Afscheid van een man van de vrede
2006-03-03
Het volkomen onverwachte heengaan van ds. Jan Stuij op 16 februari heeft opnieuw een schokgolf veroorzaakt binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken. Nog maar nauwelijks van de schrik bekomen van het overlijden van ds. Hans Arnold, hoorden we dat de Here ds. Stuij uit dit leven had opgeroepen. In de slaap weggenomen. Niemand had dit verwacht. Hij zelf waarschijnlijk ook niet. Het kerkblad vermeldde nog vijf samenkomsten waarin hij wilde voorgaan. Het heeft niet zo mogen zijn. Onder zeer grote belangstelling is Stuij op 21 februari ten grave gedragen in Kampen.- Jaargang 50
- nummer 5
Een typerende bijzonderheid was dat de kist werd vervoerd op een door paarden getrokken rijtuig en niet in een auto. Dat paste precies bij Jan Stuij. Als boerenzoon geboren in Langerak in 1929 heeft hij zijn leven lang een boerenhart gehouden. Zijn liefde voor vee en speciaal voor paarden was in wijde kring bekend.
Na zijn emeritering in 1994 gaf het ds. Stuij veel voldoening dat hij samen met zijn zoon Kees en diens vrouw Emmie een boerderij op het Kampereiland kon bewonen. Vandaaruit bleef hij tot de laatste dag van zijn leven actief.
Lange omweg
De studieweg van Jan ging niet over rozen. Na een lange omweg - hij ging als jonge volwassene naar de eerste klas van het Utrechtse gymnasium om daar tussen de jochies van twaalf jaar te zitten - kwam Jan veertig jaar geleden tot het begeerde predikambt. De liefde voor dit ambt moet sterk gestimuleerd zijn door ds. H. Amelink, die lange tijd in Langerak gestaan heeft. Als je met Jan Stuij praatte over zijn jeugd en zijn vorming hoorde je altijd de naam Amelink.
Felbegeerde taak
Daarna kwam eindelijk de felbegeerde taak in de gemeenten. Dat werden Wieringermeer, Steenwijk, Urk - ieder een jaar of vier - en tenslotte veel langer de grote schare in Kampen in en rondom de, voor Nederlands Gereformeerde begrippen, erg grote Nieuwe Kerk. In de gemeente verkeerde Stuij als een broeder tussen de broeders en zusters. Hij catechiseerde en dat deed hij graag, dat bleef hij na zijn emeritering nog jaren lang doen. En hij preekte. Preken was zijn lust en zijn leven. Ik denk dat er weinig gemeenten in ons kerkverband zijn waar hij nooit heeft gepreekt.
Spanningen
Er zijn gemeenteleden die van mening zijn dat een dominee zoveel bezoeken moet brengen als voor een mens mogelijk is. Er zijn anderen, die op dit punt minder hoge eisen stellen, maar die erg veel verwachten van de prediking. Dat kan ondraaglijke spanningen geven. Ik kan er een beetje over meepraten. Bij Stuij heb ik daar nooit iets van gemerkt. Ik had de indruk dat bij hem het preken, het catechiseren en het pastoraat in balans waren. Dat kwam waarschijnlijk hieruit voort dat hij al deze onderdelen van zijn werk met hart en ziel deed. Met grote liefde voor God en de gemeente. Een vanuit een vast Schriftgeloof.
Gesprekspartner
De keuze van zijn lectuur wijst, dunkt me, op de bevindelijke instelling van de Alblasserwaard. Hoewel Stuij een verbondsmatige prediker was had hij een antenne voor het gedachtengoed van de Nadere Reformatie. Dat merkte je in gesprekken met hem en soms ook in zijn preken. Daarom zal hij bijzonder geschikt geweest zijn als gesprekspartner met de Christelijke Gereformeerde broeders in de jaren 1985-1991. Toen fungeerde hij als voorzitter van de Commissie Kontakt en Samenspreking met andere kerken.
Bittere tijden
Zijn geloof hield hem op de been in de bitter-moeilijke en verdrietige jaren tijdens de ernstige ziekte en na het sterven van zijn vrouw Greet, waar hij zo veel van hield. Jan was zestig jaar toen zij stierf en Greet tien jaar jonger. Toen stond onze broeder bij een open graf met zijn vijf kinderen en hun partners. Toch bleef Jan evenwichtig zijn werk doen, ongetwijfeld gesteund door zijn prachtige gezin. De getuigenissen van de kinderen tijdens de dienst op 21 februari spraken boekdelen.
Seminarie
De meeste herinneringen die ik aan Jan Stuij heb hangen samen met onze jarenlange samenwerking binnen de kring van het Nederlands Gereformeerd Seminarie. Daar doceerde hij 27 jaar de Ambtelijke Vakken, een onderdeel van de theologiestudie dat hem op het lijf geschreven stond. Ook fungeerde hij negen jaar als rector.
Het ND schreef: ‘Wie Stuij zegt, moet onmiddellijk denken aan het Nederlands Gerefomeerd Seminarie.’ Wat heeft hij genoten van het werk dat hij daar mocht doen en van zijn omgang met de collega’s en vooral met de studenten.
Hij begreep hun problemen en zorgen. Hij wist hoe zwaar de studiegang zijn kon voor vaak oudere mannen, die een werkkring hadden en een gezin onderhielden. Wij hadden vaak studenten met een zogenaamde late roeping. Door eigen levensloop gevormd kon ds. Stuij zich goed in hun situatie verplaatsen. Maar ook voor de jongere studenten betekende hij veel. Een vaderlijke raadsman en vriend. Zeer collegiaal in de samenwerking.
Man van de vrede
Stuij was geen strijder. Veel meer een man des vredes. Je kon wel eens met hem van mening verschillen, maar het liep nooit op verwijdering uit. Je kreeg nooit ruzie met hem. Soms had ik hem wel wat strenger en strijdvaardiger willen zien, maar dat lag niet in zijn aard. We zijn niet allemaal eender! Ik dacht vaak aan het woord uit 2 Korintiërs 8:12 (Statenvertaling): ‘Zo is iemand aangenaam naar hetgeen hij heeft, niet naar hetgeen hij niet heeft.’
Liefde voor Israël
En Jan Stuij had veel. Veel van zijn God ontvangen, veel genade van onze Here Jezus Christus. Zo kon hij groeien in de genade en de kennis van zijn en onze Heer. Zo kreeg hij, om een voorbeeld te noemen, steeds meer oog voor de plaats van Israël in Gods heilsplan. Hij genoot van zijn reizen, onder meer in seminarieverband, naar Israël. En hij stond er bepaald op de bijbelse aardrijkskunde te doceren. Hij hield van het land en het volk van de bijbel, omdat hij zoveel hield van de God van de bijbel.
Vrucht van de Geest
Als ik aan mijn vriend en collega Stuij denk, komt me het woord van Paulus uit Galaten 5:22 in gedachten: ’Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid. vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.’