God oefent recht op aarde

2006-11-24
  • Jaargang 50
  • nummer 23
Hoe taxeer je de uitoefening van de ban in het Oude Testament? Ds. H. de Jong meent dat HERE eigenlijk niet met de gewelddadige verovering van Jericho en Kanaän in verband wil worden gebracht. Zuster Post-van der Veen daarentegen wijst erop dat de ban van God zelf uitgaat en dat Hij daarin optreedt als de rechtvaardige Rechter. Het gaat in deze gedachtewisseling ergens om en daarom wil ik die nog even voortzetten.

Wie het Oude Testament leest, stuit inderdaad met enige regelmaat op het huiveringwekkende gegeven dat God bevel geeft om hele volken uit te roeien.

Genocide in het Oude Testament?!
Het eerste volk waarvan we lezen dat het met de ban geslagen moet worden is Amalek (Exodus 17:14; Deuteronomium 25:17-19; 1 Samuël 15). Het heeft geen bestaansrecht meer, omdat het Gods heilsplannen dwarsboomde en het net uit het slavenhuis bevrijde volk Israël de pas naar het beloofde land afsneed. Het is echt God zelf die deze ban wil. Als later Saul de ban niet volledig uitvoert, neemt de HERE hem dat zo kwalijk, dat Hij Saul zijn koningschap afneemt.
Ook over de Kanaänieten moet de ban worden uitgeoefend. ‘Alle Hethieten, Amorieten, Kanaänieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten moet u doden, zoals de HERE, uw God, u heeft opgedragen.’ (Deuteronomium 20:17) Niemand mag in leven blijven, zelfs zwangere vrouwen, kleine kinderen en oude besjes moeten worden gedood. NB, omdat God het wil!
Wie geneert zich bij zijn ongelovige klasgenoten, familieleden en collega’s niet voor Schriftgegevens als deze?

Het kan je overigens ook zelf vervreemden van de bijbel. Want hoe noemen we dit? Genocide toch…
Afstand nemen
Het is daarom volstrekt begrijpelijk dat menige christen probeert dit harde gegeven wat te verzachten.
Temeer daar de ban in het geheel van de bijbel ook zo moeilijk te plaatsen lijkt. De HERE is toch een God van liefde en genade, de Vader van Jezus Christus? Een veelgebruikt hulplijntje is, dat onderscheiden wordt tussen de God van het Oude en van het Nieuwe Testament. De wraakzuchtige God van het Oude Testament heeft de ban gewild, de liefdevolle God van het Nieuwe Testament absoluut niet! Ds.
De Jong kiest – wie hem kent had niet anders verwacht! – voor een geheel andere benadering. Hij beschouwt de ban als een momentopname op de lange weg die God met mensen gaat.
God staat de ban toe, maar wil die eigenlijk niet! In het Oude Testament past de HERE zich aan mensen aan en in het Nieuwe Testament openbaart Hij ten volle zijn ware aard en intenties.

Een daad van gericht
Ik denk echter dat ds. De Jong zo geen recht doet aan hetgeen we over de ban lezen. Blijkens de bijbelse gegevens heeft de HERE echt zelf de ban gewild. Zo voltrekt Hij zijn oordeel over volken die zijn recht met de voeten treden.
Terecht beroept zuster Post-van der Veen zich in dit verband op Genesis 15:16: ‘Pas de vierde generatie zal hierheen terugkeren, want pas dan hebben de Amorieten zo veel misdaden bedreven dat de maat vol is.’ De ban is een daad van goddelijk gericht. En het volk Israël is het middel in Gods hand om dit gericht te voltrekken. Het is de gesel van Gods toorn.

Groepsverkrachting
Waarom Gods gericht over Kanaän is gegaan? Genesis 19 vertelt dat reizigers die Sodom en Gomorra aandeden het slachtoffer konden worden van groepsverkrachting. Dit weerzinwekkende fenomeen komt nog steeds voor. Een stel jongens neemt bezit van een meisje in een kelder ergens te Rotterdam. Een militaire eenheid in Soedan verkracht en masse een jonge moeder. Een gevangene wordt seksueel misbruikt door medegevangen. De daders misbruiken hun macht en fysieke overwicht, de slachtoffers worden geschonden, vernederd, gekweld en als niet meer dan een gebruiksvoorwerp behandeld. Zo was dat dus ook in Kanaän, de meest fundamentele mensenrechten werden daar geschonden.

Braakneigingen
In Leviticus 18 worden ook enkele andere Kanaänitische misstanden aan de kaak gesteld. We lezen van allerlei onreine verbintenissen, van het offeren van kinderen aan Moloch, van homoseksualiteiten en bestialiteiten.
Heel de Kanaänitische vruchtbaarheidscultus wordt hier als pervers en diep goddeloos neergezet. Het land is zo kostmisselijk van al deze viezigheid geworden, het kotst de daar aanwezige volken gewoon uit!
En dan nogmaals Genesis 15: Na zoveel jaar (pas!, jmm) is de maat van de ongerechtigheid der Amorieten vol.

Eindelijk!
De HERE God is rechtvaardig én geduldig.
Daarom straft God níet onmiddellijk.
Hij geeft schenders van zijn recht de tijd en gunt hen een nieuwe kans. Terzijde, daarom vinden velen het zo moeilijk om te geloven in het Godsbestuur (Prediker 8:11)! Ook de Kanaänieten werden niet onmiddellijk gestraft voor hun wandaden.
Mogelijk heeft de HERE wel Jona’s op hen afgestuurd. In ieder geval gaf Hij door het oordeel over Sodom en Gomorra een overduidelijk signaal af.
Maar als het onrecht voortduurt en voorduurt treedt de Rechter van hemel en aarde op. Hij doet wat Hij steeds al wilde doen: opkomen voor de verdrukten. En tegen de bedrijvers van ongerechtigheid zegt Hij: ‘Jullie hebben al je kansen verspeeld en geen bestaansrecht meer.’ Dit alles bevestigt dat de ban geheel voor rekening van God komt. Ze is een daad van gericht en het volk Israël wordt gebruikt om dit gericht te voltrekken.

En Jozua 5 dan?
Maar hoe zit het dan met Jozua 5:13vv waar de aanvoeder van het leger van de HERE zich zo onafhankelijk tegenover Jozua opstelt? ‘Hoor je bij ons of bij de vijand?’, vraagt Jozua. ‘Nee!’ is de reactie. Wel, uit helemaal niets blijkt dat God met dit ‘nee’ afstand neemt van de ban, zoals Henk de Jong meent. Dit ‘nee’ is Gods reactie op Jozua’s vraagstelling. ‘Hoor je bij ons of bij hen?’ Soeverein verheft de heilige God zich boven dit simpele, al te menselijke dilemma. Hij is nooit twee handen op één buik met welke menselijke instantie dan ook, zelfs al is het Israël of de kerk. Daarvoor is zelfs zijn eigen volk te zeer met zonde bevlekt! Zeker, Hij gebruikt zijn volk in deze situatie als ‘de gesel van zijn toorn’, zoals Hij tijdens Israëls ondergang Assyrië als ‘gesel van zijn toorn’ gebruikt heeft (Jesaja 10:5). Maar er blijft een niet te overbruggen kloof tussen de heilige God en de onreine mens. Vandaar dat besliste ‘nee’ op deze tweekeuzevraag. Een ‘nee’ dat ten allen tijde actueel is, of het nu gaat over de Nederlanders en Duitsers in de WO II, over Joden en Palestijnen op de huidige Westelijke Jordaanoever, of over vrijgemaakt Gereformeerden en Nederlands Gereformeerden!
Terzijde, alleen daarom al is het kerkbegrip dat
prof. dr. K. Schilder ontwikkelde (‘successieoorlog is het abc van de kerk!’) zo’n intrieste aangelegenheid geweest. God laat zich voor niemands karretje spannen! Daar gaat het in Jozua 5 om, niet om de ban.

Vragen
De ban in het Oude Testament is een daad van gerechtigheid.
Geweldenaars worden vertreden, armen worden opgericht. Eindelijk, halleluja! Maar, zal De Jong nu zeggen, maakt dit je niet heel kwetsbaar voor de kritiek dat de bijbel en de koran, Christendom en Islam één pot nat zijn? En, hoe rijm je de ban met de liefde van God die in Christus voor alle volken openbaar is geworden?
Dat ‘nee’ van God tegen Jozua is toch zo’n prachtig moment dat laat zien dat we op weg zijn naar die Christus?
Kortom, wat betekent de ban voor ons, het nieuwtestamentische volk van God? Daarover de volgende keer.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief