer veranderde het leven van tollenaar Zacheüs fundamenteel ten goede? Wanneer kregen de onder het bestaansminimum levende Macedonische Christenen de kracht om boven vermogen financiële offers te brengen (2 Kor. 8:1-15)? Pas toen zij overweldigd werden door Christus’ liefde. Ze stroomden vol met Gods volkomenheid nadat zij kopje onder gingen in de lengte en breedte, de hoogte en diepte van zijn liefde (Ef. 3:18,19). Evangelieheiliging! Alleen besef van genade verandert een mens van binnenuit.

Eerst: wat deed Jezus?
Aan what would Jesus do? gaat daarom een vraag vooraf: What has Jesus done? Kenmerk van alle religies is dat de gunst van God met geestelijke prestaties verdiend moet worden.
Kenmerk van het evangelie is dat Gods gunst en ons behoud al 2000 jaar geleden zijn verdiend. Christus volbracht niet alleen onze recht vaardigmaking, maar ook onze heiliging.
Zo werd Hij de uiteindelijke Jozef en de uiteindelijke David. Dat is: Jezus leidde het volmaakte leven dat ik had moeten leiden.
Bij vragen rond onze levensheiliging worden wij daarom uitgedaagd te beginnen met genieten. Naarmate het tot ons doordringt dat we in onszelf slechter zijn dan we ooit kunnen denken en toch bij God meer geliefd dan we durven dromen, groeit ons verlangen Hem met ons leven een plezier te doen. Paulus’ oproep ‘de zonde niet langer te laten heersen’, volgt nadrukkelijk na zijn conclusie dat wij ‘in Christus levend zijn voor God’ (Rom. 6:11,12).
Welke indruk hebben geseculariseerde Nederlanders van orthodoxe christenen? In hun postmoderne denken is er eerder sprake van onwetendheid en nieuwsgierigheid dan van vijandschap.
Tegelijk lijkt afkeer van kerkelijke instituten regel. Alsof ons kerkelijk leven saai, onvrij en vreugdeloos zou moeten zijn. Kennelijk straalden we samen te weinig uit dat Christus’ smalle weg kan worden ervaren als een brede weg vol creativiteit, vrijheid en blijdschap in Hem. En juist met zo’n heiliging mogen wij de wereld in.

Drs. Aad Kamsteeg is publicist en columnist en lid van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van Amersfoort-West.

Vier handreikingen ten behoeve van evangelieheiliging: 1. Sta bewust stil bij je verlossing.
Neem tijd om je te verwonderen over en te genieten van het feit dat je in Christus, 'een nieuw mens' bent.
2. Bedenk wanneer je in verleiding komt iets kwaads te doen, dat het korte-termijnplezier van zondigen niet opweegt tegen de vreugde in en intimiteit met God die je krijgt als je zijn geboden doet.
3. Leg steeds opnieuw je concrete zonden neer bij het kruis. Zie met de ogen van je hart dat je ongeduld, hoogmoed, overspeligheid, egoïsme, aan het kruis gespijkerd zijn. En geloof dat Gods genade zo ver gaat dat je zonden ‘niet meer zullen worden gevonden’ (Jer. 50:20).
4. Wanneer je met heiliging de wereld ingaat, bedenk dan dat je geroepen wordt vreemdelingen lief te hebben omdat je immers zelf ook vreemdelingen in het land Egypte bent geweest en daaruit uit genade bent gered (Deut. 10:9).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief