Een gesprek tussen twee boerenpastors

2006-03-17
  • Jaargang 50
  • nummer 6
Op 21 februari reed ik naar Kampen om de begrafenis van ds. Stuij bij te wonen. Twee weken daarvoor reed ik ook naar Kampen om vervolgens met ds. Stuij op bezoek te gaan bij bisschop Muskens in Breda.

‘Gaat het dan toch echt gebeuren?’ klonk het haast ongelofelijk door de telefoon. ‘Gaat Jan Stuij werkelijk naar Tiny Muskens toe?’ Gelukkig kon ik deze vraag geruststellend beantwoorden: ‘Ja dominee Stuij, we gaan naar Breda, ik heb
een afspraak geregeld met de bisschop.’

Aanleiding
De oorsprong van deze reis lag in een andere reis. Tijdens de Seminarie Israël Studiereis van 2005 vertoefden we enkele dagen in Ma’agan, een paradijselijk oord gelegen aan het Meer van Galilea. ‘Wat zou een mens nog meer willen wensen?’, stelde ds. Stuij tevreden vast. ‘Hebt u zelf dan geen wensen meer?’, vroeg ik toen.
Na enige aarzeling kwam het verrassende antwoord: ‘Nou… ik zou bisschop Muskens wel eens willen ontmoeten.
Ik heb zijn boek gelezen en herkende daar zoveel in: we zijn beide boerenjongens, rond de Biesbosch geboren en getogen.’ Enthousiast gaf ik te kennen daar mijn best voor te gaan doen. Een bisschop heeft het weliswaar erg druk, maar zou er voor een ontspannend gesprek met een protestantse boerenpastor geen tijd zijn?

Hindernissen
Die tijd bleek er dus te zijn, hoewel onze eerste afspraak op 1 december 2005 verschoven moest worden naar 7 februari omdat de bisschop verplichtingen had in verband met Wereld-Aids-Dag. Het zou een lange maar bijzondere reis worden. Dat begon al bij de sigarenwinkel in Kampen. Ruim voor de openingstijd mochten we toch al een chique doos rookwaar als cadeau meenemen. Met een blij gemoed vertrokken we naar het zuiden om de geboortegrond van beide boerenzonen te bezoeken. Bij de Lekdijk waren grote machines bezig de dijk te verzwaren. Glimlachend citeerde ds. Stuij de titel van Muskens’ boek: ‘Wees niet bang’. En zo reden we verder over de glibberige en onverharde dijk. Regelmatig klonk uit zijn mond ‘Het komt goed’ en ‘Brave auto’.

Langerak en Elshout
We bereikten de buurtschap Waal, waar de voormalige NG-kerk te koop stond, als woonhuis wel te verstaan.
Hier ging ds. Stuij als kleine jongen naar de kerk en catechisatie. In Langerak herinnerde slechts een grasveldje aan de plaats waar eens zijn ouderlijk huis had gestaan. Alleen de kolossale bomen over de dijk getuigden nog van de jonge Jan Stuij: hij had ze zelf geplant. Geheel anders is het gesteld met de kerk en het geboortehuis van bisschop Muskens in Elshout. Ze zijn er nog. Aan het speciale smeedwerk boven in de gevel wisten we het geboortehuis te vinden. De voormalige boerderij moesten we natuurlijk van dichtbij gaan bekijken. Dromerig stelden we ons voor hoe Tiny Muskens als klein boerenjochie achter de koeien liep. De volgende halteplaats was de kerk. We konden naar binnen omdat er schilders aan het werk waren. Het kerkgebouw was prachtig en voor ds. Stuij kon de dag al niet meer stuk. En dat terwijl het bezoek aan de bisschop nog moest plaatsvinden!

Ontvangst in Breda
Het fraaie bisschoppelijke paleis ligt in de binnenstad van Breda. Het is één van de veranderingen die Mgr. Muskens heeft doorgevoerd: de kerk moet weer een plaats krijgen in het centrum, op de plek waar mensen naartoe komen, winkelen en uitgaan. We werden hartelijk ontvangen door de beroemde boerenzoon uit Elshout, die sinds 1996 aan het hoofd staat van het bisdom Breda. We namen plaats tegenover de bisschop, met tussen ons een enorm bureau waar een bijna opgebrande sigaar lag na te smeulen. Dat kwam dus goed uit, want wij hadden een nieuwe voorraad meegenomen. Bij de overhandiging van de sigarendoos bleek pas goed dat de bisschop nog altijd hinder ondervindt van zijn herseninfarct in 1999.

Boerenvoordeel
Het werd een buitengewoon boeiend gesprek, al was er nauwelijks een lijn in te ontdekken. De bisschop begon met het signeren van zijn boeken en wij vertelden enthousiast over ons bezoek aan zijn geboorteplaats. We spraken over de boerderij en de omgang met de dieren. We deelden samen de verwondering over het gezag dat mensen toch hebben over een kudde koeien of een kolossaal paard. Volgens de bisschop was het een groot voordeel om als geestelijke van boerenafkomst te zijn. Daar leer je wat geduld is en leef je in de verwondering over alles van groeit. Ds. Stuij bevestigde dat helemaal een wees op je afhankelijkheid van het weer en de natuur. Dat brengt je dichtbij God.
Voor mij was het wel duidelijk: als jongen uit de stad zou het als geestelijke nooit wat met mij worden… Uitbundig lachten de bisschop en de dominee om deze constatering. Mijn opmerking dat ik ook geen dominee wilde worden, ontlokte beide pastors weer tot uitspraken hoe mooi het ambt eigenlijk was. Bijzonder treffend stelde de bisschop vast dat dit het enige beroep ter wereld is dat van betekenis blijf na de dood en dus eeuwigheidswaarde heeft. Zo had ds.
Stuij zijn werk nog niet eerder bekeken en de vreugde daarover straalde van zijn gezicht.

Wereldkerk
Bisschop Muskens snapte niet dat de gereformeerde professor Kuiter zo grondig afrekende met het geloof in God. Tja, ook wij begrepen dat niet, maar voegden daar wel aan toe dat wij bij een andere kerk hoorden. Het viel ons niet mee om de bisschop het ondoorgrondelijke woud van alle gereformeerde kerken uit te leggen en onze plaats daarin te markeren.
Dan is het verschil met de wereldkerk van Rome wel erg groot. Dat werd nog duidelijker toen Mgr. Muskens nuchter vertelde dat de ontkerkelijking in het westen ruimschoots werd gecompenseerd met de groei van de Roomse kerk op andere continenten.
Over de kerk maakte hij zich geen zorgen, wel over de jeugd en het milieu. Die hebben het nu al moeilijk en zullen het in de toekomst nog moeilijker krijgen.

Rust en vrede
We spraken ook over het hiernamaals, waar we ons eigenlijk geen voorstelling van kunnen maken. Mgr. Muskens kon de onmetelijkheid van de kosmos al niet goed bevatten, laat staan de eeuwigheid. Wel wist hij dat er rust en vrede zou zijn. Die rust en vrede waren er niet altijd in zijn loopbaan geweest. Conflicten waren soms niet te vermijden: je kunt het immers niet iedereen naar de zin maken. Maar ons had hij het zeker naar de zin gemaakt! Voldaan namen we met een broederlijke omhelzing afscheid van bisschop Muskens. Het was alsof de beide boerenjongens elkaar al van jongsaf kenden.

Trappistenklooster
‘O, wat mooi’, zei ds. Stuij toen we buiten stonden. ‘Het was geweldig en het is nóg niet voorbij.’ Dat klopte, want we gingen nog naar het Trappistenklooster bij Tilburg om daar wat te eten en de vesperdienst bij te wonen.
Als een kleine jongen in een grote snoepwinkel keek ds. Stuij zijn ogen uit. Hij genoot van de gewijde, mystieke sfeer van het gebouw en wilde na de vesper ook nog graag de dagsluiting meemaken. Daar zongen we op Benedictijns wijze Psalm 91: ‘Wie vertoeft in de schuilplaats des Allerhoogsten, vernacht in de schaduw van de Almachtige. Met lengte van dagen zal Ik hem verzadigen, Ik doe hem aanschouwen Mijn heil.’ Acht dagen later gingen deze verzen voor ds. Jan Stuij in vervulling. Het was een groot voorrecht om hem een dag lang te mogen vergezellen op één van zijn laatste reizen.

Reageren?
redactie.opbouw@ngk.nl

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief