Lichtvaardig

2006-03-03
  • Jaargang 50
  • nummer 5
Een druilerige middag eind juli 2005. Op het station van Roermond nemen we afscheid van ze. Bijna een half jaar later, eind januari 2006 zitten ze weer aan onze keukentafel. Daartussen hun droom die werkelijkheid werd: India, Tibet, Nepal. Geweldig dat er email bestaat. Op 28 augustus krijgen we het bericht: 'Lieve ouders... op twee september vertrekken we te voet vanaf Lamayuru naar Darcha, bij Manali aan de andere kant van de westelijke Himalaja's. We hebben een gids, pony's en een ponyman geregeld en gaan twintig dagen het hooggebergte doorkruisen (met een maximum van rond 6000 meter). Gelukkig zit het goed met onze rode bloedlichaampjes.
Na twee weken Leh, 3500 meter, heb je van kortademigheid, misselijkheid en hoofdpijn geen last meer. Vanaf 2 september dus niet meer bereikbaar. Jullie weten waar we gebleven zijn....' Drie weken stilte waarin van alles kan gebeuren. De Heer zegene en behoede jullie. Daar moet het thuisfront op vertrouwen.
In stilte neem ik mezelf voor deze drie weken niets te snoepen.
Een vorm van vasten dus. Geen koekje bij koffie of thee, geen zoete of hartige hapjes tussendoor. Na een week ga ik al voor de bijl op een verjaarsvisite. Vergissing. Maar ik blijf me vergissen.
Tenslotte denk ik: ach, wat maakt het ook uit... bedoelde ik dat nou serieus, dat 'vasten'?
Na ruim drie weken krijgen we een kort berichtje. Het stel is terug in Manali. Toch duurt het nog zeker twee weken voor we echt een levensteken krijgen. Intussen aardbeving in Pakistan. De onrust slaat toe.
Ik ben al een paar dagen grieperig (denk ik). Gaat niet over, kan er niets inhouden, alles staat me tegen. Man kookt zijn eigen potje, want ik sta te kokhalzen bij het fornuis. Pondjes vliegen er af, nieuwe broek slobbert om me heen. Wat hèb ik nou opeens? Weet ik het wel, en durf ik het niet onder ogen te zien? Want: was het nou serieus of niet? Voor de zekerheid zoek ik het op in Deuteronomium 23. 'Maar als u eenmaal een belofte hebt gedaan, zorg dan dat u uw woord nakomt, want het was uw eigen vrije keus, en u hebt het de Here, uw God gezworen.' Hoor eens, dat is het Oude Testament. Dat geldt niet meer voor ons, toch? Als je bezorgd bent dan zeg je wel eens wat. Onze kinderen zijn veilig aangekomen. Dank u Heer, dank U wel. Maar ik voel me beroerd. Ik heb wat beloofd, waar ik me niet aan gehouden heb. Dus dit is mijn straf, eerlijk is eerlijk. Op 1 november is het stel vanuit India in Pokhara, Nepal aangekomen. Weer horen we lange tijd niets, tot een bericht ons via de satelliet bereikt op 25 november: 'Alles oké, we zijn de Annapurna ronde aan het lopen, zitten nu in Manang en hebben net de zware en besneeuwde Thorung Pas in een slopende dag van 11 uur trek gelopen vanaf de moeilijke westelijke kant.' Vreemd genoeg maak ik mij dit keer geen zorgen. Ik voel me nog steeds ellendig, al helpen de inmiddels voor geschreven medicijnen wel wat.
Het wordt 10 december. Ik ben jarig en hoop iets te horen van mijn hemelbestormer.
En ja, de Heer zij geloofd en geprezen, hij belt. Ik hoor zijn stem zo dichtbij alsof hij gewoon in Amsterdam zit. Als ik tien minuten later de telefoon neerleg, voel ik me nogal beverig. Ik besef namelijk dat we alle reden hebben om de Heer te loven en te prijzen. Mensen die het gebied in Nepal kennen vertellen ons welke risico's die twee hebben genomen door zonder gids samen deze tocht te maken. Er is gratis op ze gepast. En dat, terwijl deze moeder van niks, in deze weken behalve een beetje bidden, zich geen zorgen zat te maken. Ze zat nog met de nasleep van haar mislukte vastenaktie. Onze Heer moet bepaald gevoel voor humor hebben. Pas bij de jaarwisseling voel ik me weer de oude. En of het nu een straf was of niet, ik hoop nooit meer zo lichtvaardig te zijn de Here een gelofte te doen die ik niet kan betalen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief