Nog eens: jongeren en de kerk

2003-01-17
  • Jaargang 47
  • nummer 2
In de vorige Opbouw liet ik ds Ph. Troost aan het woord, een van de organisatoren van de Zwolse jongerenkerk God Fashion. Ditmaal blijf ik nog even bij hetzelfde thema; het is er belangrijk genoeg voor.
Ds K. de Vries heeft gereageerd op het verschijnsel ‘jongerenkerk’ en op het artikel van zijn collega Troost. Met name het gedeelte waarin hij ingaat op de vraag hoe de (bestaande) kerken in onze tijd de jeugd kunnen bereiken (in De Reformatie van 21 december) is de moeite van het lezen zeker waard. De Vries:

Nu de vraag: welk signaal kunnen de kerken oppikken uit de benadering van God Fashion? Het antwoord hieronder valt als volgt samen te vatten.
'Betrokkenheid is een sleutelwoord': daarover waren Luiten en Troost het eens. En daar sluit ik graag bij aan.
Dus: werken aan een hogere betrokkenheid van gemeenteleden in de kerk en bij de kerkdienst. En daarnaast accent zetten op een persoonlijk afgestemde benadering van (jonge en oudere) mensen.
Maar vooral niet proberen de stijl van de jongerencultuur in de kerkdienst te importeren.

Het signaal dat de kerken vooral niet van God Fashion moeten oppikken is dat we in de kerk heel erg ons best moeten gaan doen om jongeren op die manier te raken. Geen paniekvoetbal in reactie op de massale toeloop naar jongerendiensten. Paniekvoetbal zou het zijn wanneer de kerk niet haar eigen stijl durft bewaren en uit alle macht achter de jongerencultuur aan gaat rennen. Dat kan de kerk nooit bijbenen. Het zou bovendien heel ongeestelijk zijn. Want de jongerencultuur bestaat grotendeels uit het toedienen van prikkels. Dat gebeurt via de TV, muziek, MTV/TMF, glossy jongerenbladen met veel foto's van en roddels over beroemdheden, items over mode, rubrieken over relaties en sex.
Om aan te blijven spreken zijn er steeds heftiger prikkels nodig. Muziek en tekst moeten harder of erotischer, films moeten gewelddadiger (menseneters, hersenen die tegen de muur uiteenspatten) of griezeliger (Harry Potter), clips al maar sneller en flitsender, mode en foto's steeds bloter of suggestiever.
Die al maar sterkere prikkels zorgen ervoor dat jongeren meer en meer afgestompt raken. Gevoelsarmoede is het gevolg, niet door hun karakter maar door een overmaat aan prikkels. Hier ligt een deel van de verklaring waarom jongeren zich in de kerk niet geraakt voelen.
Toch moet een kerk niet proberen in die stijl en in dat tempo mee te gaan.
Dan verliest ze het onherroepelijk, omdat ze niet de professionele middelen heeft waarover de producenten van de jongerencultuur wel beschikken.
Daar komt nog bij dat het strijdig is met het karakter van het geloof dat je overdraagt om daarvoor een overdosis aan prikkels in te zetten. Ouders en ouderen moeten hun kinderen niet leren leven op kicks, maar hen juist fijngevoeligheid proberen bij te brengen.
Op die eigen stijl moet de kerk aansluiten en inspelen.

Als je jongeren niet via sterke prikkels moet benaderen, hoe dan wel?
Allereerst gewoon met het Woord van God zelf. Dat Woord houdt eeuwig stand, raakt niet verouderd, is nooit achterhaald, slijt niet weg, droogt niet op, is niet kapot te krijgen, is het zaad van de wedergeboorte en heeft onoverwinnelijke kracht. En dus is het gewoon het allerbelangrijkste dat het Woord jongeren bereikt. En als het even kan: glashelder, indringend, op de man af, persoonlijk, en zonder erom heen te draaien. Daar roep ik mijn collega's en mezelf toe op. Daarop moeten wij in de kerk durven vertrouwen. Gods Geest werkt al eeuwenlang met het Woord, door strakke en minder strakke structuren heen. Hij zal de kracht ervan ook in de toekomst bewijzen, hoe bar de tijden ook zullen zijn.
En daarnaast geloof ik in het belang van persoonlijke benadering van mensen.
Jongeren zijn onderling zo verschillend, dat ze zelfs in een jongerenkerkdienst niet adequaat bereikt kunnen worden. Bovendien is de kerk meer dan de kerkdienst. Een doeltreffend middel waarmee je de meeste jongeren altijd bereikt, is een persoonlijk toegespitst gesprek. Gewoon in kleine groepen of één op één. Door middel van een gesprek neem je jongeren serieus en laat je ze merken dat ze erbij horen en belangrijk zijn. Het is intensiever, maar geeft ook veel meer gevoel van betrokkenheid. Daarin kunnen jeugdleiders, begeleiders van huisgroepen, catecheten, jeugdouderlingen en predikanten een mooie en belangrijke rol spelen. Zorg dat je in de kerk gewoon echt met jongeren in gesprek gaat. Dat kan een positieve invloed hebben op de betrokkenheid van jongeren, ook in de kerkdiensten.

Ik ben het van harte eens met De Vries.
Veel meer dan vroeger zal het accent in onze tijd moeten liggen op het persoonlijke contact van mens tot mens.
Dat vraagt dan wel onmiddellijk om een omslag in het denken binnen de kerk. Wij zijn vanouds meer gericht op de gemeente als groep dan op de individuele gelovende mens; dat geldt niet alleen voor de kerkdienst (waar het iets onontkoombaars heeft), maar ook voor vele klassieke vormen van jeugdwerk; het geldt zelfs helaas maar al te vaak voor huisbezoeken - toch bij uitstek de gelegenheid om nu juist wel elkaar zeer persoonlijk te ontmoeten voor het aangezicht van God.
De Vries roept zichzelf en zijn collega’s op om in de prediking glashelder te zijn; terecht. Ik zou daaraan - nadrukkelijker nog dan De Vries dat doet - de oproep toe willen voegen aan de kerken zelf om te investeren in alle mogelijke (dus ook nieuwe) vormen van jeugden jongerenpastoraat.

M.H.T. Biewenga - Enschede

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief