Seminarie en NGP zijn nog lang niet uitgepraat

2006-11-24
  • Jaargang 50
  • nummer 23
‘We hebben elkaar nodig’, zegt voorzitter Blokhuis over de verhouding van zijn Seminarie met de NGP. ‘We willen graag een samenwerking’, bevestigtNGP-voorzitter Wattèl.
Maar ondanks die goede wil is het overleg tussen beide opleidingen nog maar net uit de startblokken. Met piepen en kraken en ondanks een LVkeus voor de NGP.

Op 21 juni spraken de besturen van de NGP (Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding) en het NGS (Nederlands Gereformeerd Seminarie) in Amersfoort voor het eerst over het merkwaardige bestaan van twee opleidingen in één, vrij klein kerkgenootschap.
‘Wij namen het initiatief nadat het Seminarie had besloten door te gaan’, zegt NGP-voorzitter Bram Wattèl. ‘Vooral om het wantrouwen weg te nemen. We willen graag een samenwerking of integratie om de doelstelling van de Landelijke Vergadering te bereiken.’ Die doelstelling is de versnippering in de NGK tegen te gaan. De NGP, in 2005 in het leven geroepen, moest het Apeldoorn-advies, de TSB en het Seminarie integreren tot een gezamenlijke deelopleiding, aanleunend tegen de Theologische Universiteit Apeldoorn. Het Seminarie besloot echter, nadat de NGP in 2006 was gestart, door te gaan.

Geen strobreed
‘De NGP had van mij niet gehoeven’, zegt seminarievoorzitter ds. L.W.G. Blokhuis. ‘Wij bieden al een hele opleiding. Door de komst van de NGP wordt de versnippering groter, in plaats van kleiner.’ Dat neemt niet weg dat Blokhuis welwillend tegenover de NGP staat. ‘Maar wij kunnen onszelf ook niet zomaar uitblazen.
Er moet gewoon verder gesproken worden.’ En dus kwamen de twee besturen in juni bij elkaar. ‘Het was een goed gesprek’, vindt Blokhuis. Wattèl is gereserveerder. ‘Het gaf hoop voor de toekomst. Maar toen ik later de reactie van de penningmeester van het Seminarie in de pers las, wist ik niet meer zeker wat ik aan het seminariebestuur had.’ Het NGP-bestuur legde enkele vragen voor aan het Seminarie. ‘De bal ligt nu bij hen. Wij wachten even af’, zegt Wattèl. Zijn gesprekspartner boog zich 28 oktober over de antwoorden en besloot unaniem om voorlopig door te gaan. ‘De hele relatie is in beweging’, zegt Blokhuis. ‘Het overleg is nog maar net begonnen. Er is slechts één ding vastgesteld: dat verwacht wordt dat iedereen de NGP gaat volgen. Dat zal ik geen strobreed in de weg leggen.’ In voorgaande jaren, tijdens de voorbereiding van de oprichting van de NGP, voerde het Seminarie al zo’n vijf gesprekken met de Commissie Opleiding Predikanten. ‘Dat liep niet makkelijk. Meer wil ik er niet over zeggen’, aldus Blokhuis.
Om tegemoet te komen aan de wensen van het Seminarie werden overigens wel enkele (sub)docenten aan de NGP toegevoegd.

Ongelukkig
‘Het welzijn van de kerken is gediend bij een samenwerking’, meent Wattèl.
Of die samenwerking er ooit komt, hangt volgens hem af van de mate waarin het Seminarie vindt dat zijn eigenheid in de NGP terug te vinden is. ‘Misschien dat we een paar vakken extra accent moeten geven. Al is het vooral een kwestie van gevoel.’ Overigens is bij de oprichting van de NGP rekening gehouden met wat het Seminarie wilde en in huis had.
Wattèl was dan ook verbaasd, toen hij hoorde dat het Seminarie doorging.
‘Formeel hadden ze het recht, maar ik vond het erg jammer, omdat zo de oproep van de LV om de versnippering tegen te gaan niet werd gehonoreerd.’ Het Seminarie ging door omdat de LV de tachtig procent, naast de twintig procent die de NGP aanbiedt, vanwege de studievrijheid openliet. Met twee studenten lijkt er echter niet veel animo om dat deel bij het Seminarie in te vullen. ‘Ik zeg niet dat het een aflopende zaak is, maar ik hou er wel rekening mee dat we over een tijdje ophouden te bestaan’, zegt Blokhuis. ‘De kerk gaat door, er komen weer nieuwe mensen. We hebben een fijne tijd gehad en kunnen er in rust mee stoppen, dankbaar voor de studenten die bij ons vandaan komen.’ Wattèl wil echter niet wachten tot de laatste student het licht uitdoet. ‘We hopen op een actiever seminariebestuur, zodat een oplossing kan worden gevonden.

Hikken
Ondertussen neemt het draagvlak voor het Seminarie af, zowel financieel als principieel (zie kader). Het bestuur denkt dan ook na over een andere functie. ‘Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan’, vindt Blokhuis. ‘Enkele jonge bestuursleden bezinnen zich op de rol van het Seminarie. Misschien kan het een opleiding voor ambtsdragers en andere kerkelijke werkers worden. Daar zijn wel ideeën over.’ De voorzitter denkt echter, dat er voor de NGP evenmin veel draagvlak is. ‘De NGP heeft pas zin als die in het hart van de NGK gedragen wordt. Ik denk dat de meer charismatische mensen er wel eens niet zoveel in zouden kunnen zien.’ Wattèl erkent dat het best lastig is echt als dé deelopleiding van de NGK te worden gezien. Bovendien bieden enkele kerken die ‘seminarie-minded’ zijn weerstand. ‘Die hikken vooral aan tegen de afdracht voor de NGP. Maar wij kunnen hen niet tegemoet komen. Het besluit is vrijwel unaniem op de LV genomen en ik voer dat gewoon uit.’ Verzet is er ook van enkele bestuursleden van het seminarie. Sommigen kijken kritischer naar de NGP dan bijvoorbeeld Blokhuis. Zo ageert penningmeester T. Binnendijk vooral tegen de hoge kosten van de NGP.
‘Het is maar twintig procent van een opleiding, maar kost meer dan onze complete opleiding.’ Volgens hem is de NGP vijftien keer duurder dan het seminarie in alle jaren heeft gekost.
‘En dat is onwaarschijnlijk geldverslindend.’ Volgens Blokhuis gaat het geld dat de NGP krijgt (ruim 200.000 euro per jaar) vooral op aan de behoorlijke traktementen voor de docenten.
Maar Wattèl zegt dat er wel meer redenen te noemen zijn voor de hogere kosten. Overigens heeft hij net een brief naar de kerken gestuurd met onder meer een folder met uitleg over het instituut. ‘We moeten een plaats in het hart van de mensen vinden.
Ik hoop dat dat lukt. Maar ja, de NGK is gewoon een diverse club.’


Gemeenten kiezen tussen steun aan NGP en Seminarie
Uit onderzoek van Opbouw, waaraan 34 NGK-gemeenten meewerkten, blijkt dat minder kerken het Seminarie financieel steunen. Van de negen, die aangaven nog voor het Seminarie te collecteren, gaan er vier die collectes verminderen of stopzetten.
Drie weten het nog niet. Zes gemeenten zijn al afgehaakt.
Verder zegt een overgrote meerderheid, 22 kerken, dat het Seminarie niet moet blijven bestaan. Een veelgehoorde reactie: één opleiding voor de NGK is wel genoeg, laten we onze krachten bundelen.
Een andere reden niet meer te collecteren is de hoge afdracht voor de NGP. Waar gemeenten voor de TSB (voorloper van NGP) nog 3,50 euro per ziel betaalden, betalen ze voor de NGP 6,60 euro. Voor de gemeente van Zalk-Veecaten een van de redenen het aantal collectes voor het Seminarie voorlopig te halveren. De kerkenraad wacht nu op meer duidelijkheid van de kant van het Seminarie, voordat zij beslist of de collectes weer naar het oude niveau gaan of helemaal worden gestopt.
Ook voor Loosdrecht zijn de hogere kosten voor de NGP ‘een redelijk probleem’.
Aart van Henten, voorzitter van de kerkenraad: ‘We zijn een kleine gemeente die elke euro moet omdraaien en voor een deel afhankelijk is van de steun van de zusterkerken.
We schaffen de collecte voor het Seminarie voorlopig echter niet af, want we verwachten dat het een nuttige bijdrage kan leveren aan de gemeenten.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief