Dominee Jezus?

2004-04-16
  • Jaargang 48
  • nummer 8
Het Centraal Weekblad heeft een serie artikelen gewijd aan de vraag of we in onze tijd als kerk het Woord van God wel voluit laten klinken; de wens om het voor iedereen acceptabel te maken, zou ertoe kunnen leiden dat we de boodschap gaan bijstellen.
Zoals het sprekend in de intro tot de serie wordt gezegd:

In veel Samen op Weg-gemeenten is de preek kort samen te vatten met: “Gemeenteleden, het leven is soms zwaar, maar weet één ding zeker: God houdt van u zoals u bent”.
Bemoedigd en met een prettig gevoel kan de gemeente weer de week die volgt aan. Maar is het Jezus’ boodschap dat we ons ‘lekker’ voelen?

In de eerste aflevering (27 februari) stelt ds. Benedikte Bos zich een beroepingscommissie voor die overweegt om Jezus te beroepen in de ontstane predikantsvacature. De commissie besluit de beoogde kandidaat te gaan horen als Hij preekt in Nazareth:

Ter beoordeling van de kandidaat hebt je een vragenlijstje in je hoofd: Hoe komt hij pastoraal gezien over?
Inspirerend? En natuurlijk let je extra op de preek: Heeft de voorganger een bijbelgetrouwe tekstuitleg? Is de preek overzichtelijk, en toepasbaar in het hier en nu? Je bent in een gespannen verwachting... () Het is zover: Toen Jezus opstond om voor te lezen, werd hem de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd, en hij rolde hem af tot de plaats waar geschreven staat: ‘De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen’ (Luc. 4:17-20 NBV). Jezus rolt de boekrol weer op en gaat weer zitten.
Het wordt stil in de synagoge. Wat zal Jezus over dit gedeelte gaan zeggen?
De preek die hij houdt, is kort. Heel kort. “Vandaag hebt u deze schrifttekst in vervulling horen gaan.” Meer zegt hij nog niet. () De gemeente in Nazareth voelt zich aangesproken. Er is herkenning.
“Prachtige preek.” En eigenlijk wil iedereen in de synagoge - iedereen vandaag de dag in de kerk - dat natuurlijk gewoon. Dat er zo gepreekt wordt dat de kerkgangers zich herkend weten, dat iedereen met een goed gevoel de kerk uitgaat. En: de meeste voorgangers willen het natuurlijk ook, dat de luisteraars de preek waarderen, dat ze volgende week weer terugkomen voor een even mooie preek. () Jezus heeft heel mooi gesproken en de gemeente vond het prachtig, en daarbij had het kunnen blijven. () Maar zouden we er iets mee opschieten: een God die ons als muziek in de oren klinkt, een Jezus die de dingen zó mooi zegt dat we niet eens meer horen wat hij zegt?
Het gaat er Jezus blijkbaar niet om dat we ons lekker voelen. Waar het hem wel om gaat, is dat we iets anders gaan horen en iets anders gaan zien. Dingen die minder aardig zijn om te zien, minder fijn om te horen. Want Jezus voegt nog enkele regels toe aan zijn preek voor de toehoorders in Nazareth: “Jullie dachten Gods gemeente te zijn, maar Elia werd door God gestuurd naar een heidense weduwe. Jullie dachten gereinigd te worden, maar de enige die gereinigd werd was de heiden Naäman.” () Dit alles is voor een gemeente niet leuk om te horen, laat staan mooi of prachtig. In Nazareth nemen ze er aanstoot aan. Waar Jezus opstond om de gemeente de woorden van God voor te lezen, daar staat nu de gemeente op om Jezus van een steile berg te gooien.
We moeten ernstig rekening houden met de mogelijkheid dat wij - in meer opzichten dan wij zouden willen - lijken op die gemeente in Nazareth. Dat wij ondanks al ons geloof ten diepste niets te maken willen hebben met Jezus’ radicale woorden.
Jezus zegt weliswaar in de bijbel: “Je zult zeven keer zeventig keer vergeven” maar wij haasten ons om er achteraan te zeggen: “Oh, maar zo letterlijk moet je de Bijbel in dat opzicht niet nemen”. Jezus zegt: “Wie onder u allen de minste is, die is groot...” maar wij zwakken zijn woorden af en zeggen: “Ik de minste en naar die ander om de ruzie bij te leggen? Na alles wat hij me heeft aangedaan? Hij mag eerst wel eens naar mij komen...” Jezus predikt: “leder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen; maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden", maar wij willen eigenlijk vaak alleen maar ‘houden’, en daarom laten we Jezus’ woorden aangenamer klinken voor onszelf, want verliezen we onszelf anders niet? ()

Maandagavond. De beroepingscommissie vergadert. De meningen over deze kandidaat Jezus zijn niet positief: het optreden van Jezus wordt tactloos gevonden en zeker voor een voorganger niet pastoraal. Met zulke harde woorden ga je toch niet met elkaar om in de kerk? Iemand vraagt: “Moet je die bijbelteksten wel zó concreet toepassen? Economisch gezien zou dat in veel gevallen een ramp zijn. Leren ze tegenwoordig zó de bijbel uitleggen?” Er moet vanavond een beslissing vallen, want de kerkenraad verwacht morgen een voorstel van de commissie.
Liefst unaniem moet de beroepingscommissie beslissen en dus wordt aan ieder persoonlijk gevraagd: “Laat je deze voorganger ‘t liefst aan je voorbij gaan of is Jezus de voorganger die je inspireert en jou daarin werkelijk - dus niet vrijblijvend - aanspreekt?”

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief