Met tranen zaaien
2004-02-06
Jeugd- Jaargang 48
- nummer 3
Als ik me een beeld vorm van het leven en werken van Gerrit van Oene dan komen mij deze woorden uit Psalm 126 in gedachten. Als jonge kerel van nog geen twintig maakte hij van nabij in zijn woonplaats Kampen de Vrijmaking mee, de eerste breuk in de Gereformeerde Kerken tijdens zijn leven. Toch kwam in die donkere tijd bij de jonge Gerrit de begeerte op om predikant te worden. Geboren in Moerkapelle, op 12 juni 1925, waar zijn vader, afkomstig uit Kampen, werk gevonden had, trok het gezin na het vroege overlijden van moeder terug naar Kampen waar vader hertrouwde.
Gerrit werkte na de MAVO drie jaar lang op een accoutantskantoor in Hoogeveen. Leerde hij daar al jong zijn werktijd goed te gebruiken? Het zou hem als student met een ‘latere’ roeping en als predikant heel zijn leven van pas komen. In 1944 volgde hij de lessen aan het Gereformeerd Gymnasium in Kampen, die hem toegang verschaften tot de Theologische Hogeschool van de Geref. Kerken Vrijgemaakt. Daar zat hij aan de voeten van mannen als de hoogleraren K. Schilder, P. Deddens, S. Greijdanus, C. Veenhof en B. Holwerda. Tijd voor het studentenleven gunde hij zich nauwelijks. Eind 1952 behaalde hij zijn kandidaatsexamen, op dezelfde dag als twee andere studenten.
Predikant
Op 19 april 1953 ging zijn wens in vervulling en werd hij als predikant verbonden aan de gemeente van Sliedrecht, die hij tot 1958 zou dienen.
Hij trad in het huwelijk met de predikantsdochter Maria A. Meijer.
Waren dit jaren van hard werken, als regel twee maal preken per zondag, tijdens kerst en de jaarwisseling soms wel tien keer,- ruilingen waren uitzonderingen - het waren ook jaren van opbouw, het vuur van na de Vrijmaking brandde fel. In de grote gemeente van Zwolle, waar hij 1 juni 1958 bevestigd werd kon hij zich in prediking en pastoraat uitleven.
Preken was zijn lust en zijn leven. De colleges van professor Veenhof hadden hem ook erg geboeid en gestempeld, naast die van Schilder. Je kunt wel spreken van een hartstocht om het Woord te bedienen. Geschoold in de heilshistorische school stelde hij zich als doel om de Schriften te ontvouwen in al hun rijkdom. Zijn krachtige stem kenmerkte hem. Zijn pastorale hart klopte in de preken door.
Het eerste wat hij maandagsmorgens deed was de preek voor de komende zondag gaan voorbereiden.
Kerkstrijd
In Zwolle kwam ook in de zestiger jaren de tweede breuk die hij meemaakte in het kerkelijke leven. Ds. Van Oene werd verklaard buiten de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt te staan, toen hij zich niet wilde conformeren aan de besluiten van de Particuliere Synode van Overijssel om de kerk van Kampen, die door de Classis Kampen aanvaard was (na de breuk in Kampen) niet langer als wettige gereformeerde kerk te aanvaarden.
Men koos voor de scheurkerk. Dit heeft hem diep geraakt. Je kon het aan hem merken. Maar de gemeente koos in meerderheid voor (de minderheid van) de kerkenraad en de geliefde predikant.
Ds. Van Oene zette zich in voor de opbouw van een nieuw kerkelijk leven, plaatselijk en landelijk.
Als zijn diepe overtuiging sprak hij uit: ik was Vrijgemaakt, ja Gereformeerd, en ik bén Vrijgemaakt, ja Gereformeerd.
De eerste initiatieven om tot een landelijk samenlevingsverband van de buitenverbandse kerken te komen werden vanuit en in Zwolle ondernomen.
Dat was ook kenmerkend voor Van Oene: hij moest niets hebben van de geest die in de Buitenverband kerken soms de kop op stak: wij zijn nu vrij van reglementen en bindingen en we moeten vrije kerken blijven.
Ik heb altijd de indruk gehad dat dat verschil in visie over hoe het kerkelijk leven geordend moest worden geleid heeft tot de derde breuk die Van Oene meemaakte, die in 1983, in de grote Zwolse gemeente, waar inmiddels twee predikanten aan verbonden waren. Van Oene kon het niet aanzien als naar zijn mening de gereformeerde identiteit aangetast werd. Hij kwam tot de conclusie: men wil een ander soort kerk. Daartegen verzette hij zich met al zijn hartstocht.
Opnieuw was het: zaaien met tranen!
Zorg
Mijns inziens heeft deze laatste breuk als een schaduw over zijn latere leven en werken gehangen. Hij voelde zich in de Nederlands Gereformeerde Kerken hoe langer hoe minder ‘thuis’.
Vooral in zijn laatste levensjaren nam zijn zorg toe. En dat voor een man die zich zo ingezet had voor de opbouw van een kerkelijk leven in het oude gereformeerde spoor. Hij vertrouwde me het laatste halfjaar, in een gesprek over dat kerkelijke leven, eens toe dat hij de Nederlands Gereformeerde Kerken zag afglijden naar de midden-orthodoxie, een woord dat voor iemand die in hart en nieren gereformeerd wilde zijn genoeg zegt.
Actief
Hij gaf zich overigens waar hij kon, ook in het kerkelijke samenleven. Wat typerend voor hem was: hij nam het initiatief tot de uitgave van een prekenserie, Het Blijvende Woord. Hij behartigde als voorzitter van de landelijke commissie namens de Nederlands Gereformeerde Kerken de uitzendingen van kerkdiensten, en stond aan de wieg van de Stichting Zendtijd voor Kerken, waarvan hij bestuurslid werd.
Jarenlang heeft hij ook de kerken gezocht te dienen als (hoofd)redacteur van het Kerkblad voor Nederlands Gereformeerde Kerken (eerst regionaal, sinds een jaar landelijk), hoewel hij terughoudend was om zelf zijn opinie te geven in de rubriek 'kerkelijk leven'.
Bovendien zocht hij de kleine oecumene.
Jarenlang was hij voorzitter van het COGG, het Contact Orgaan van de Gereformeerde Gezindte. Dat behoorde voor hem ook bij de gereformeerde identiteit, eenheid zoeken waar dat mogelijk was! Maar was ook dit niet zaaien op dorre grond?
Ds. Van Oene heeft geleden aan de kerk. Dat is de tragiek van zijn leven.
Vrijgemaakt van de oude stempel voelde hij zich vaak vreemd aan zijn eigen broeders en zusters. Ook de verzoening van de beide Nederlands Gereformeerde Kerken in Zwolle in 2001 mocht hem niet overtuigen als een waardig herstel van de eens geslagen breuk. En toenadering tot de vrijgemaakte kerk in Zwolle liep niet.
Laatste jaren
Maar hij mocht nog jaren, ook na zijn emeritering doorgaan met preken.
Hoe erg vond hij het toen dat het laatste jaar ging stagneren, omdat een ernstige ziekte zich openbaarde.
Heel emotioneel was hij toen hij op 14 december, weer iets opgeknapt na een zware kuur, het Avondmaal mocht bedienen in de gemeente van Zalk.
Voelde hij dat het zijn laatste dienst was? Hij regelde nog zelf zijn vervanging als redacteur van het Kerkblad.
Vrij nemen en er een poosje tussenuit gaan met zijn lieve vrouw Maria?
Daar gunde hij zich niet al te veel tijd voor. Hij zag zich geroepen om zolang hij kon zijn talenten te gebruiken. Dat zal me straks gevraagd worden, zei hij eens tegen mij. Zo kwam de tijd dat het zaaien was gebeurd. Zijn geest bleef helder, de laatste maanden. Zijn lichaam verzwakte in de laatste weken snel.
Maar wat een troost: wie met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien.
Dat was Israëls verwachting tijdens de ballingschap, getuige Psalm 126. En niet tevergeefs. Dat mag ook de troost zijn van de generatie van predikanten als Gerrit van Oene, die zich hebben ingezet in dienst van hun Zender, geroepen en gedreven door het verlangen om Hem niet te beschamen.