Gereformeerd en charismatisch

2006-10-27
  • Jaargang 50
  • nummer 21
Een belangrijk element in de Open Brief, was de overtuiging dat we verder moesten kijken dan onze gereformeerde neus lang was. Volgens die brief worden we ‘als Gereformeerde Kerken in Nederland weggeroepen naar het niveau van de wereldkerk.
En dat zal steeds meer gebeuren, of we dat wensen of niet. Daarheen dringt ons Christus' leiding in de wereldgeschiedenis’.

Het is in dit verband, dat de briefschrijvers meenden te leven in een tijdsgewricht waarin Gods volk ‘zoekt naar de grenzen van zijn kerkelijke gemeenschap’ en wordt ‘gestuwd naar het niveau van het denken in wereldproporties’. Toen ik die passage nog eens nalas, viel me vooral op wat een typische taal van de jaren zestig het was: men was in die tijd erg onder de indruk van het wereldgebeuren en geneigd om alles in nieuw licht te gaan zien.

Opnieuw wereldwijd
Nu viel het in de praktijk nogal mee met die wereldproporties. Maar op een nieuwe manier komen deze vragen vandaag krachtig terug in de bezinning op charismatische invloeden in onze kerken. Want laten we duidelijk zijn: dat wij tegenwoordig nadenken over ziekenzalving, spreken in klanktaal, profetie en zo meer, dat komt niet uit de lucht vallen.
Het is deel van een wereldwijde beweging waarin de groei van de christelijke kerk vooral de kleur heeft van Pinksterkerken en charismatische beweging. In Latijns-Amerika, maar ook in China waar we zo op betrokken zijn, is de ervaring dat Gods Geest werkt en dat hij dat op wonderlijke manieren doet, een belangrijke element in de explosieve groei van de kerk. Het is de vraag of de opstellers van de Open Brief daaraan gedacht hebben. Eén jaar voor de publicatie ervan schreef Harvey Cox zijn invloedrijke boek The secular city over secularisatie in theologisch perspectief. Dat kwam neer op leren leven met het einde van religie - en zo was de sfeer toen ook.

Onlangs heeft diezelfde Harvey Cox een heel ander boek geschreven onder de titel Fire from heaven: de opkomst van Pinkster-spiritualiteit en de opleving van religie in de eenentwintigste eeuw. Ik zal niet zeggen dat hij bekeerd is maar hij erkent wel dat zijn eerdere boek zoveel als de grootste vergissing van zijn leven geweest is. En als een betrokken buitenstaander doet hij verslag van zijn vijf jaar durende ontdekkingsreis door alle hoeken en gaten van de Pinksterbeweging.
Waarin veel moois te vinden is, grote misstanden ook, maar vooral de levende werkelijkheid dat Christus' werk door gaat. Verreweg de meeste nieuwe bekeerlingen op de wereld komen tot geloof in een gemeente die iets met de Pinkstergedachte heeft. Ruim 400 miljoen mensen rekenen zich tot die richting.

Binnen de kerken
En wat voor ons minstens zo belangrijk is: in de gevestigde kerken neemt de betekenis van charismatisch gedachtegoed flink toe. Het merendeel van de bezoekers aan ‘Opwekking’ of ‘Soul Survivor’ komt inmiddels uit de traditionele kerken en men neemt aan dat er meer charismatische christenen binnen de PKN zitten dan erbuiten. Voor zover ik kan zien (maar het zou aardig zijn om dat eens uit te zoeken), groeien en bloeien onder ons juist die kerken die enige feeling hebben met het charismatische, terwijl kerken die zich hier van verre van houden, krimpen of opgeheven worden.

God ervaren
Uiteraard zegt dit niets over de waarheid en waarde van het charismatische.
Maar het geeft wel meer klem aan de vraag: wat doen wij ermee?
Moeten we het mijden als een fatale verleiding; moeten we het zien als de redding voor de moderne tijd; of valt er over en weer iets van elkaar te leren? U begrijpt dat ik die laatste kant uitdenk en dat probeer ik hier wat uit te werken.
De kern van het charismatische gedachtegoed is dat Gods aanwezigheid door de heilige Geest een ervaren werkelijkheid is voor de gelovigen.
In de manier waarop die aanwezigheid ervaren wordt, bestaan natuurlijk verschillende varianten. Het kan gaan om een sterk besef van zonden, om tongentaal of genezingen, om woorden of wonderen. En ik zeg het maar meteen: je hebt daarin de gekste en meest aanvechtbare vormen.
Maar de genoemde kernervaring is heel Bijbels en daar moesten we niet zo van schrikken.

Vraag van Paulus
Ik herinner me dat een evangelische broeder op een gereformeerd congres de aanwezigen vroeg: "hebben jullie de heilige Geest ontvangen?". Dat riep een hele discussie met ingezonden stukken en al op. Terwijl het voor Paulus zó duidelijk is dat hij zich erop kan beroepen tegenover zijn tegenstanders: ‘Ik wil maar één ding van u weten: hebt u de Geest ontvangen door de wet na te leven of door te luisteren en te geloven?’, Galaten 3:2.
Dat betekent dat zelfs zijn tegenstanders die te wettisch zijn heel goed beseffen dat ze de Geest ontvangen hebben - en wel uit genade.
Welnu, als ik verlang naar ‘meer van de Geest’, dan richt dat verlangen zich hierop: dat we Gods aanwezigheid door de Geest zó onweerlegbaar ervaren dat we er zelfs de tegenstanders in het geloof mee kunnen weerleggen.

Achterhaald?
Wat scheidt onze gereformeerde traditie nu eigenlijk van de charismatische?
Het eerste waar je aan denkt is misschien de streeptheologie. Dat wil zeggen: in gereformeerde kring heerste doorgaans de overtuiging dat de gaven van de Geest alleen bestemd waren voor de apostolische tijd en dat er met het afsluiten van de canon een streep werd gezet waarna die gaven niet meer nodig waren. En het is waar: zo dachten we vaak en dus keken we onwennig naar gebedsgenezing en spreken in tongen. Toch zit dit verschil volgens mij niet zo diep. Het is niet gebaseerd op de belijdenis of zo.
Het is met de gaven van de Geest net als met zending: je komt ze niet tegen in de gereformeerde belijdenis en achteraf bevreemdt ons dat wel. Daar zit inderdaad wel achter dat de Reformatoren meenden dat de zendingsopdracht al vervuld was en de gaven achterhaald, maar dat kon je nauwelijks een principiële kwestie noemen.
Het heeft ons op beide gebieden achterstand opgeleverd ten opzichte van evangelische richtingen, maar toch doen we aan zending zonder gewetensbezwaren; hopelijk wel met een nederig hart. Welnu, zo moesten we ook maar streven naar de gaven van de Geest: zonder gereformeerd gewetensbezwaar, maar met een nederig hart, omdat we wel eens zo eigenwijs geweest zijn te denken dat we die gaven niet nodig zouden hebben.

Schriftbeweging
Ik denk dat in de kring van de Nederlands Gereformeerde Kerken zwaarder weegt dat we beducht zijn voor teveel nadruk op het gelovige individu. Dat men in charismatische kring meer bezig is met de ervaring dan met de openbaring. Dat het subjectivisme het wint van het geopenbaarde woord van God. Dat is namelijk iets waar we heel attent op hebben leren zijn, vooral in de beweging van de jaren dertig van de vorige eeuw. En met reden: A. Janse kende uit de Zeeuwse bevindelijkheid de funeste gevolgen van een wachten op de Geest in plaats van te geloven in het Woord. Zo kon je eeuwig blijven twijfelen.
Welnu, de correctie die we daaruit geleerd hebben zou ik nooit meer willen missen. Maar het is ook wel eens doorgeslagen en het heeft vooral veel valse tegenstellingen opgeleverd.
Ik bid echt dat we in dit opzicht naar wat evenwichtigheid toegroeien.

Alles in Christus
Ik ben blij met de openheid die er gekomen is om over kerkelijke grenzen heen te leren van het goede in al die andere tradities. Ik vind de uitdaging nu veel meer om een broodnodige gereformeerde bijdrage te leveren in het gegroeide contact met de charismatische broederschap. Want we hebben echt iets bij te dragen! Drie punten wil ik uitwerken als toelichting: dat we alles in Christus hebben gekregen, dat we van onszelf geen goeds hebben en dat God de schepping trouw blijft.
Het allerbelangrijkste is zonder twijfel dat we al onze rijkdom ontvangen hebben in Christus. Juist tegenover een heel charismatische gemeente als Korinte schrijft Paulus: ‘ik heb besloten onder u niets anders te weten dan Jezus Christus en die gekruisigd’. Dat vind ik geweldig: natuurlijk omvat de christelijke leer wel meer dan alleen de kruisdood van onze Verlosser. Maar toch niet iets naast hem of buiten hem of na hem. Alsjeblieft geen verhalen dat ná het tijdperk van de Zoon nu het tijdperk van de Geest gekomen zou zijn of zo. In de gereformeerde traditie leren we zo prachtig over de verhouding van Christus en de Geest: de Geest eigent ons toe wat we in Christus hebben (doopformulier). En de Geest die woont in Christus als hoofd en in ons als zijn ledematen geeft ons deel aan al zijn schatten en gaven (Avondmaalsformulier). Graag wil ik dan ook benadrukken dat de vrucht en de gaven van de Geest geen extraatjes zijn buiten Christus maar dat ze deel zijn van Christus' rijkdom.
De Geest neemt het uit Christus om het aan ons te verkondigen. Je heet christen omdat je mag delen in de zalving van Christus met de heilige Geest (Heidelbergse Catechismus).

Een ander deel van diezelfde Catechismus is veel minder populair. Het deel namelijk waarin we belijden dat de mens geneigd is tot alle kwaad en niet in staat tot enig goeds, tenzij hij door de Geest van God opnieuw geboren wordt. Kijk, het is triest dat meestal alleen de eerste helft van die belijdenis is blijven hangen: de mens is niet in staat tot enig goeds. Dat doet tekort aan wat er achteraan staat over de nieuwe geboorte door de Geest. Mensen kunnen er hopeloos of fatalistisch van worden. En toch zullen we dat besef blijvend nodig hebben om werkelijk God alle eer te geven én om voor grote ongelukken behoed te blijven.

Het derde punt in de gereformeerde inbreng is Gods blijvende zorg voor de schepping. Charismatische sprekers hebben sterk de neiging om de gaven van de Geest als bovennatuurlijk te beschouwen. Alsof God na en naast de schepping nu iets interessanters zou bieden. Het reformatorische grondmodel van schepping, zondeval en verlossing kan helpen om hier beter zicht op te krijgen.

Alpha
De ontmoeting tussen gereformeerde en charismatische christenen lijkt me een van de spannendste gebeurtenissen op kerkelijk vlak van onze tijd. Hij staat alleen al op de agenda vanwege de breed gedragen Alpha-cursus. Die cursus, met een sterk op Christus' offer geconcentreerde inzet en een brede uitwerking van het werk van de Geest, heeft in de kerken die ik ken voor het eerst sinds jaren een echte toestroom van nieuwe bekeerlingen gegeven. Er zit meer nadruk op de Geest in dan wij gewend zijn. In de Protestantse Kerk zijn in reactie daarop twee alternatieve cursussen ontwikkeld. Een paar jaar geleden was dat een Alphacursus zonder de (nadruk op de) heilige Geest. Nu werken ze zelfs aan een Alpha-cursus zonder het verzoenend bloed van Christus. Daar zie ik nu echt helemaal niets in.

Wat ik bepleit is dat we ten eerste voluit erkennen dat wij het werk van de Geest in de praktijk teveel beperkt hebben tot het begin van het geloof, tot bekering en wedergeboorte. En dat we aan de andere kant de winst van wat we nu leren over zijn werk en gaven verdiepen en verbreden vanuit de rijkdom van de gereformeerde traditie.
En bovenal hoop ik dat we niet ergens gaan zitten waar de zegen van God net aan ons voorbij gaat. Het is de taak van iedere generatie om de weg van God te herkennen en vervolgens om die weg te gaan.

Ds. Willem Smouter is predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Ede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief