Spitzendans om Esther

2004-03-05
  • Jaargang 48
  • nummer 5
Met enige gretigheid begon ik Spitzen, het boekenweekgeschenk van dit jaar, te lezen. Het is geschreven door Thomas Rosenboom die met Gewassen vlees en Publieke werken al twee keer een grote literaire prijs gewonnen heeft. Zeker de laatst genoemde roman heeft veel indruk op mij gemaakt. Dezelfde kwaliteiten als in dat boek vind je terug in Spitzen, maar het verhaalgegeven is nauwelijks aandacht waard.

Spitzen vertelt het verhaal van de kortstondige liefdesrelatie, of liever de seksuele relatie van Han Bijman en Esther. Nog niet eerder heeft hij een relatie met een vrouw gehad, terwijl hij toch al 45 is.
Esther, vijf jaar jonger, is een soort nymfomane, die van de ene minnaar naar de andere fladdert. Met geraffineerde leugens houdt ze ze bij elkaar vandaan. Voor hem is zij alles, hij is voor Esther slechts een tijdelijk oponthoud. Op zijn scherpst komt dat uit als Bijman haar na een vrijpartij vraagt of ze verliefd is. Hij glimlachte al toen ze begon te knikken…’ ‘O ja..’klonk het eindelijk.
Inniger nog drukte hij haar tegen zich aan. ‘ Op een Indiër’. Als Bijman ontdekt dat hij een van de velen is doet hij pogingen Esther aan zich te binden door zich van de anderen te onderscheiden. Het maakt geen indruk, Esther heeft hem alleen maar nodig om Shanna, de Indiër weer kwijt te raken.
Langzaamaan leert Bijman inzien dat hun relatie leeg is. Het enige dat hen bindt is het bedriegen van Shanna, de Indiër. In de hele soap speelt hij geen rol meer. Ze heeft hem ‘uit de serie geschreven’.
Hij besluit een soloscène voor zich op te eisen door wraak te nemen.
Om tenslotte te ontdekken dat zijn wraakactie niet Esther treft, maar alleen Shanna en hemzelf.

Lege levens
Tot zover de plot. En wat heb je na lezing dan helemaal meegekregen?
Inzicht in het oppervlakkige, lege, bij elkaar gelogen leven van Esther voor wie alleen het nù betekenis heeft. En je hebt Bijman leren kennen die de zinloosheid van zijn leven inziet en die verder moet, de uitzichtloze toekomst in met de ‘onmogelijke herinnering gestorven te zijn’. Het enige wat hij heeft is het motto van de tangodanser: 'lopen, lopen, altijd maar doorlopen'. Hij is de verliezende figuur zoals de vioolbouwer in Publieke Werken.

Mooie beelden
Maar dat alles krijg je op een knappe manier gepresenteerd.
Met mooie, het hele verhaal omvattende beelden. Dat van de tango bijvoorbeeld die het hele verhaal draagt. Het is het beeld van het leven geworden.
Je krijgt er als lezer alles van mee: de termen, de sfeer, de omgangsvormen.
Bijman mist het benodigde niveau: hij kent de passen, maar beheerst de dans niet. Zoals bij de tango zou hij de vrouw moeten leiden, maar hij kan het niet; zìj neemt de leiding en zet hem uiteindelijk aan de kant.
Alles wat verteld wordt staat in dienst van het verhaal en zo is het een gave eenheid geworden.
En verder kom je weer alles tegen wat je van Rosenboom gewend bent: de zelf bedachte woorden; de mooie taal.
Jammer, zoveel talent verspild aan dit verhaalgegeven.

Scheel
Moeten we blij zijn met dit geschenk?
Literair gezien misschien wel. Van de erudiete christencriticus C. Rijnsdorp is de uitspraak dat ‘een beoordeling uit zuiver literair oogpunt een hogere vorm van scheelzien is’. Wie zijn ogen liever op een gewone manier gebruikt zou graag een ander geschenk ontvangen.

Thomas Roosenboom, Spitzen, ISBN 9074336981

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief