Schuld, verootmoediging en vergeving

2004-02-06
  • Jaargang 48
  • nummer 3
Regelmatig wordt er geschreven over schuld en verootmoediging, en in verband daarmee over vergeving. Niet alleen spreekt en schrijft men daarover in de kerk, ook op politiek en maatschappelijk niveau worden deze woorden in de mond genomen. Denk maar aan de schulderkenning over ons koloniale verleden of het falen in Srebrenica.

De synode van de GKV heeft in 2002 de kerken opgeroepen zich te verootmoedigen over de vele echtscheidingen en over seksueel misbruik. In de kerkbode van de GKV te Emmeloord las ik: 'In maart van dit jaar (2003) hebben we ons als gemeente verootmoedigd over misstanden in ons kerkelijk leven (onenigheid tussen kerkenraad en predikant, seksueel misbruik in pastorale relaties, onenigheid over liturgische zaken, het aantal echtscheidingen).
We hebben elkaar beloofd een nieuwe start te maken (verbondsvernieuwing). Toch moeten we ons bezinnen op verkeerde ontwikkelingen die geen echt halt is toegeroepen en ons realiseren dat een periode van verootmoediging en verbondsvernieuwing ons grote verantwoordelijkheid geeft.'

Bijbels
We lezen in de bijbel over de verootmoediging van Mozes, David, Jehizkia, Manasse na hun opstand en/of zonde tegen God. Ook lezen we in het Oude Testament dat God wil dat zijn volk zich verootmoedigt en dat Hij toornt wanneer het dat niet doet.
Ook Paulus spreekt tot de Korinthiërs over zijn eigen verootmoediging.
Verootmoediging omdat eigen zekerheid, zijn eigen gelijk, toch niet altijd Gods zekerheid bleek te zijn?
Ds. H. de Jong stelde vorig jaar een preek over dit onderwerp voor Opbouw beschikbaar en ik weet dat politici van de CU, die worstelden met het vraagstuk rond Srebrenica, daar wat aan gehad hebben.

Onzekerheid
Naar aanleiding van een interview met Prof. dr. W.H. Velema in verband met zijn vijftigjarig predikantschap (in september 2003) komt Wim H. Dekker (docent sociologie aan de Christelijke Hogeschool Ede) in zijn column in het Nederlands Dagblad tot de uitspraak 'Ons moet veel vergeven worden. Het is tijd voor een theologie van de ootmoed'.
Prof. Velema heeft namelijk in het genoemde interview gezegd dat hij in de loop der jaren op twee punten wat anders is gaan denken: over suïcide en over een tweede kerkelijk huwelijk van gescheiden mensen.
Ethische opvattingen zouden aangepast kunnen worden na de confrontatie met het leven zelf, veronderstelt Dekker, hoewel hij eraan toevoegt dat dit slechts speculatie is. Vroeger zouden we (ethische) leiders in de kerk hebben gehad. Die tijd is voorbij. 'De tijd van 'het weten' ligt achter ons en voor ons gevoel zijn we soms verweesd.
Dat wij het allemaal niet zo zeker meer weten is niet verheffend.
Wankelmoedigheid is geen deugd. Als je zo theologie en ethiek bedrijft kun je veel fouten maken. Dat stemt Dekker weemoedig. De vraag naar wat geoorloofd is, is secundair geworden (wat mogen en moeten we doen van en voor God?). De vraag is vooral geworden 'hoe zullen we hier leven met God?', meent Dekker. 'Juist vanuit de onzekerheid over ons kennen en weten.
Omdat we zonder Hem dwalen als schapen.' Wat prof. Velema nu precies bedoeld heeft met zijn uitspraak (prof. J. Douma heeft daar later in zijn rubriek in het ND over gefilosofeerd) doet hier niet ter zake. Wat mij zelf zeer heeft aangesproken is de uitspraak van Dekker: 'Het is tijd voor een theologie van de ootmoed.' We belijden met de catechismus dat wij in zonden zijn ontvangen en geboren en niet in staat zijn tot enig goed. Ik ben van nature geneigd God en mijn naaste te haten. In hoeverre maken we ons deze woorden eigen in het omgaan met onze medemens, in ons handelen naar die medemens? In dit verband wil ik ook graag verwijzen naar mijn vorige artikel 'Generatiekerken?'

Hoogmoed
We dachten dat we met het stichten van koloniën het beste voor hadden met de plaatselijke bevolking. We dachten dat we met onze westerse invulling van het evangelie het beste de mensen met Jezus Christus konden bereiken (zie de artikelen in Opbouw nov./dec. 2003 van dr. B. Wielenga).
We dachten als Nederlanders dat wij het wel zouden redden in Srebrenica.
We meenden dat tucht (en afhouding van het Avondmaal) het beste was voor mensen die het in hun huwelijk niet konden redden. We meenden dat een mens die in zijn wanhoop zichzelf van het leven beroofde een moordenaar was en voor eeuwig verloren ging.
Wat hebben wij anderen in ons persoonlijk leven, maar ook in het kerkelijk leven, nu en in het verleden, veel pijn gedaan door ons veelal beperkte inzicht. Wat hebben we mensen gekweld met óns oordeel over hen of anderen. Wat stonden we vaak ver af van 'God liefhebben en de naaste als onszelf!'. Dat kan je wel eens beangstigen.
Deed ik dat ook? Jazeker! Ook waren we vaak medeverantwoordelijk.
Wanneer je daarvan voor jezelf overtuigd bent, is het goed je daarover in de binnenkamer, maar ook openlijk, te verootmoedigen. Persoonlijke verootmoediging.
Inkeer en verslagenheid over eigen falen werkt innerlijke vernieuwing uit. Daar mogen we zeker van zijn.

1967
In dit verband denk ik ook aan verootmoediging met betrekking tot het verleden van 1967. Daarover was en is veel verdriet. Nog steeds zijn er gemeenteleden die de pijn van de jaren van scheuring voelen. Zeker wanneer je praat over hereniging en samenwerking.
Hoewel dat proces meestal positief wordt benaderd, leeft er soms toch nog agressie. Sommigen hopen dat ze de realiteit van vereniging niet meer meemaken en dat die pas na hun dood zal plaatsvinden. Misschien wel te begrijpen. Toch zullen kinderen van God deze 'gezindheid' bij zichzelf moeten onderzoeken 'of ze uit God is'. Immers, zo'n gezindheid, zo'n houding, kan een struikelblok betekenen voor de gesprekken over samenwerking en hereniging. Wij, leden van de Nederlands Gereformeerde Kerken, zullen ons ook moeten verootmoedigen over de struikelblokken (we kennen ze zelf wel), die een obstakel kunnen betekenen voor een eventuele hereniging met de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, onze moederkerk.

Vergeving
Vanuit die verootmoediging komen we dan als vanzelf tot de juiste houding van vergeving. Ik las in een boek de volgende uitspraak (The Human Condition): 'Vergeven is de enige geweldloze manier om met het verleden te leven, omdat we door te vergeven iemand de kans geven opnieuw te beginnen en met het leven verder te gaan. In vergiffenis komt een slechte daad tot een einde in degene die vergeeft.
Zo bevrijdt hij zowel degene die vergeven wordt als degene die vergeeft van de consequenties van die daad. Zonder vergiffenis, zonder de constante bereidheid om los te laten en opnieuw te beginnen, bestaat er geen vrijheid.' Een humane bron, maar één die naadloos aansluit bij wat de bijbel ons leert over vergeving. 'Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.' (Matt.6:14,15).
Vergeving staat uiteraard niet op zichzelf.
Waar nodig zal deze gepaard moeten gaan met berouw en bekering. Daarover is de bijbel duidelijk.

Ootmoed
'Ons moet veel vergeven worden', schreef Wim Dekker. Zou het echt waar zijn, zou het kunnen dat er een theologie van de ootmoed komt?
Misschien is de term 'theologie' van de ootmoed niet zo gelukkig gekozen.
Misschien komen we dichter bij de bedoeling van drs. Dekker als hij zou schrijven: theologiseren vanuit een houding van ootmoed tegenover God en de naaste. Hoe dan ook, zijn intentie is helder. Zouden we vanuit deze houding meer toekomen aan het grote gebod: 'De Here Uw God lief te hebben en de naaste als onszelf?' Schulderkenning, verootmoediging en vergeving. Ja Heer, het kan, met Uw hulp. Onze hulp staat immers in de naam des Heren!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief