Jona als tegenpool van Abraham
2003-01-31
- Jaargang 47
- nummer 3
| Jona 1,1-16 |
Het Jona-verhaal begint ermee dat Jona van God opdracht krijgt om naar Ninevé te gaan. Jona moet tegen Ninevé prediken, omdat haar boosheid is opgestegen voor Gods aangezicht.
Wij kennen Ninevé vooral uit het verhaal van Jona, maar voor de Israëlieten is Ninevé eeuwenlang het bolwerk van hun grootste en meest wrede vijand geweest, de Assyriërs.
Zij behoorden zeg maar tot ‘de as van het kwaad’. Hier wordt Ninevé enkel aangeduid als ‘de grote stad’, maar elders wordt Ninevé ook wel ‘de bloedstad’ genoemd (Nah. 3,1). Op het moment dat het Jona-verhaal geschreven is, bestaat Ninevé al lang niet meer, maar de naam Ninevé heeft voor Israël altijd een onheilspellende klank gehouden.
De naam Ninevé heeft in feite dezelfde gevoelswaarde als de naam Sodom ook voor ons nog steeds heeft, al is ook deze stad allang van de aardbodem verdwenen. Zoals Sodom symbool staat voor goddeloosheid en losbandigheid, zo stond Ninevé eeuwenlang symbool voor het absolute kwaad. En zoals van Sodom staat geschreven dat het geroep over haar tot God was opgestegen, zo is ook de boosheid van Ninevé opgestegen voor Gods aangezicht.
Daarom moet Jona deze stad Gods oordeel aanzeggen. Pas in hoofdstuk 3 komt het ook zover en dan klinken er in dit boek opnieuw woorden die aan Sodom doen denken: nog veertig dagen en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd! Dat is precies het woord dat de bijbel ook steeds voor Sodom gebruikt.
Andere steden worden verwoest, maar Sodom wordt altijd ondersteboven gekeerd! Ik noem dit alvast, omdat u deze vergelijking met Sodom voor het verstaan van het Jona-verhaal moet proberen vast te houden.
Sta op, ga naar Ninevé, de grote stad, en predik tegen haar. En Jona staat inderdaad op. Alleen niet om naar Ninevé te gaan, maar om te vluchten, precies de andere kant op, naar Tarsis.
Van profeten wordt in de bijbel vaker verteld dat ze moeite hadden met hun opdracht en dan probeerden ze eerst allerlei uitvluchten te bedenken.
Maar Jona maakt het wel erg bont.
Hij vlucht letterlijk weg. Naar Tarsis, de verste plaats die men toen bedenken kon. Wij zouden vandaag zeggen: Jona vlucht naar ‘Verwegistan’. Een wonderlijke vluchtpoging, want hoe zou een mens ooit voor God kunnen wegvluchten? Psalm 139 zegt dat er geen enkele plaats op aarde is, zelfs niet aan het uiterste der zee (Tarsis!), waar we buiten Gods bereik zijn. Ook Jona weet dat. Straks belijdt hij tegenover de zeelui dat hij de HERE vreest, de God des hemels, die de zee en het droge gemaakt heeft. En toch gaat Jona op de vlucht. Een onmogelijke mogelijkheid. Alleen al aan deze vlucht van Jona kun je zien dat het in dit boek in feite om een karikatuur gaat.
Om een profetische karikatuur, waarin de werkelijkheid met opzet wordt uitvergroot. En daarmee laat dit bijbelboek ons heel geraffineerd in een spiegel kijken. Want is dit vluchtgedrag van Jona niet typerend voor ons mensen?
Dat we soms tegen beter weten in keuzes maken in ons leven, die eigenlijk niet kunnen? Keuzes die er ten diepste op neer komen dat we op de vlucht zijn voor God en onze opdracht in deze wereld proberen te ontlopen?
Jona’s vlucht wordt aangeduid als een vlucht ‘weg van het aangezicht des HEREN’. De precieze reden van zijn vlucht wordt niet genoemd, wel dat Jona wegvluchtte van het aangezicht des HEREN. Daarmee doet Jona precies het omgekeerde van wat Abraham deed, toen God hem meedeelde dat Hij van plan was de stad Sodom te bezoeken.
Abraham bleef nog staan voor het aangezicht van de HERE, zegt het boek Genesis (18,22). Als een echte profeet deed Abraham op een hartstochtelijke manier voorbede voor deze goddeloze stad. In de wetenschap dat hij geroepen was om tot zegen voor de volken te zijn. Maar in plaats van te bidden en te werken voor het behoud van Ninevé, zoals Abraham voor Sodom deed, gaat Jona voor deze roeping op de vlucht. Jona bidt niet.
Hij is de tegenpool van Abraham.
Jona blijft niet staan voor het aangezicht van de HERE om voor Ninevé te pleiten, maar hij vlucht weg van het aangezicht van de HERE. Om te onderstrepen dat hij werkelijk op de vlucht is, gaat Jona met een schip richting Tarsis en gaat hij onder in het ruim liggen slapen. En het heeft iets ironisch dat Jona in een diepe slaap is gevallen, uitgerekend op het moment dat er op zee een geweldige storm gaande is en de zeelui verwoede pogingen doen om het schip drijvend te houden. De wereld vergaat, maar Jona slaapt. En als wij om deze koddige vertoning moeten lachen – dat mag, het Jona-verhaal is een soort cartoon – laten we dan niet vergeten dat het Jonaverhaal ons hier opnieuw in een spiegel laat kijken. Dit slapen van Jona is in feite een vlijmscherpe aanklacht aan het adres van alle godvrezenden in deze wereld. Op welke manier namelijk laten wij blijken dat de wereld ons ter harte gaat? Gaat de wereld ons werkelijk ter harte? Of overkomt het ook ons dat wij als kerkelijke mensen in de onderste kajuit liggen te slapen, zoals prof. Miskotte eens zei, terwijl de wereld in nood is? Bidden wij voor de wereld om ons heen, zelfs voor het behoud van soms misdadige en goddeloze mensen, zoals Abraham voor hen bad? Is de kerk hierin daadwerkelijk tot zegen voor de wereld? Het zijn vragen die het boek Jona ons heel confronterend stelt.
Kan het ons schelen wat er gebeurt en gaat het ons ter harte als mensen vandaag het doel van hun leven missen, omdat ze de liefde van God en de genade van Jezus niet kennen?
Bidden of slapen wij? Of moeten die mensen zelf ons misschien eerst wakkerschudden en ons smeken of we tot God willen bidden, opdat zij niet ten onder gaan?
Zo gebeurt het althans met Jona. De kapitein van het schip maakt Jona wakker en vraagt hem op te staan!
Niet toevallig gebruikt hij hetzelfde woord als waarmee God Jona had geroepen om op te staan en naar Nineve te gaan. Tussen de regels door moet dit woord van de kapitein Jona blijkbaar aan zijn oorspronkelijke opdracht herinneren. De kapitein vraagt Jona echter niet om naar Ninevé te gaan, maar enkel om voor hem en de zijnen te bidden. Maar Jona zwijgt. Net zo min als hij voor Ninevé in de bres is gesprongen, bidt Jona voor deze heidense zeelieden. Jona’s vlucht komt vooral in het ontbreken van zijn gebed tot uitdrukking. Jona kan blijkbaar niet bidden tot de God voor wie hij tegelijkertijd op de vlucht is. Maar ook het omgekeerde geldt. Jona’s vlucht heeft er alles mee te maken dat hij weigert om te bidden en niet als Abraham voor het aangezicht van de HERE wil blijven staan. Een pijnlijk moment, dit zwijgen van Jona. Jona wil best gezegend worden, – dat is hij ook als Hebreeër, als iemand die de HERE vreest, – maar hij weigert hardnekkig om voor anderen tot een zegen te zijn.
Wat dit betreft is het niet moeilijk te zien dat Jezus meer dan Jona is. Het is juist uit liefde voor deze wereld dat Jezus op aarde kwam. En uit liefde voor verloren mensen was Jezus bereid om de weg naar het kruis te gaan. Hij kwam niet om gediend te worden, maar om zelf te dienen. Jezus was altijd met ontferming bewogen. Als geen ander heeft Jezus ook voor de mensen gebeden.
Niet alleen voor zijn volgelingen, maar zelfs voor de mensen die Hem aan het kruis brachten. Ik moet ook denken aan Jezus’ gebed in de hof van Getsemané. Jezus bleef staan voor het aangezicht van de HERE, waar Jona op de vlucht ging. Jezus waakte en bad met het oog op de moeilijk opdracht die Hij moest vervullen.
Terwijl zijn discipelen op dat moment lagen te slapen…
Ik wil tot slot graag nog één belangrijk punt uit dit hoofdstuk onder uw aandacht brengen. Over de vis en wat er dan met Jona gebeurt, zal ik volgende keer schrijven. Want het grootste wonder van het Jona-verhaal is niet zozeer Jona’s verblijf in de vis, maar dat die heidense zeelui aan het eind van het verhaal doen wat Jona verzaakt.
Zij roepen tot de HERE en bidden tot Hem. En zodra ze gezien hebben dat de zee is stil geworden, vrezen ze de HERE met grote vrees, brengen offers en doen geloften. Jona had tegen hen gezegd dat hij de HERE vreesde, maar hij weigerde voor hen te bidden. De zeelui vreesden intussen van alles, behalve de HERE, maar zij zijn het die tot bekering komen en Jona niet. Dat is alvast een voorspel van wat straks ook in Ninevé zal gebeuren.
Niet dankzij Jona, maar ondanks Jona. Inderdaad, God doet alles wat Hem behaagt (1,14).
1. Welke plaats heeft het gebed voor de wereld in uw leven?
2. Wat betekent het voor u dat de HERE alles doet wat Hem behaagt?
(vgl. Ps. 115,3)