God is bij je, ook bij het afscheid
2003-01-06
- Jaargang 47
- nummer 1
| De eeuwige God is u een woning en onder u zijn eeuwige armen (Deut.33:27a) |
Onlangs namen we afscheid van het jaar 2002. Wat verandert er in het tijdsbestek van één jaar onvoorstelbaar veel! In het klein en in het groot.
Wat moesten bijvoorbeeld vaak afscheid nemen. Afscheid van school, afscheid van je oude vertrouwde huis, afscheid van je werk of van collega’s, afscheid van het idee dat terrorisme zich ver van je bed afspeelt, afscheid van je gezondheid, afscheid van je hond; afscheid van dierbaren omdat de dood scheiding maakte.
Wie eerlijk is moet zeggen: afscheid nemen valt niet mee! Bij een afscheid klinken woorden vaak goedkoop.
Meestal drukt een ferme handdruk, een dikke zoen, een arm om iemand heen of een traan nog het best uit wat je op zo’n moment voelt en eigenlijk geen woorden voor hebt.
Ook in de Bijbel is vaak sprake van een afscheid. Neem nu Mozes. De HERE zei tegen hem: Mozes beklim de berg Nebo, want daar zul je sterven. Ik zal je het beloofde land laten zien, maar je mag er niet binnengaan. Maar niet alleen Mozes neemt afscheid, ook het volk neemt afscheid. Het volk Israël bevindt zich op de grens van oud en nieuw. De oude en inmiddels vertrouwde woestijn zal binnenkort worden verwisseld voor het nieuwe en onbekende beloofde land. Met oog daarop wil Mozes nog wat zeggen tegen zijn volksgenoten. En ook Mozes heeft op dat moment niet veel woorden.
Tenminste, geen eigen woorden. Wel heeft hij woorden van God! De eeuwige God is u een woning en onder u zijn eeuwige armen. Woorden van bemoediging.
Verrast
De eeuwige God is u een woning. Die woorden zullen het volk verrast hebben.
Want in de woorden daarvoor heeft Mozes nog eens benadrukt hoe groot en heilig God is. Daar is niemand als God, o Jesurun, o rechtvolk. Hij rijdt langs de hemel als uw helper en in zijn hoogheid over de wolken. En wat zegt Mozes nu? Die eeuwige, grote, machtige Schepper van hemel en aarde is ons tot een woning?! Ach, een woning willen we wel! We zwerven immers al meer dan 40 jaar door de woestijn, het enige dak boven ons hoofd is een tentdoek.
’t Lijkt me heerlijk een woning te hebben, een plek te hebben die helemaal van jezelf is. Een huis waar je lekker kunt uitrusten en bijkomen; een plek waar je je lekker veilig kunt voelen en helemaal jezelf kunt zijn. Is die grote, heilige God, die hemel en aarde geschapen heeft en op de berg Sinaï in donder, vuur, rook en bliksem verscheen, ons een woning? Mag ik, klein mensje, bij God helemaal mezelf zijn, bij Hem tot rust en bijkomen?
Mag ik bij God schuilen en me veilig voelen? En dat niet voor even , maar voor altijd, voor eeuwig?! Mozes, wat je zegt is geweldig! Want wij hebben het daar in de woestijn helemaal niet naar gemaakt. Integendeel zelfs, maar al te vaak hebben we zowel op jou als op God gemopperd. Maar al te vaak waren we koppig en gingen we dwars tegen Gods wil in. Wat bijzonder, ja haast niet te geloven dat de eeuwige God ons toch tot een woning wil zijn…..
Uitnodiging
Mozes’ woorden zijn later door Jezus Christus bevestigd: Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien, zegt Jezus. Als er één thuis was in Gods woning was is Jezus het wel! Jezus kwam er vandaan en ging er naar terug. In het huis van mijn Vader zijn vele woningen, zei Jezus. Door Zelf dakloos te worden en tussen hemel en aarde aan het kruis te sterven, maakte Hij ruimte voor ons. Ik ga heen om jullie plaats te bereiden (-) opdat ook gij zijn moogt waar Ik ben.
Zo mogen we Mozes’ afscheidwoord als een uitnodiging lezen. Ook jij bent bij Hem welkom. Welkom in het huis van de Vader. Je mag er komen met al je verdriet en zeggen: Here, doe al mijn tranen in uw kruik! Ik vertrouw er op dat U ze eens, in het nieuwe Jeruzalem allemaal van mijn ogen zal afwissen.
Je mag je getroost weten, want allen die in Christus ontsliepen, zijn nu al bij God thuis.. In het vaderhuis mag je al je fouten en gebreken opbiechten.
Wanneer je komt in de naam van Jezus, mag je weten dat God van harte tot vergeving bereid is. Je mag komen met je pijn, met je moeite, je angsten, je depressies, je zorgen en twijfels. Bij God thuis mag je helemaal jezelf zijn en hoef je je niet mooier en anders voor te doen dan je bent. Bij God vind je rust, geborgenheid, begrip en warmte.
Alles waar je voor het komende jaar als een berg tegenop ziet mag je het Vaderhuis met de vele woningen van je af leggen! Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking, met dankzegging bekend worden bij God.
Actie
De uitnodiging van Godswege om bij Hem thuis te zijn en thuis te komen vraagt om actie. Actie van de 12 stammen van Israël in de woestijn en actie van ons. Wie God wil ontmoeten, wie vergeving, rust, geborgenheid, warmte, begrip en troost wil ontvangen dient zelf een stap te zetten. Dient zelf -in gebed- de drempel van Gods eeuwige woning over te gaan.
Maar denk nu niet dat alles van jou afhangt. Gelukkig niet, want dan zou het met ons mensen niet goed komen.
Nee, gelukkig is er ook actie van Gods kant, want Mozes vervolgt En onder u zijn eeuwige armen! Misschien kwam Mozes er wel op omdat hij, toen hij naar het volk keek, vader en moeders met kinderen op hun arm zag staan.
Misschien moest hij denken aan al die keren dat hij als herder een lammetje in zijn armen had gedragen. Hoe dan ook, dit beeld heeft beslist tot verbeelding van een ieder gesproken van wie Mozes aan het afscheid nemen was.
Het volk Israel kende geen anticonceptie en was derhalve kinderrijk; bovendien was het een volk van herders.
Mozes kan afscheid nemen. Want de toekomst van het volk is niet afhankelijk van zijn leiderschap, maar van God.
God die Zijn volk draagt! Hij zal er hoogst persoonlijk voor zorgen dat Israel het beloofde land in bezit zal nemen.
En als christenen mogen ook wij zeggen: God zal er ook hoogst persoonlijk voor zorgen wij het beloofde land, het nieuwe Jeruzalem zullen binnengaan!
Wanneer je naar lichaam of geest ziek zijn, draagt God je en geeft Hij je moed en kracht. Onder je zijn eeuwige armen!
Wanneer je het op je werk of in je gezin niet meer zien zitten, draagt God je door dat donkere dal heen.
Onder je zijn eeuwige armen!
Wanneer je tobt over je zonden, je oppervlakkigheid, gebrek aan Godservaring of gebedsverhoring, houdt God je vast.
Onder je zijn eeuwige armen!
Wanneer je dreigt af te dwalen en meegezogen dreigt te worden in de verleidingen van deze wereld houdt Gods hand je vast. Soms hardhandig, maar wel liefdevol. Onder je zijn eeuwige armen! Wanneer wij mensen moet loslaten omdat het aardse leven maar tijdelijk is, houdt God ons vast en draagt Hij die ander door de dood heen.
Onder je zijn eeuwige armen!
Het is het eeuwige erbarmen Dat mijn besef te boven gaat Het zijn de liefdevolle armen Het is zijn hart dat openstaat Hij noodt de zondaar, Hij vergeeft Die Hem het hart gebroken heeft.
Zo goed is God, de HERE, voor ons mensen, jaar in jaar uit!
Handreiking voor gesprek
1 Deel wat je, als het om afscheid nemen gaat, in het jaar 2002 het meest pijn heeft gedaan of het meeste indruk op je heeft gemaakt.
Op wat voor manier heb je daarin steun van God en mensen ervaren?
2 Waar zie je in 2003 voor jezelf tegenop?
Waar zie je in je persoonlijk leven naar uit?
3 Welke zorgen en verlangens heb je als om onze kerken en ons land gaat?
4 In welke zin van de laatste alinea herken je je het meest? Op welke manier kan het vertrouwen dat er onder je eeuwige armen in jouw situatie van invloed zijn?