De doorleefde visie van Antoine Bodar
2006-12-22
‘Ik wil een leeuw zijn op de kansel en een lam in de biechtstoel’. Met die uitspraak over de roeping van de kerk tegenover homo’s trok priester Antoine Bodar twee jaar geleden de aandacht in een paginagroot interview in het Nederlands Dagblad.- Jaargang 50
- nummer 25
Interviewer Wim Houtman zocht Bodar nadien nog enkele keren op.
Het resulteerde in een boek waarin de vervolggesprekken samengebracht werden met het interview onder de titel Ongeordende liefde.
In het boek Uit de schaduw, waarin homo’s vertellen over hun worsteling met geloof en kerk, bepleitte ik een jaar of wat terug dat christenen moeten beginnen met luisteren naar de levensverhalen van homo’s. ‘Lang en goed luisteren. Hen uit laten spreken.
Om vervolgens elkaar verder te helpen op de weg van het meer en meer toegroeien naar het beeld van Christus’.
Luisteren
Lang en goed luisteren en er niet teveel doorheen praten. Dat geldt dus ook voor een bespreking van Ongeordende liefde. Want Bodar, bekend van radio en tv en van zijn NDcolumns, is homoseksueel. Het irriteert hem overigens mateloos, dat hij in de media zijn mond niet kan opendoen, of anderen beginnen over zijn homoseksualiteit. ‘Ik wil me niet laten terugbrengen tot een seksuele voorkeur’.
Antoine Bodar wil al jong priester worden, maar kan het in de kerk van de jaren zestig niet vinden. Hij gaat daarom kunstgeschiedenis studeren, wordt programmaker bij de KRO en heeft in die periode twee langdurige homorelaties. ‘Ik heb zeer bemind en ik ben zeer bemind’. In 1985 wordt zijn roeping hem te sterk. Hij verbreekt zijn relatie en wordt in 1992 tot priester gewijd. Sindsdien ervaart hij de eenzaamheid van het alleen zijn. ‘Het nadeel is dat ik de herinnering ken. Als ik nooit armen om me heen had gevoeld, zou ik dat ook niet zo missen’.
Niet eenkennig
Op diverse plaatsen in het boek blijkt dat Bodar van eenkennigheid niets moet hebben. Hij haalt uit naar de ‘grachtengordel met haar dependances in Hilversum die homoseksualiteit zó gewoon vindt, maar er toch steeds maar weer over wil praten’, en die met haar gelijkheidsideologie het homohuwelijk heeft afgedwongen.
Maar Bodar is ook boos op de ‘bijbelgordel’ waar te vaak homoseksualiteit in één adem wordt genoemd met seksverslaving, seks met dieren of kinderen, drankzucht en criminaliteit.
‘Als twee mensen vrijwillig met elkaar de sponde bestijgen, is dat toch iets anders’.
En even hard als hij zich keert tegen de seksualisering van de samenleving waarin seks een eerste levensbehoefte lijkt te zijn geworden, toont hij zijn moeite met de keerzijde ervan: dat een gewoon, teder gebaar meteen seksueel wordt geladen en in de sfeer van ongewenste intimiteiten wordt getrokken: ‘een vergroving van de samenleving’, vindt Bodar.
Afgetast
Al luisterend naar Bodar, word je door hem meegenomen om naar God te luisteren. De bekende teksten uit Genesis 19, Leviticus 18 en 20, Romeinen 1 en 1 Korinthe 9 worden een voor een door Bodar op hun betekenis voor toen en nu afgetast.
Afgetast, dat is: zorgvuldig gewogen – ook al valt er op die weging soms best af te dingen -, en niet zomaar als tijdgebonden aan de kant geschoven.
Bodar concludeert: ‘Homoseksualiteit hoort niet bij het volk van God (zie Leviticus) en (zie Paulus) ook niet bij het hemelse koninkrijk dat Jezus aankondigt’.
Toch kan ook hij die scherpe teksten niet met droge ogen lezen. ‘Ik kan het voor honderd procent invoelen als iemand zegt: die teksten gaan niet over mij, want ik wil een relatie in liefde en trouw. Dat is uit het leven gegrepen’.
Maar uiteindelijk zijn niet déze teksten doorslaggevend voor Bodar. ‘Ook als je die niet kunt invoelen’, dan blijft staan wat Genesis 1 zegt over de schepping. ‘De mens is geschapen als man en vrouw. Mannen zijn niet bedoeld voor mannen’. Er blijft volgens hem maar één conclusie over: de Bijbel ziet homoseksualiteit als een afwijking van wat God bij de schepping heeft bedoeld. Homoseksualiteit is voor Bodar ‘ongeordende liefde’ (de titel van het boek), strijdig met Gods scheppingsorde. ‘Ik vind mezelf abnormaal. Homo word je niet voor je plezier. Ik was liever normaal gebleven’.
Praktijk
De norm is voor Bodar duidelijk: Een relatie tussen een man en een man, of tussen een vrouw en een vrouw is niet zoals God het bedoelt. Maar wat doe je daarmee in de praktijk: bij mensen die dreigen kapot te gaan en kerk of geloof kwijt te raken? Of bij gelovige jongeren die, omdat ze homo zijn, het leven als een eenzaam zwart gat voor zich zien en zelfmoordneigingen hebben? Bodar wil niets weten van een aanpassing of herformulering van de norm. Dat vindt hij een typisch protestantse, want rechtlijnige aanpak.
‘Wij katholieken leven makkelijker met: het moet niet, maar ja, het leven gaat zo’. ‘De kerk moet het ideaal hoog houden en tegelijk weet ze dat het voor velen niet bereikbaar is.
Die mogen zich dan toch lid weten van de kerk, bemind door God, deel van de gemeenschap, geborgen’.
Antoine Bodar wil er niet onderuit een homoseksuele relatie zonde te noemen, ‘maar een minder grove zonde dan de wereld uitbuiten, de hongerigen negeren of kinderen al in de moederschoot doden’. Of: ‘moedwillig kwaad van elkaar spreken, jaloezie, graaizucht en niet willen delen’,voegt hij er elders in het boek aan toe. Seksuele zonden zijn volgens Bodar niet erger dan andere zonden, eerder minder erg. ‘Waarom zou ik het blad Playboy meer moeten afkeuren dan het blad Quote?’ Bodar weet zich ‘als pastor geroepen de Bijbel uit te leggen’, en die uitleg is ‘dat een relatie tussen twee mannen of twee vrouwen niet Gods bedoeling is’. Maar als pastor wil hij ook altijd naast de mensen staan. En laten merken: ‘God is evengoed de liefde en de barmhartigheid zelf’. ‘Als ambtsdrager wil ik de leer voorhouden, maar ik ben geen moraalridder.
Ik ga niet oordelen over mensen die anders leven. Jezus gaat ons daarin voor. Hij eet met iedereen. En zegt vervolgens dat
ze alles moeten weggeven.’
Terugstappen
Kortom, een leeuw op de kansel, een lam in de biechtstoel. Logisch? Nee, niet logisch. Zoals het leven van Jezus en de stijl van zijn Koninkrijk niets met logica te maken hebben: sterven om te leven, geven om te ontvangen, verliezen om te behouden. Over wat die onlogische leefregels van het Koninkrijk voor het leven van homo’s én hetero’s in de kerk betekenen, had ik met Bodar wel in discussie willen gaan. Net als over zijn uitspraken over het aangaan van homo’s aan het Avondmaal. Maar uiteindelijk blijf ik toch maar luisteren. Naar de pastor die weet dat hij moet terugstappen en plaats maken voor God zelf.
‘Hopen en wachten tot God iemand zelf aanraakt’. Immers, ‘anders leven kan alleen wanneer je zo door God aangeraakt bent, dat je niet anders kunt dan je naar Hem voegen. Zonde uit de weg gaan, niet omdat je anders misschien niet in de hemel komt, maar omdat ze je van Hem verwijdert – dát is het ergste’.
Vandaar Bodar’s appèl: ‘Breng het probleem steeds terug bij God.
Verlaat de verbinding met de Eeuwige niet. Leg het Hem voor’. Dat is een pastorale handreiking met uitzicht: voor homo’s en hetero’s. Want, zegt hij: ‘Ik kan met mijn gebrokenheid leven omdat God in zijn kracht mijn zwakheid vult. Zo eenvoudig is het’.
Wim Houtman, Ongeordende liefde. Uitg. Ten Have, Kampen, 2006. 123 blz; €12,90.