In de spagaat tussen God en de kerk

2003-01-06
  • Jaargang 47
  • nummer 1
Opbouw is niet het enige blad dat aandacht besteedt aan het fenomeen ‘jeugdkerk’; andere bladen doen datzelfde, met name de Vrijgemaakte pers. Zoals te verwachten gebeurt dat in kritische zin, bijvoorbeeld in De Reformatie van 14 december. Maar - eerlijk is eerlijkin het nummer van een week eerder had ditzelfde blad een ruim podium geboden aan één van de organisatoren van de Zwolse jongerenkerk ‘God Fashion’, ds Ph. Troost, de Vrijgemaakte studentenpredikant uit die stad. En zoals het naar mijn idee vaak is in dit soort situaties: soms zul je iemands antwoorden misschien niet allemaal overnemen, maar wel heel intens moeten luisteren naar de vragen die gesteld worden.
Troost reageert in zijn verhaal op een eerder artikel (ook in De Reformatie) van zijn Zwolse collega ds B. Luiten; in het onderstaande refereert hij daaraan.
Om te beginnen gaat Troost in op de vraag of de ‘jeugdkerk’ voortkomt uit enkel maar een jéúgdprobleem:

Nu ik ruim een jaar actief ben in de Zwolse jeugdkerk, wordt het me gaandeweg steeds meer duidelijk dat de gevoelde spagaat waar de jeugdkerk in te hulp wil komen, namelijk die tussen ‘gaan voor God’ en ‘gaan voor de kerk’, niet alleen de spagaat van jongeren is, maar minstens zo zeer die van vele ouderen. In de talloze gesprekken met ouderen, ouders en ouderlingen over de jeugdkerk, blijkt me keer op keer hoeveel verlangen er ook bij hen leeft naar mogelijkheden om het gezamenlijke geloof te kunnen uiten, vieren en vormgeven op een manier die bij hen past. Waarin ze zich herkennen en kwijt kunnen. Waardoor ze worden aangeraakt en in beweging gebracht ‘mee naar God en naar de grote dag’. () Ik ben 42 jaar, en eerlijk gezegd kom ik nog steeds niet over mijn teleurstellingen in de kerk heen. Ik leer gaandeweg daar wel een beetje mee om te gaan, maar dat betekent niet dat die teleurstelling op zich er niet meer is. Een viering in een jeugdkerk raakt mij ook veel meer dan wat ik doorgaans in een gewone kerkdienst beleef. Ik ken ook mensen die de 80 al gepasseerd zijn, en toch zo hun teleurstellingen in de kerk kennen, en weinig betrokkenheid hebben op wat er gebeurt in de kerk en ‘waar de kerkenraad mee bezig is’. Oké, zulke 80-ers zijn misschien uitzonderingen, maar ik bedoel maar: nu we landelijk zien hoe het fenomeen jeugdkerk geweldig aanslaat, en daarmee een bepaald probleem wordt blootgelegd, is het een valkuil te denken dat dit alleen een jóngeren-probleem is.

Luiten heeft in zijn artikel zorg geuit dat we misschien wel bezig zijn een generatie te verliezen. Troost haakt daarop in:

In het geheel van zijn verhaal begrijp ik dat hij bedoelt: verliezen voor de kérk.
In die zin volg ik zijn zorg en deel die.
Toch zou ik hiernaast nog een andere zorgelijke gedachte willen zetten: de vraag of er niet een risico is dat er een generatie verloren gaat voor het werk van Gods kóninkrijk. En dan heb ik het niet allereerst over de jongere generatie.
Juist onder jongeren zie ik in deze tijd door alle kerkelijke gezindten heen een geestelijke opleving van verlangen naar God. Van bevlogenheid om de naam van Jezus bekend te maken.
Van zoeken naar radicaal en integer christen zijn. Het is indrukwekkend en hartverwarmend om mee te maken hoe de gepassioneerdheid van jongeren die meewerken in de jeugdkerk doorklinkt in hun vurig gebed en hartstochtelijk geloof dat Gods Geest in de viering de naam van Jezus groot zal maken en de harten van hun leeftijdsgenoten zal aanraken. Maar door wie worden deze vurige jongeren gecoacht?
Waar zijn de geestelijke leiders, die dit jeugdig enthousiasme aanwakkeren, bijsturen, aanmoedigen? Het is mijn indruk dat er veel positieve jongeren die voor God willen gaan, als geestelijke wezen rondlopen, bij gebrek aan inspirerende voorbeeldfiguren en aansturende geestelijke leiders. Laatst hoorde ik iemand de link leggen naar het moment dat het volk Israël op het punt stond het beloofde land binnen te trekken. Slechts enkelen zagen de ‘melk en honing’, maar de meesten zagen alleen maar de reuzen. En wat doet God? God moet een generatie overslaan! Een hele generatie waarmee Hij niks kan voor de verovering van het beloofde land. Zijn de reuzen van onze tijd niet de vele ‘ja maars’ die opklinken bij alles wat nieuw en anders is dan het veilige vertrouwde?
Zijn het straks misschien de jongeren die de ouderen geestelijke leiding gaan geven, om hen ‘mee te nemen naar God en naar de grote dag’? Ik hou het mezelf en mijn leeftijdsgenoten voor: kijk uit, God kan generaties overslaan.
En als de kerk verlamd in de angst voor de reuzen blijft zitten wachten op weer een volgende synode, en ondertussen volstaat met het draaiende houden van wat nou eenmaal moet blijven draaien, zou dan ook de Geest van God niet Zijn éígen weg kunnen gaan zoeken?

Hoe je er ook over denkt, één ding lijkt me in elk geval absoluut nodig: het gebed tot God, dat Hij, op welke manier dan ook, Zijn Woord ten leven zal laten klinken, ook in onze godloze eeuw. Dat maakt de discussie over de manier waarop niet overbodig, maar bepaalt ons wel samen bij die ene grote hoofdzaak: ‘Uw Koninkrijk kome!’

M.H.T. Biewenga, Enschede

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief