Geen alternatief voor kanselbijbel

2004-01-09
  • Jaargang 48
  • nummer 1
Hoewel verschillend wordt gedacht over de kwaliteit van de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) zijn er eigenlijk geen alternatieven voor gebruik in de kerkdienst. Dat rapporteren de NGK waarnemers in de Raad voor Contact en Overleg betreffende de bijbel (RCOB) aan de Landelijke Vergadering. De nieuwe bijbel moet eind volgend jaar verschijnen.

Het gaat bij vertaling van een boek als de bijbel vaak om een compromis tussen de precieze brontekst en de begrijpelijkheid. Ofwel, een nieuwe vertaling moet trouw zijn aan de oorspronkelijke tekst, maar wel bestaan uit hedendaags, natuurlijk Nederlands.
De waarnemers citeren met instemming de woorden van de voorzitter van de begeleidingscommissie bij het begin van het project. ‘Ook zal zo’n vertaling de verleiding moeten weerstaan van een al te grote duidelijkheid.
Het klinkt misschien gek, maar een bijbelvertaling moet in bepaalde opzichten ontoegankelijk durven zijn.
Te meer, omdat in de recente vertaaltraditie een sterke neiging bestaat de lezer over elke hobbel heen te helpen.
De nieuwe vertaling zal de lezers willen overhalen tot lezen… De lezers worden met een sterke Nederlandse tekst aangesproken, die een flinke taalvaardigheid vergt, de inhoud is eerder verrassend en vreemd dan voor de hand liggend gewoon.’ De diverse proefvertalingen (Werk in uitvoering) maken volgens de waarnemers die verwachtingen niet waar.
Wel zien zij dat de kritiek uitwerking heeft, bijvoorbeeld doordat de vertalers voorzichtiger worden met het expliciet opschrijven van informatie, die impliciet in de brontekst besloten ligt. ‘We zijn benieuwd of en in hoeverre deze ontwikkeling zich doorzet in de definitieve vertaling. Al is het niet realistisch te veronderstellen, dat het aanvankelijke ideaal wordt verwezenlijkt.’

Voors en tegens
De vorige LV gaf de waarnemers in 2001 de extra opdracht te kijken of de NBV ook geschikt is voor gebruik in de kerkdienst. Ze antwoorden niet duidelijk ja of nee, maar sommen de voors en tegens op.

Voors:
• Gebruik van dezelfde standaardvertaling is goed voor de communicatie tussen christenen en het uit het hoofd leren van teksten. Er zijn zwaarwegende redenen nodig om te kiezen voor een kerkelijk isolement wat bijbelvertaling betreft.
• Naar verwachting zullen veel kerkleden een afwijzing van NBV-gebruik in de kerkdienst niet begrijpen. De leesbaarheid steekt gunstig af bij de van de NBG-vertaling uit 1951.

Tegens:
• Door de gerichtheid op de doeltaal biedt de NBV een tekst met een hoog parafrase-gehalte. In veel gevallen is die parafrase op zichzelf verantwoord. Maar stellen we aan een kerkbijbel niet voor alles de eis, dat hij ons de tekst van de bijbel biedt en niet de uitleg van die tekst?
• Van de kansel zullen we (nog) vaker gaan horen: in de grondtaal staat er eigenlijk… Daardoor verwijzen predikanten hun gehoor impliciet naar een vertaling, die meer op de brontekst is gericht.

Vertrouwenskwestie
De laatste LV heeft weliswaar een landelijke Vertrouwens- en Adviescommissie ingesteld, maar de gemeenten doen er niet veel mee. De commissie heeft één keer bemiddeld tussen een kerkenraad en haar predikant en gaf een paar keer informatie over de rol die zij zou kunnen spelen.
De commissie moet volgens haar taakomschrijving ‘vroegtijdig gemeente en predikant bijstaan en adviseren over mogelijke oplossingen van problemen.
Niet door geschillenbeslechting of arbitrage, maar door bemiddeling (mediation) en het helpen zoeken naar alle mogelijke andere oplossingen.’ In haar rapport aan de LV vraagt de VAC zich af waarom het zo stil blijft.
‘Is het onbekendheid met de commissie of is sprake van drempelvrees, omdat men elkaar in een klein kerkgenootschap vaak kent en een zekere angst bestaat om bekenden bij de problematiek te betrekken? Dat het klimaat in onze kerken zó positief zou zijn, dat geen beroep op de commissie hoefde te worden gedaan, betwijfelen wij.’ Volgens de VAC twijfelen hulpzoekenden soms tussen VAC en STAGG.
‘Volgens ons zijn er duidelijk raakvlakken met de STAGG, maar is de taak van de VAC meer preventief van aard en, naar wij hopen, ook laagdrempeliger.’ Ook voor de tweede taak van de commissie, dienstverlening bij (her)plaatsing van predikanten, loopt het geen storm.
‘Wel hebben een kerk en een regionale vergadering ons gevraagd ons in te zetten voor een beroepbaar gestelde kandidaat.
Maar juist dat behoort niet tot de taak van de commissie, want dan draagt zij een te grote verantwoordelijkheid voor het eigenlijke beroepingswerk.
’Wel komt de commissie binnenkort met een handreiking voor het beroepingswerk.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief