Beleven en doorgeven
2006-11-24
Ontmoeting- Jaargang 50
- nummer 23
Wanneer je iets moois hebt beleefd wil je het gevoel daarvan vasthouden.
Om te voorkomen dat het verwaait hebben wij verschillende methoden.
Een paar voorbeelden: een geborduurde belijdenistekst aan de wand, een foto van het uitzicht vanaf een bergtop, een menukaart van een speciaal diner etc. Vertel elkaar wat er op dit gebied in jouw huis is te vinden.
Uit de Schrift
• Lees Genesis 28:16-22 Jakob richtte een steen op om de mooie Godservaring bij Betel vast te houden. Tegelijk was die steen ook een publiek getuigenis. Die steen riep vragen op. Later bouwde Jakob daar ook nog eens een altaar (Genesis 35). Wie iets moois uit Gods hand ontvangt, heeft mogelijkheden om hiervan te getuigen. Ook vandaag.
Bijvoorbeeld via een geboortekaartje, een huwelijkskaart, een kerstkaart etc. Deel je ervaringen en verdisconteer daarin ook de reacties die je ontving.
• Jakob communiceert zijn geloof niet alleen naar zijn omgeving, maar ook naar God. Hij doet een gelofte (zie ook
1 Samuël 1:10; 2 Kronieken 15:12-15; Handelingen 18:18) De bijbel maant hierin tot voorzichtigheid (Deuteronomium
23:22-24; Prediker 5:1-6; Rechters 11:30-40). De meesten van ons hebben ook wel eens een belofte gedaan. Denk bijvoorbeeld aan je belijdenis, de doopbelofte, of een gebed waarin je God beloofde meer te zullen gaan bidden. Vertel elkaar in hoeverre je je aan die beloften hebt kunnen houden en probeer ook het gevoel dat je daarbij hebt te verwoorden.
• Jakob is zijn gedane gelofte al snel vergeten. Maar God niet! Tot twee maal toe lees je hoe God op de gelofte terugkomt: Genesis 31:1-3; Genesis 35:1-3. Met andere woorden: God schrijft Jakob vanwege zijn woordbreuk niet af, maar nodigt hem uit alsnog de gelofte na te komen. Deel op wat voor manier je merkt dat God jou uitnodigt om trouw te zijn aan gedane beloften.
Slot
Dank God voor wat je van elkaar mocht leren. Wie wil zingen kan denken aan Psalm 141:2 en 3; Psalm 116:1, 2, 3, 6 en 8; Opwekking 434; Opwekking 123.
| Handelingen 18:18-22 Na de mislukte poging van de Joden om de Romeinse overheid tegen Paulus op te zetten, verkondigde hij nog geruime tijd in Korinthe het evangelie. Maar toen wilde hij terug naar zijn thuisbasis (-). Hij nam afscheid van de broeders en begaf zich naar Kenchreeën, de oostelijke haven van Korinthe (-). Maar eerst liet hij in Kenchreeën zijn haar knippen vanwege een gelofte. Dit gebeurde ook wanneer iemand zijn nazireeërgelofte had vervuld (Numeri 6:1-21). Nu braken de apostelen niet meteen radicaal met alle ceremonieën van de Thora. Maar of Paulus een nazireeërgelofte had afgelegd? Daarmee beloofde een niet levitische Israëliet zich immers enige tijd op bijzondere wijze aan de HERE te wijden. Maar dit deed Paulus toch al volop? Hij kon evengoed beloofd hebben zijn haar te laten groeien totdat God hem ongedeerd uit Korinthe zou laten vertrekken. (F. van Deursen; De Voorzeide Leer, Is, blz.105) |