‘Om de Canadese maatschappij te hervormen’
2006-11-24
Tussen 1945 en 1955 emigreerde 5% van de Nederlanders bevolking. Ze verwisselden hun vaderland voor met name Canada, de Verenigde Staten of Australië. Ik heb nooit beseft dat het om zoveel mensen ging. Nog verbaasder was ik te lezen dat 31% van degenen die richting Canada vertrokken gereformeerd was, in een of andere denominatie.- Jaargang 50
- nummer 23
Deze percentages rechtvaardigen de verschijning van Gereformeerden overzee door Agnes Amelink, die enkele jaren geleden hoge verkoopcijfers behaalde met De Gereformeerden.
Die aan deze kant van de zee dan.
Levendig beeld
Het nieuwe boek vertelt de geschiedenis van de gereformeerden die naar de VS en Canada gingen, wat hen bezielde, hun wederwaardigheden, hun moeiten tijdens de overtocht, de cultuurschok bij aankomst en het proces van aanpassing aan die vreemde cultuur. Daarnaast worden we uitvoerig ingelicht over hun kerkelijk leven.
De schrijfster beperkt zich inderdaad tot de gereformeerde emigranten; de andere landverhuizers komen slechts impliciet ter sprake.
Om een goed beeld te kunnen geven heeft ze met veel mensen gesprekken gevoerd, met de immigranten zelf, maar vooral met hun kinderen en soms, hun kleinkinderen. Het heeft haar in staat gesteld een levendig beeld te schetsen met interessante details en leuke anekdotes.
Met scheepsladingen vol
Nederland kwam in 1945 sterk verarmd uit de oorlog te voorschijn. De periode van de Wederopbouw brak aan, maar veel Nederlanders zagen in eigen land weinig toekomstmogelijkheden.
Noord-Amerika lokte: daar was welvaart, werk en vooral land voor boerenzoons. Emigreren werd een hype: de een stak de ander aan en met scheepsladingen vol gingen ze de Atlantische Oceaan over. Vooral Canada had een geweldige aantrekkingskracht.
Er waren zoveel liefhebbers dat alles wat varen kon werd ingezet.
Amelink vertelt over overtochten zoals je ze na de Tweede Wereldoorlog niet meer zou verwachten.
Per troepentransportschip bijvoorbeeld met vijf toiletten en douches per 80 opvarenden, van wie zeer velen ook nog eens zeeziek waren. De stank en de smerigheid komen in de verhalen nog naar boven.
Bij aankomst wachtte de volgende tegenvaller: de beloofde boerderijen waren in de beginperiode soms niet meer dan kippenhokken en blokhutten, enkele zelfs zonder stromend water, in een uitgestrekt land van kou en modder. Jongens die op grond moesten slapen herinneren zich nog dat de ratten over hun gezicht liepen.
Fieldmannen
Maar het verhaal heeft ook een andere kant. Het gaat hier immers over gereformeerde landverhuizers. Juist vanuit de Amerikaanse kerken werd veel gedaan om de broeders en zusters uit Holland op te vangen. Wie naar Canada emigreerde moest een sponsor hebben, iemand die zich voor de nieuwkomer garant stelde en zorgde voor werk en huisvesting. Meestal was dat een vriend of een familielid, heel vaak de diaconie van een kerk.
Het waren ook de kerken die ‘fieldmannen’ hadden aangesteld. Mannen die de officiële zaken regelden met de autoriteiten, bij sollicitaties hielpen en de eerste tijd toezicht hielden. Bij aankomst van het schip stonden ze op de kade te wachten, zetten de emigrant op de goede trein of zorgden voor de eerste nacht onderdak.
Slachtoffers
De Hollanders waren vertrokken uit materiële overwegingen, om de toekomst van de kinderen, sommigen om onder de druk van de ouders uit te komen. Het leek allemaal zo mooi, maar het leven van de net aangekomen immigrant was hard: werken van vroeg tot laat; en aanpakken wat je maar kon krijgen: op den duur bleek dat toch de beste methode om op te klimmen.
Echt slachtoffer werden de aan hun woning gebonden huisvrouwen.
Buren wonen te ver weg om er even heen te kunnen lopen; fietsen of auto’s hebben ze niet. De kinderen hadden tenminste de school en de mannen hun werk wat contact met anderen betekende en het moeizame leren van de taal. Die laatste mogelijkheid, van wezenlijk belang, hadden de huisvrouwen van de eerste generatie niet. Ze vereenzaamden, verteerd door heimwee naar de familie in Holland.
Immigrantenkerk
Eén houvast hebben ze: de kerkdienst op zondag. Zodra een aantal Hollanders in de nieuwe omgeving is aangekomen moet het kerkelijk leven op gang komen als een getrouwe kopie van wat ze van het dorp van herkomst kennen. Met een mannen en een vrouwenvereniging en traditionele kerkdiensten, twee keer per zondag.
Ze gaan diensten beleggen. In het begin in een film- of danszaal, waar ‘het bier van de vorige avond nog niet de kans had gekregen in de houten vloer te trekken’. Maar zo gauw ze kans zien timmeren ze een echt kerkgebouw in elkaar.
En dan, heel merkwaardig, sluiten ze zich niet aan bij een van oorsprong Amerikaanse of Canadese kerk, maar bij de Christian Reformed Church (CRC), een kerkgenootschap dat gesticht is door de Nederlanders die na Afscheiding omstreeks 1850 naar de VS gegaan waren. De CRC-kerken stonden in gebieden dicht bij Canada en konden zich dus gemakkelijk over de grens in die richting verspreiden toen zich daar Hollandse immigranten vestigden. De komst van de Nederlanders betekende een enorme groei van het aantal kerken. Waren er in 1945 14, twintig jaar later waren het er al 170. let wel, met enkel Hollands-Canadese leden!
Omvormen
Onze wereld behoort aan God. Hij heerst over alle terreinen van het leven. Het gereformeerde leven moet als een zuurdesem doorwerken in alle maatschappelijke verbanden. Het zijn leuzen van het neo-calvinisme van Abraham Kuiper. dat vooral in Canada na de Tweede Wereldoorlog opgepakt werd. In feite werd het georganiseerde kerkelijke en maatschappelijke leven naar Nederlands model naar Canada overgeplant. Ingericht zoals we dat van de vrijgemaakten kenden met organisaties op elk gebied. Alleen wel meer naar buiten gericht. Met een sterk idealistische doelstelling, namelijk het omvormen van de Canadese samenleving.
De vakbond ging voorop: het CNV kreeg een soort dependance aan de andere kant van de oceaan, de pers, een christelijke omroepvereniging en een politieke partij volgden. En al in een vroeg stadium was er een heel netwerk van scholen. Amelink wijdt er een heel hoofdstuk aan.
Ze laat zien dat deze hele ontwikkeling te danken is aan de charismatische hoogleraar van het Calvin College in Grand Rapids (VS), prof.
Howard Runner. Zijn ideeën vielen bij de Canadese studenten die later leidende posities innamen in uiterst vruchtbare aarde.
Kerkstrijd
Het leek allemaal zo mooi: alle soorten gereformeerden (NH, GKN, CGK, GK(v)) in één kerk. Maar al gauw kwamen er immigranten die de kerkstrijd uit Nederland meenamen naar de andere kant van de Oceaan. De synode van de CRC wilde geen uitspraak doen over het conflict in de zusterkerken in Nederland dat tot de vrijmaking geleid had.
Kleinzieligheden gingen een rol spelen: er mocht op sommige plaatsen geen preek van een vrijgemaakte predikant gelezen worden. Zoals te doen gebruikelijk werd het hoog gespeeld: de eerste vrijgemaakte kerk in het overzeese werd gesticht, in Lethbridge, 1950. Er wordt gekozen voor de naam Canadian Reformed Church. Als het hierover gaat wordt Agnes Amelink leuk persoonlijk; haar eigen vader, ds. Herman Amelink kreeg namelijk in 1952 van deze gemeente een beroep. Ze kan uit thuis gevonden papieren citeren!
Veel vrijgemaakte gemeenten volgden: in 2006 zijn er 50 Canadian Reformed Churches met in totaal 16.000 leden.
Het zijn niet alleen de vrijgemaakten die ‘op eigen kracht’ verder gaan.
Ook andere Nederlandse verhoudingen zijn op den duur zichtbaar geworden. de Hervormden komen terecht bij de United Reformed Church en ook de Christelijke Gereformeerden hebben hun eigen Noord-Amerikaanse pendant: de Free Reformed Church met in Canada 18 gemeenten en in de VS drie. Het kerkenpatroon in de nieuwe wereld is een getrouwe afspiegeling geworden van de Nederlandse situatie.
Ondanks al die afsplitsingen is er nog geen eind gekomen aan de tegenstellingen binnen de CRC. Als in 1995 de synode het predikantsambt ook open stelt voor de vrouw is voor de behoudende stroming het kritische punt bereikt: 20.000 bezwaarden vertrekken richting de United Church in North America.
Gereformeerde pinkstergelovige
Van de hooggestemde idealen is anno 2006 niet veel meer over. De vakbond en het onderwijs floreren nog, maar daarmee heb je het wel gehad.
Veel jongeren maken zich los van de kerk, voor een deel om los te komen van de verstikkende vorm van geloven die ze van huis uit hebben leren kennen: je houden aan een stelsel van uiterlijke regels; de positieven onder hen hebben leren inzien dat het gaat om een persoonlijke relatie met Christus. Eén van de door Agnes Amelink geïnterviewde jongeren noemt zich een gereformeerde pinkstergelovige.
Geloofsgenoten
Heb ik me laten meeslepen door Gereformeerden overzee? Zeker, het is het vlot geschreven boeiende relaas van onze Amerikaanse overzeese geloofsgenoten die geografisch gezien dezelfde wortels hebben als wij. Heel leesbaar en herkenbaar omdat er mensen in aan het woord gelaten worden als u en ik.
Agnes Amelink (2006), Nederlanders overzee, Uitg. Bert Bakker, Amsterdam; 302 blz.; € 17,95.