Stilte

2006-03-17
  • Jaargang 50
  • nummer 6
ommige schijnbaar onbetekenende gebeurtenissen kunnen je bijblijven. Wij waren op vakantie in Wales. Ik stond op een heuvel met uitzicht op de monding van de rivier Dovey en ik realiseerde me ineens dat het volkomen stil was om me heen. Geen geluid, absolute rust. Een zeldzaam moment in een rumoerige wereld. Later gebeurde iets vergelijkbaars, opnieuw in een vakantie. Tijdens een fietsrondje Ameland, kwam ik aan de Waddenkant van het eiland. Ik stapte af, ging op de dijk zitten en keek over het Wad. En ook daar: volkomen stilte, helemaal niets te horen. Een stilte die indruk op je maakt.

Waarom leven deze momenten voort als kostbare herinneringen die ik koester? Omdat stilte een schaars goed is geworden?
Misschien wel. De vele geluidsbronnen die ons voortdurend vergezellen, hebben de stilte in ons leven inderdaad drastisch ingeperkt. Aan de andere kant: hoe vaak zoek ik naar stilteplekken?
Dat gebeurt niet veel, ben ik bang. Juist wanneer de stilte er dan opeens is, geheel onverwacht, dringt een besef van gemis door.

Je zou kunnen zeggen dat stilte de ‘afwezigheid van geluid’ is. En dat is natuurlijk ook zo. De vraag is echter of stilte daarmee ten volle is omschreven. Gaat het alleen om ‘afwezigheid’, of misschien juist om ‘aanwezigheid’?

Een klein uitstapje naar het begrip ‘vrede’. Vrede is de ‘afwezigheid van oorlog en geweld’, maar het is meer.
‘Afwezigheid van oorlog en geweld’ is de bodem; daarop kan verder gebouwd worden. Het is de voorwaarde voor het ontstaan van een vreedzame wereld, waarin de mens tot zijn recht kan komen.
Zo kan vrede worden voorgesteld als een gelaagd begrip. Er is een fysieke basislaag waarin de wapens zijn neergelegd en conflicten zijn beëindigd. Daarboven bevindt zich een laag waarin een diepere inhoud groeit. Vrede wordt daarin uitgediept naar ‘vrede en gerechtigheid’.

Met stilte is het ook zo. Het verdwijnen van geluid en lawaai maakt de weg vrij voor iets anders, diepers. De berijmde Psalm 65 geeft – in vers 1 - aan de stilte een belangrijke functie, namelijk het toezingen van God de Heer:

De stilte zingt U toe, o Here, In uw verheven oord.

Stilte als lofzang voor God. Daarmee krijgt de stilte wel een heel bijzondere inhoud. Stilte wordt veelzeggende, gewijde stilte. Ook hier die gelaagdheid: Psalm 65 laat de stilte vanuit de fysieke basislaag die gekenmerkt wordt door ‘afwezigheid van geluid’ doorgroeien naar de laag van de diepere inhoud waarin de ‘eer aan God’ centraal staat.
De stilte – onderdeel van de geschapen werkelijkheid – buigt zich in eerbied voor God en zingt Zijn lof.

Een klein uitstapje naar vertalingen. De hiervoor gegeven psalmregel is de berijming van het volgende bijbelgedeelte uit de NBG-vertaling 1951:

U komt stilheid toe, een lofzang, o God in Sion (Psalm 65:2a)

Maar nu de Nieuwe Bijbelvertaling. Daar wordt - in Psalm 65:2a – de stilte niet meer genoemd. Er staat:

U komt de lof toe,
God die woont op de Sion

De strekking is hetzelfde gebleven, maar de lof(zang) wordt niet meer gekoppeld aan de stilte. Misschien kan een vertalingsdeskundige nog eens in dit blad uiteenzetten waarom Palm 65 in de NBV geen plaats meer biedt aan de stilheid.
Komt ‘stilheid’ misschien niet voor in de brontekst? Of is het juist niet geschikt voor de doeltaal?

Stilte en lofzang in Wales, op Ameland en vele andere plaatsen verspreid over onze planeet. Gods schepping die in haar majestueuze, gewijde stilte haar Schepper eert. Een stilleven op ware grootte. Als mens, als schepsel, word je op zo’n moment als vanzelf meegenomen in de lofzang die opgaat naar God. ‘Wees stil, want de heerlijkheid van God omgeeft ons in dit uur’ (Opwekking 464, vers 2).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief