Roodkapje op weg naar God

2006-03-03
  • Jaargang 50
  • nummer 5
Een christelijke roman met een ongelovige studente in de hoofdrol. Zo kun je Schaduw van de wolf van Els Florijn het best karakteriseren. Tot een bekering komt het niet, hoop is er wel. Een bekering zou het verhaal trouwens ongeloofwaardig gemaakt hebben.

Eenzelvig karakter
De studente om wie het draait is de negentienjarige Nina Ammanita die een jaar na de dood van haar moeder een kamer betrekt in Utrecht omdat ze in die stad haar studie Engels weer opvat. Ze heeft een wat eenzelvig karakter, geen vrienden en weinig contacten, terwijl aan de hartelijke relatie met haar tweelingbroer Simon een, voor haar onbegrijpelijk, abrupt einde gekomen is, doordat hij niets meer van zich laat horen. Wel begint er een relatie te groeien met Mart, een flatgenoot van een verdieping hoger.

Voorgeschiedenis
De periode waarin de roman speelt is maar kort, duurt hooguit een paar weken, maar doordat Nina in gedachten veel met het verleden bezig is, speelt ook de ‘voorgeschiedenis’ uitgebreid mee. Haar vader heeft ze nooit gekend: toen Jetta, haar moeder, net zo oud als Nina nu, zwanger was, is ze door hem in de steek gelaten.
En een fijne moeder heeft Nina aan Jetta ook niet gehad; die was teveel met zichzelf en haar minnaars bezig om aandacht aan haar tweeling te besteden.

Vlucht
Het verhaal komt in een stroomversnelling als Simon op een nacht voor de deur staat en zijn zus angstig smeekt hem te helpen. Hij moet vluchten voor een belager en wil naar het dorp waar hun vader vandaan kwam. Nina besluit met hem mee te gaan en samen trekken ze in bij hun familie in Italië, waar Nina tijdens een bergtocht op een onverwachte manier in een geweldige crisissituatie terecht komt.

Roodkapje
Dit is het uiterlijke verhaal, maar er is nog een andere laag. Nina’s denken wordt beheerst door negatieve herinneringen en angstdromen. ‘Mijn lieve Roodkapje’ noemde Jetta haar graag om de kleur van haar haar. Het is meer dan een plagerig koosnaampje. Het sprookje van Roodkapje met de dreiging van de wolf en de lokroep van de grootmoeder is in feite Nina’s situatie. De structuur van Schaduw van de wolf maakt dat duidelijk: aan elk hoofdstuk van het verhaal gaat namelijk een kort stukje van het sprookje vooraf. In een moderne versie – het meisje heeft foto’s bij zich en een linnen tas en in een vertékende versie – elk fragment wordt gedragen door angst: de geur van de wolf, het huisje dat onvindbaar is, willen lopen en geen stap kunnen verzetten. De wolf is voor Nina het symbool van de angst en van de dood. De dood zoals ze die bij haar moeder heeft leren kennen: die zo maar tijdens één keer ademhalen toeslaat. ‘Niets is zo erg als op jezelf te sterven’.
Tegenover de dood staat dan in het sprookje de grootmoeder die roept, maar die onbereikbaar is.
Vrij van angsten is Nina als ze zwemt. Dat kan ze dan ook geweldig goed. Het water geeft haar een geluksgevoel: ‘ik leef, ik ben er.’ Met haar felle slagen voelt ze kracht in haar lichaam en daarmee is het water voor haar de tegenhanger van de dood.

Zoektocht
Heel strak houdt de schrijfster de parallel vol tussen het sprookje en het eigenlijke verhaal. Zoals Roodkapje op weg is naar grootmoeder. zo is Nina’s leven ook een tocht. Een zoektocht naar haar vader, naar de zin van het leven, naar het mysterie achter de dingen en vooral naar rust en vrede. Naar ‘stilte, die als een zomer om de dorpen bloeit’, zoals ze gelezen heeft bij Achterberg, een zin die in haar is blijven haken. Want ‘als er geen rust, geen vrede te vinden is, is alles zinloos´. Het brengt haar soms tot religieuze gevoelens. Naar de donkerblauwe avondhemel kijkend krijgt ze het gevoel dat er iets op haar neerkijkt, dat iets haar ziet en weet wat ze voelt, wat ze denkt’.

Eindpunt
Net als Roodkapje komt Nina bij de grootmoeder uit. Het is Maria, de moeder van haar vader van wie ze nog nooit gehoord had, maar die nog blijkt te leven. De roep van grootmoeder in het sprookje is in Nina’s leven het verlangen van haar oma in Italië om de kleindochter te ontmoeten. Maria is het enige Italiaanse familielid met wie ze in het Engels kan converseren. Haar oma is een wereldwijze vrouw die een wilde jeugd achter de rug heeft. Ze is het voorlopige eindpunt van Nina’s zoektocht. Ze maakt Nina namelijk duidelijk hoe haar vader in werkelijkheid was èn ze laat haar zien dat ze zelf rust en vrede gevonden heeft bij God. Het eerste neemt Nina graag aan, aan het tweede is ze absoluut niet toe. ‘Je overgeven? Nooit!’ Ze wil zichzelf niet kwijt. Voor haar is er geen uitkomst, de wolf wacht op haar. Maar op het dieptepunt van de crisis besluit ze toch nog een keer naar Maria te gaan. ‘Die al die jaren voor haar gebeden heeft, die haar lief gehad heeft zonder haar te kennen’. ‘Blijf hopen’, had ze gezegd.

Christelijke roman
Ik vind Schaduw van de wolf een gave roman. Het kost je geen moeite bij Nina betrokken te raken. Veel van haar vragen zijn ook jouw vragen. Wel kent het verhaal een paar zwakke punten: soms zijn de herinneringen erg uitgebreid beschreven met een overschot aan details, maar aan de andere kant is er spanning genoeg om het geheel boeiend te houden. En wat losse verhaaldraden hier en daar neem je graag op de koop toe. En wat een mooie formuleringen kom je tegen: ‘kippenvel huivert over haar blote armen en benen’.
Een christelijke roman, noemde ik het. Terecht? Ik ben overtuigd van wel: je komt veel vragen van een zoekende tegen, en niet aanvaarde antwoorden.
Ook is er voor een christen tussen de regels door veel herkenning. En je komt bijbelse noties tegen zonder dat ze als zodanig benoemd worden. Bijvoorbeeld de prachtige legende van de onaanzienlijke vogel (blz. 36).Schaduw van de wolf is terecht genomineerd voor de Publieksprijs christelijk boek 2006.

Els Florijn (2005), Schaduw van de wolf, Uitg. Mozaïek, Zoetermeer, 189 pag., € 14,90.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief