Studie tegen de stroom in

2004-02-06
  • Jaargang 48
  • nummer 3
Zondagmiddag, met een bezoek aan de Dekkers nog voor de boeg, hoorde ik voor de radio dat de atlete Fanny Blankers-Koen was overleden. De ‘vliegende huisvrouw’, zoals ze wel werd genoemd, die tijdens de Olympische Spelen van 1948 vier gouden medailles won. ‘Zonder de enorme support van haar man was het haar natuurlijk nooit gelukt,' zo wist de schrijver van haar biografie te vertellen.

Zoiets hoor je eigenlijk haast altijd als iemand iets heeft gepresteerd, dat niet doorsnee is. Jan Blankers toenen Jaap Dekker schreef in het ‘woord vooraf’ van zijn dissertatie in dezelfde geest over zijn vrouw Gerda.

Laconiek
Ze lachte maar eens, toen ik het aan haar vroeg. Gerda had, toen ze met Jaap trouwde, wel in de gaten dat ze het leven ging delen met iemand, die graag en gedreven studeerde. Dat hoorde helemaal bij hem en ze vond het best. Zo kon ze ook loyaal staan achter al dat gestudeer op Jesaja. Met iets laconieks, want als echtgenoot Jaap zijn project halverwege had opgegeven had ze daar ook vrede mee gehad. Of als hij aangaf voortaan ook op zaterdagochtend nog een blokje te willen studeren, zei ze ‘prima’, maar wist in haar hart wel dat het hem - gelet op gezin en familie - toch niet zou lukken. Zij en het gezin hebben er dan ook niet echt onder geleden. ‘En vakantie was vakantie’, voegt Jaap er zelf voor de zekerheid aan toe.

Eerste liefde
Jesaja heeft voor Jaap Dekker wel iets van een eerste liefde, aangewakkerd door hoogleraar Oosterhoff en zijn opvolger Peels en niet in de laatste plaats door studiebegeleider De Jong.
Van de laatste waren de gedachten over de twee heilskernen van David en Sion, als voorboden van het heil in Christus. Dekker: ‘Juist Sion speelt in het boek Jesaja zo’n belangrijke rol.
Ook in dat opmerkelijke vers in Jesaja 28, een gedeelte vol van dreiging en oordeel. Juist in die context viel me dat heilswoord van vers 16 op. Het was bepaald geen gemakkelijke stof en met alles wat er aan vast zat leek het genoeg materiaal te bieden voor verdere studie. Zo ben ik in 1993 aan de slag gegaan, vlak na mijn doctoraal.
En dan moet je er ook echt voor gaan, wil het wat worden.’ Dekker sprak met zijn gemeente Nijverdal en later Amstelveen af dat hij jaarlijks een maand studieverlof zou krijgen. Die studieweken waren elke keer weer een impuls om door te gaan. ‘Al waren er tegenslagen, die ik soms wel als een beproeving ervoer.
Ziekte van Gerda en op een gegeven moment een crash van de computer.
Verder kwam ook de benoeming als studiebegeleider er nog tussendoor (vanaf 1998). Toch is dat terugkijkend eerder een stimulans dan een rem geweest’ zo voegt Dekker toe.

Laatste loodjes
Opvallend genoeg zat er in het slot van zijn studie een onverwachte versnelling.
Jaap Dekker: ‘Vanuit Jesaja 28 wilde ik ook een hoofdstuk wijden aan de betekenis van Sion in het geheel van de profetie van Jesaja. Maar toen ik op een zeker moment met mijn copromotor professor Beuken overlegde over het tot dan toe gedane werk, zei hij tot mijn grote verrassing, dat ik maar moest gaan afronden. Hij voegde er aan toe, dat ik geen twee dissertaties hoefde te schrijven, maar dat ik in dat laatste hoofdstuk ook gerust aanzetten mocht geven, die later nog eens zouden worden uitgewerkt. Die gedachte van Beuken werd helemaal gedeeld door professor Peels. Het betekende voor mij een geweldige opluchting en een enorme stimulans om het werk ook daadwerkelijk af te ronden In het laatste hoofdstuk (over de Sionstraditie) is trouwens nog heel veel terecht gekomen van wat ik aanvankelijk ook had willen schrijven.
Daarna is het snel gegaan en docenten, TSB en uitgever hebben enorm meegewerkt.’

Persoonlijk
Op de vraag wat zijn proefschrift persoonlijk voor hem betekent, geeft Jaap Dekker aan dat hij het ervaren heeft als een bekroning op jaren van werken.
Maar ook dat werk zelf was voor hem verrijkend en verdiepend. Zo bezig te mogen zijn met Jesaja, de vijfde evangelist, zoals hij wel genoemd wordt. Zo grondig te kunnen studeren, dat alles gaf grote voldoening. Dekker ziet het ook niet als eindstation. ‘Ik zal professor Peels vervangen tijdens zijn studieverlof - ook iets moois in de samenwerking tussen christelijk en nederlands gereformeerd. Verder werk ik mee aan een Jesaja-studiekring (de JesajaWerk plaats geheten) en ook zal mijn proefschrift waarschijnlijk vertaald worden voor een wetenschappelijke serie.
Kortom, er ligt ook weer veel werk vóór me’.' Ook in een andere zin ziet Jaap Dekker zijn proefschrift niet als een eindstation. ‘Het onderzoek zal weer verder gaan en dan zal ook blijken hoe houdbaar bijvoorbeeld mijn uitleg van Jesaja 28 is,’ zo is de relativerende kijk op eigen werk.

Wat is er gebeurd?
Op de vraag wat de kerken wijzer worden van zo’n exegetische studie, stelt Dekker: ‘In mijn studie komen belangrijke thema’s aan de orde, zoals de verhouding Oude en Nieuwe Testament.
Hoe direct lopen de lijnen van bijvoorbeeld Jesaja 28 naar 1 Petrus 2?
Hoe doe je daarin ook recht aan het eigene van Jesaja 28? Door zulke vragen krijg je meer zicht op Gods weg met Israël en de volken door de tijd heen. Verder geeft de profetie van Jesaja ook veel stof tot nadenken over de vragen rond heil en gericht.’ Dekker hoopt dat collega’s op zulke punten winst kunnen doen met zijn proefschrift.
‘Verder zijn er in het veld van het oudtestamentisch onderzoek belangrijke vragen aan de orde, waar we als orthodox-gereformeerden niet aan voorbij kunnen gaan. Bijvoorbeeld de vraag naar de aard van de bijbelse geschiedschrijving. Niet zelden stuit je op zulke spanningen tussen het gebeurde en het verhaalde.
Bijvoorbeeld als het gaat om de belegering van Jeruzalem door Sanherib en de verschillen tussen de bijbelse en de Assyrische beschrijving van dat gebeuren. Daar kun je je niet van afmaken door je te beperken tot alleen de literaire kant van Jesaja. Je moet ook nadenken over de feiten, die in dat beschrevene worden aangeduid.
Zulke vragen rond het verhaalde en gebeurde, bepalen je bij het feit dat ménsen van Godswege gesproken hebben. De openbaring van God is werkelijk de menselijke geschiedenis ingegaan. De vrijzinnige kant moeten we daar niet mee op, maar de werkelijke vragen moeten we niet uit de weg gaan. Ik geloof ook dat, als je zulke vragen eerlijk onder ogen ziet, het voor onze omgang met de Schrift uiteindelijk verrijkend zal zijn. Daarom ervaar ik het vooral als een uitdaging. Ik verwacht ook echt wat van de samenwerking tussen Kampen (vrijgemaakt) en Apeldoorn (christelijk gereformeerd) op dit soort punten.’

Vrije studie
Of doctor Dekker ook nog een hartelijke wens heeft richting zijn collega’s? Die is er zeker. ‘Ik denk dat onder de druk van het werk veel predikanten erg praktijkgericht lezen en studeren. Het moet wat opleveren voor preken, pastoraat of gemeenteopbouw.
Maar ik heb zelf ervaren hoe vruchtbaar het is om eens een tijdje te studeren, zonder zo’n direct doel voor ogen. Vaak detailstudies. Pas later pluk je daar, vaak op onverwachte momenten, de vruchten van. Of ga er eens voor zitten en bestudeer bijvoorbeeld een bijbelse theologie. Dat inspireert enorm. En ik hoop ook dat er onder ons bij de voorbereiding van de prediking aandacht blijft voor de grondtekst. Dat houdt de diepgang er in. Dekker is zich bewust, dat hij ook op dat punt de wind niet mee heeft. Het kerkelijke is sterk ‘purpose driven’. Maar zelf heeft hij ervaren hoe hij juist tijdens zijn intensieve studie steeds weer onder de indruk kwam van de profetie van vooral Jesaja. ‘Zo’n rijk boek, nee echt. Wat een zeggingskracht. Machtig, in één woord!’.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief