Drie jaar lang een goede tweede

2006-12-22
  • Jaargang 50
  • nummer 25
Kerst en oud- en nieuwjaar beleeft Bert Hagenaars (36) dit jaar hoogstwaarschijnlijk heel anders dan in 2005, 2004 en 2003. Na drieënhalf jaar zoeken vond hij begin december eindelijk een baan. 'Maar ik ben nog echt niet klaar met de vraag waarvoor deze periode goed is geweest.'

Toen Bert Hagenaars in 2003 werkloos raakte en op zoek ging naar een baan, zeiden hij en zijn vrouw Nienke na een paar maanden op oudejaarsavond hoopvol tegen elkaar: 'Dit jaar gaat het gebeuren!' Toen er een jaar voorbij was gegaan, werd het: 'Zou het dit jaar gaan gebeuren?' Vorig jaar zeiden ze: 'Dit jaar móet het gebeuren.'

'Niets geks'
Bert Hagenaars zocht drieënhalf jaar naar een baan. Begin deze maand werd hij aangenomen als dtp'er bij een krant. Op 1 januari a.s. begint hij.
'Waarom kwam het precies op de dag dat mijn WW-uitkering zou stoppen goed met een baan die er perfect uitziet?
Waarom moest het zo ontzettend lang duren?' Het zijn vragen waarop Bert nog geen antwoord heeft.
'Mijn cv is weliswaar geen gemiddelde, maar mijn wensen waren niet raar. Ik heb een jaar hts gedaan en ben daarna gaan werken als administratief medewerker bij de Raad van State. Omdat het kerkelijk werk mijn hart had, ben ik na een paar jaar naar bijbelschool De Wittenberg in Zeist gegaan. Die hbostudie was heel interessant, maar ik wilde er niet direct mee aan het werk.
Dat hoefde ook niet want ik rolde heel snel de ICT in. Dat ging tien jaar geleden heel vlot en het is een vak dat ook mijn hart heeft.' Bert werkte bij een bedrijf dat ICTmedewerkers detacheert bij andere bedrijven. Hij vond de combinatie van werk en opleiding leuk en werkte lang bij één klant. Dat betekende dat hij zich specialiseerde op één gebied. Toen Berts contract met deze klant werd opgezegd, werd hij moeilijk plaatsbaar voor het detacheringsbedrijf.
Uiteindelijk werd een regeling getroffen en vertrok hij. 'Het was op een moment dat de economie achteruit ging en de markt voor ICT'ers moeilijk werd. Maar ik had er toen geen idee van dat het zo lang zou duren voordat ik een nieuwe baan zou vinden. Ik zocht niet iets geks. Het liefst iets als redacteur of dtp'er (desktoppublisher; iemand die documenten grafisch opmaakt op een computer, red.). Dat vond ik leuk om te doen en daarin was ik ook goed. Maar ik wilde ook best aan de slag als ICT'er of administratief medewerker.'

Puzzel
'Ik herinner me nog een moment uit de eerste periode na mijn vertrek bij het detacheringsbedrijf. Ik had al verschillende sollicitaties de deur uit gedaan, maar er was één vacature waarvan ik echt zeker wist dat hij voor mij was bedoeld. Een bedrijf zocht een overtuigd christen met een ICT-achtergrond en affiniteit met redactiewerk en vormgeving.
Als een puzzel leken alle stukjes in elkaar te passen. Nou, niet dus.
Iemand anders was nog nét iets geschikter en ik werd “een goede tweede”.' 'Het zware zat 'm in het worstjeseffect.
Er wordt je iets voorgehouden en je mag er niet aan happen. Sommige banen leken me echt perfect; sloten naadloos aan bij mijn cv. En dan bleek er iemand te zijn die nog een extra diploma had dat niet in de vacature stond maar wel mooi paste in het profiel.
Dat was heel vaak domme pech. Ik weet niet hoe vaak ik heb gehoord dat ik een goede tweede was.' 'Nee, het is me niet helder geworden waar deze drieënhalf jaar voor nodig zijn geweest. Ook nu het is goedgekomen met een mooie baan is me nog steeds niet duidelijk waar dit goed voor is geweest. Moest ik iets leren? Wat dan? Niemand die het me kan zeggen.
Dan denk ik: laat mij de vraag dan maar gewoon bij me houden. Zonder het antwoord.
Dat heb ik liever dan dat mensen antwoorden geven die voor mij geen antwoorden zijn. Overigens bedoel ik met ‘de vraag bij me houden’ iets anders dan de situatie accepteren. Dat woord klinkt me iets te gemakkelijk. Drieënhalf jaar zoeken naar een baan is een zware last. Dat is gewoon een feit.' 'De last werd met het voortduren van de situatie steeds zwaarder. Je wordt steeds hoopvoller. Of wanhopiger. Dat komt soms op hetzelfde neer. Het verschil tussen wel of niet worden aangenomen wordt namelijk steeds groter. Het werkloos zijn werd een steeds groter probleem. Ook vanwege het geld. Het raakt het fundament van je leven. Kan ik hier blijven wonen? Hoe komen we straks rond?'

Schilderij
'Ik heb mijn zoektocht naar een baan niet zo heel bewust en heel concreet aan God voorgelegd. Het past bij mij en mijn beeld van God om dat niet te doen. Dat persoonlijke met God heb ik niet op die manier. Terwijl ik tegelijkertijd heel goed weet dat Hij mij ziet. Hij weet precies wat ik wil en wat ik nodig heb. Anderen zeggen dan: 'Maar God wil erom gebeden worden.' Ja, dat weet ik ook wel. Maar Hij kent mijn gedachten en dat is ook bidden.
Ik hoef mijn persoonlijke nood niet heel expliciet bij God te brengen.
Ik doe dat impliciet. Het kost me heel veel moeite om diepe gevoelens onder woorden te brengen. Ik vind dat woorden die gevoelens vaak ontkrachten.
Alsof je een schilderij probeert uit te leggen. Bovendien had ik het gevoel dat een baan voor Bert niet het punt is waarom alles draait. Er zijn belangrijkere dingen. Zoals het gelukkig en goed leven voor Gods aangezicht. En God weet wat daarvoor
nodig is en wat goed is voor mij.'

Dankbaar
'Overigens betekent dat niet dat ik niet blij ben met de gebeden van anderen voor mij. Integendeel. Het heeft me heel erg goed gedaan en ik ben er ook heel dankbaar voor. Over het algemeen heb ik me gedurende de hele periode van werkloosheid rustig gevoeld.
Nuchter. Ik had het vertrouwen dat het allemaal wel goed zou komen. Ik denk dat al die intense gebeden aan dat basisgevoel hebben bijgedragen. Het heeft voor mij iets natuurlijks dat anderen wel expliciet voor mijn nood kunnen bidden. Zij moeten dat ook wel expliciet doen, omdat zij mijn gedachten en gevoelens ten diepste niet kennen.' 'Ik vond het wel moeilijk - vooral door de wijze waarop je omgeving met je omgaat - om te zorgen dat anderen mij niet als zielig gingen zien. Als Bert de werkloze. Nee, ik ben Bert Hagenaars.
En ja, werkloosheid stond in het rijtje bij de dingen die bij mij horen, maar dat geldt nog voor zoveel dingen méér.
Ik kwam er vaak niet eens aan toe om aan iemand de vraag te kunnen stellen hoe het nu met hém of háár ging. Bert was
toch degene aan wie iedereen vroeg hoe het nu toch ging?'

Klussen
'Ik ben heel dankbaar dat het voorbij is. Ja, ook die dankbaarheid uit ik heel impliciet. Maar dat betekent niet dat ze minder groot is. Maar waarom heeft het zo raar lang geduurd voordat ik weer aan de bak mocht? Omdat ik drieënhalf jaar voor de kerk en voor anderen klussen heb mogen doen? Ik deed en doe het met plezier. Maar met de vraag waar dit voor nodig is geweest, ben ik nog niet klaar.'

Reageren?
redactie.opbouw@ngk.nl

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief