Drager van het ambt

2004-04-30
  • Jaargang 48
  • nummer 9
Het ambt. Hoe zwaar is dat? Welke problemen kom je tegen? Hoe ga je daarmee om? Ben je daarvoor toegerust?

Wanneer een ambtsdrager aan een ambtstermijn begint heeft hij/zij daar verwachtingen over. Vaak vindt de ambtsdrager zijn weg wel in samenwerking met mede-kerkenraadsleden. Maar het komt ook regelmatig voor, dat er veel vragen zijn wanneer hij/zij aftreedt.
Vragen die gebaseerd zijn op teleurstellende ervaringen. En dat maakt moedeloos.
'Laat mij maar een tijdje aan de rand van de gemeente,' of 'Voorlopig geen ambt meer voor mij,' hoor ik dan.
Er zijn zelfs ambtsdragers die de gemeente teleurgesteld verlaten.
Het blijkt moeilijk te zijn om de lege plaatsen in de kerkenraad weer aangevuld te krijgen, hoe komt dat? Wat maakt het werken in de gemeente zo moeilijk? Het ambt van ouderling en diaken, maar ook dat van predikant zorgt regelmatig voor verwarring, spanningen en onzekerheid. Wat zijn daarvan de oorzaken en wat is er aan te doen?

Wat valt op aan de gemeente van nu?
Daar is geen eenduidig beeld van te geven, de plaatselijke verschillen in gemeentecultuur zijn groot. Wat voor de ene gemeente geldt is voor de andere gemeente niet van toepassing.
Toch valt er wel iets over te zeggen.
Allereerst de pluriformiteit. Binnen onze gemeenten wordt op verschillende wijzen het geloof beleefd.
Gemeenteleden komen vaak uit verschillende geloofstradities, dat maakt het moeilijk om een bepaalde beleidslijn te volgen. Er zijn verschillende verwachtingen t.a.v. bijvoorbeeld de eredienst, de inhoud van de preken, pastoraat.
Men heeft verschillende geloofsovertuigingen die zijn ontstaan op grond van eigen ervaringen en ontwikkeling.
Dat roept vragen op over de ‘leer der kerk’, de traditie. Mensen gaan daarin eigen, nieuwe wegen: het is een individueel proces dat met de nodige onzekerheden en vragen verloopt. Men heeft er meestal geen behoefte aan om daar op een huisbezoek over te praten, laat staan terechtgewezen te worden door de ambtsdrager.
Deze pluriformiteit manifesteert zich ook binnen de kerkenraad en zorgt ook daar voor de nodige spanningen.
Dat kan leiden tot een machtsstrijd of tot partijvorming binnen de kerkenraad.
Inhoudelijke discussies kunnen niet goed gevoerd worden, waardoor de besluitvorming stagneert. Dat werkt weer verwarrend in de communicatie naar de gemeente toe. Het geeft ook spanningen wanneer een ambtsdrager kerkenraadstandpunten moet verdedigen die de zijne of de hare niet zijn.
Een ander probleem is, dat mensen weinig tijd hebben. Zeker gezinnen met opgroeiende kinderen waarbij beide ouders vaak werken hebben geen behoefte aan een huisbezoek of contacten anderszins. Men heeft er genoeg aan om regelmatig naar de kerk te gaan. Er valt niet meer te bereiken dan een praatje op de stoep of even na de dienst. Men is sterk op het eigen leven gericht en men hecht aan individualiteit. Het is goed dat de kerk er is, maar er is geen tijd om erin te investeren en er is geen behoefte aan meer contact. Vaak is het teleurstellend wat je kunt opbouwen aan geloofscontacten binnen je wijk. En dat vormt toch het hart van het ambtswerk. Daarnaast doen er zich binnen de gemeente ingewikkelde problemen voor: mensen met psychische problemen, huwelijksproblemen, verslaving, incest, conflicten, ziekte en rouw. Deze vorm van pastoraat vraagt bijzondere aandacht, maar als ambtsdrager (en ook als predikant) stap je daar vaak onvoorbereid in en ook dat kan veel spanning en onzekerheid opleveren. De geloofsvragen zijn groot, daar wordt je eerder stil van dan dat je een antwoord weet. Dat geeft een gevoel van machteloosheid.

Pastoraat
Het ambtswerk is te onderscheiden in twee aspecten: het pastorale werk van de ambtsdrager en het beleidswerk.
Bij de uitvoering van het pastorale werk vragen ambtsdragers zich af of ze geen gezag meer hebben op grond van dat ambt. Gemeenteleden laten zich door de ambtsdrager niet meer aanspreken op hun geloofsovertuiging of gedrag. Dat geeft ambtsdragers het gevoel dat hun rol als ‘opzichter’ van de gemeente verdwenen is, terwijl ze zich wel verantwoordelijk voelen. Ze zijn regelmatig niet welkom wanneer ze op huisbezoek willen komen en zeker niet wanneer ze vragen over ‘leer en leven’ aan de orde stellen. De pluriforme gemeente en de behoefte aan autonomie van de gemeenteleden vragen om een individuele benadering. Het heeft gevolgen voor de relatie tussen de ambtsdrager en het gemeentelid, maar ook voor de inhoud van het pastorale gesprek.
In vroeger tijden heerste er een zekere functionele benadering van het geloof. De kwaliteit van de individuele geloofsbeleving werd afgemeten naar het naleven van regels. Een ambtsdrager verzuchtte onlangs: 'Vroeger leerde ik dat je in de lectuurbak van het gezin moest kijken wanneer je op huisbezoek kwam, dat gaf meteen een aanknopingspunt voor een gesprek.
Tegenwoordig weet ik niet meer wat ik moet zeggen.' Meer en meer spreekt de eigen geloofsbenadering met de eigen verantwoordelijkheid voor de keuzes die daarin gemaakt worden. Zo gaf een ambtsdrager als voorbeeld: 'Ik bezoek een gemeentelid dat de God van de bijbel op één lijn stelt met de god van de islam, de indianen en Boeddha.
Maar zij bezoekt gewoon de kerkdiensten en gaat aan het avondmaal.
Kan dat wel?' Of het verhaal van het gemeentelid dat echt niet meer kan geloven in het lijden de dood en de opstanding van Jezus als verzoening voor onze zonden. Ook hij neemt deel aan het avondmaal. Datzelfde kom je tegen bij vragen rondom ongehuwd samenwonen, huwelijk en doop.
Van de ambtsdrager vraagt dat om gericht te zijn op het gezamenlijk zoeken naar de inhoud van het geloof.
Samen zoeken met de bijbel als wegwijzer in een open ontmoeting, zonder oordelen. En dat is een heel andere insteek dan de functionele benadering die zich kenmerkt door het navolgen van regels en het afleggen van verantwoordelijkheid. Die sluit minder aan bij de gespreksbehoefte van de huidige gelovige. Dat betekent dat er andere vragen gesteld moeten worden, dat de ambtsdrager met een andere houding op huisbezoek gaat.
Dit perspectief is te leren en te trainen in de toerustingscursussen van de STAGG.

Beleid
Bij de uitvoering van het beleidswerk in de gemeente staat dezelfde vraag centraal: vanuit welk perspectief kijk je naar de organisatie van de kerk?
Passen we de regels toe, of zijn we in staat om op hedendaagse wijze een kerk te besturen? Dat vraagt een houding waarbij we elkaar en onszelf willen bevragen op de inhoud van onze geloofsbeleving. Een houding waarbij we als kerkenraad opnieuw kijken naar de gemeente, samen met die gemeente te zoeken naar oplossingen voor problemen. Het blijkt dat we er niet meer uitkomen door terug te grijpen op de bestaande regels, maar dat een probleem vraagt om een oplossing op maat. Dat vraagt moed, dat geeft onzekerheid, maar het levert een nieuwe saamhorigheid op, waarbij het aankomt op het wezen, de kern van de christelijke gemeente.
Er zijn kerkenraden die eens per jaar
bezinningdagen organiseren om met elkaar te leren 'sporen' en op een gezamenlijk spoor te komen in het leiding geven aan de gemeente.
Ook daarbij kan de STAGG begeleiding geven.

Tenslotte
Drager zijn van een ambt vraagt tegenwoordig dat we dat ambt weer eens in onze handen nemen, ernaar kijken, misschien stil worden en het dan opnieuw
vorm en een eigen plaats gaan geven ten dienste van de gemeente zoals die zich nu aan ons presenteert.

Hermine de Rijk is toerustingsmedewerker bij de STAGG

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief