In dat huis daar woont een mama
2003-01-17
Omdat de mama ziek is logeren in de kerstvakantie twee kleinkindjes bij ons. We hebben ze 's avonds opgehaald.- Jaargang 47
- nummer 2
Dat ging zonder problemen goed. Ze vielen al onmiddellijk in slaap.
Thuis zou ik ze zo in bed kunnen leggen, dacht ik. Mooi niet dus. In 'opaoma huis' worden ze wakker en zetten een keel op als we ze richting bed willen brengen. Ruim een uur scharrelen ze nog door de kamer. Dan willen opa en oma zelf naar bed. Fadi mag op het zolderkamertje slapen. Gaat niet door.
Hij heeft een ander bed gezien en daar heeft mama wel eens in geslapen.
'Fadi in mama bed, oma'. Vooruit dan maar jochie. Stoel voor het bed om uitvallen te voorkomen. Lampje aan, boekje lezen, versje zingen, slapen. Ziezo, die ligt. Nu nummertje twee.
Ledikantje logeerkamer. O nee opa oma, wat denken jullie wel? Ik wil bij jullie slapen hoor. Wij slepen het bedje naar onze kamer. Nog niet goed. Wat onze eigen kinderen alleen in ziektegevallen is gelukt, bij ons in bed, lukt onze kleindochter zonder dat. Dit wordt een nacht van waken, ben ik bang. Ik moet toegeven dat ik het me anders heb voorgesteld, maar komaan, morgen zal ik de teugels strak ter hand nemen.
Gedurende mijn slapeloze uren bedenk ik hoe ik het zal aanpakken. Gewoon zoals ik het vroeger ook deed. Rust, reinheid en regelmaat, leerden wij, moeders van toen. Dat moet in deze tijd toch ook nog lukken.
Het slapen gaat twee nachten goed.
Zelfs Nardin valt in haar bedje in slaap, maar op oudejaarsavond zijn ze beiden niet in bed te krijgen. Pas om elf uur slapen ze, en gelukkig door alle lawaai van de nieuwjaarsnacht heen.
De volgende avond wil Nardin helemaal niet slapen. Hard als ik ben laat ik haar meer dan een half uur brullen.
Zelf zit ik op de trap en hoop dat ze nu eindelijk het moede hoofdje neer legt. Maar als ze hardverscheurend 'mamamamamama'begint te roepen zet ik mijn principes opzij en haal haar uit bed. Ze is onmiddellijk stil, geen traan, alleen een natte neus en wat nasnikjes. Nee meidje, we gaan niet naar beneden. Ik heb een mooi verhaal in 't Nederlands Dagblad gelezen van een mama die voor haar kindje een zegenversje zong, en dat werkte zo goed. Dat liedje zal ik voor mijn kleindochter zingen. Dan zal ze gaan slapen. Ik zing het. Niet een keer, maar twee keer en meer. En andere liedjes, en nog een keer het zegenliedje.
Maar het werkt niet. Ten einde raad neem ik haar mee naar beneden en zet haar in de kinderstoel met een houten puzzeltje. Daar is ze ongeveer een uur zoet mee. Dan is het bijna middernacht.
Wij willen naar bed, maar Nardin is nog klaarwakker. We gaan naar boven.
Ik leg haar in haar bedje, en stap in het mijne. Intussen is ze weer overeind gekomen en huilt. Moedeloos stap ik uit bed en neem haar bij me.
Ik heb haar nog niet ondergestopt of ze slaapt al, haar handje stijf om mijn vingers. Malle meid. Koos schuift voorzichtig in bed. 'Zal ik je eens wat zeggen?
Dat kind is bang dat je weggaat.' Dat zal het zijn. Na een kwartier leg ik haar terug in het ledikantje. Ze slaapt als een roos. En ik? Ik denk aan al die keren lang geleden, dat mijn moeder ziek was en ik bij familie of kennissen werd ondergebracht. Al waren ze nog zo aardig en lief voor me, ik miste mijn moeder. Vijfentachtig is ze nu. Er zal een dag komen dat ze er niet meer is.
Ik kan er niet van slapen.
Ytje Veefkind