Ouderling, waar begin je aan?
2004-04-30
Er is op een boekenmarkt een aantal boeken te koop die ambtdragers kunnen helpen om over de invulling van hun ambt na te denken. Eén van die publicaties is van de hand van ds. Jan Winter, Nederlands Gereformeerd predikant in Wezep. Van dit boekje is inmiddels een tweede druk verschenen.- Jaargang 48
- nummer 9
Vroeger gingen ambtsdragers altijd met zijn tweeën op stap. Op die manier kon een jonge ouderling ‘de kunst’ afkijken bij een oudere collega.
Die tijd is in veel gemeenten geschiedenis geworden. Vaak gaat de ambtsdrager alleen op bezoek. Toch is het goed en ook belangrijk dat een nieuw verkozen ouderling een aantal malen meeloopt met iemand met meer ervaring.
Trouwens, ook in de loop van een ambtsperiode kan het goed (en ook noodzakelijk!) zijn om nog eens mee te gaan met een collega-ouderling of met een predikant (en dat niet alleen bij ‘moeilijke’ bezoeken!).
Allerlei zaken die voor veel ambtsdragers ‘gesneden koek’ zijn (of lijken te zijn) zijn voor een nieuw verkozen ouderling of diaken helemaal nieuw.
Wat gebeurt er eigenlijk in de consistorie?
Wordt er gebeden voor de dienst? Wat is een ouderling van dienst? Wat betekent die handdruk aan het begin en het eind van de kerkdienst eigenlijk? Wat wordt er van de afgevaardigden verwacht op de regionale vergaderingen? Aan dergelijke vragen besteedt het boekje van ds. Jan Winter aandacht.
Gelegenheidsbezoeken
Het vijfde hoofdstuk van het boekje gaat over de gelegenheidsbezoeken.
Wat is de rol van de ambtsdrager een rol als er een kindje geboren is in zijn wijk? En als de baby een tijdje later gedoopt wordt? Heeft de ouderling een rol bij de kerkelijke bevestiging van een huwelijk of bij een huwelijksjubileum?
En… bij verjaardagen? Bij ziekte? Bij stervenden? Hoe ga je om met mensen in je wijk die dement zijn, met depressieve gemeenteleden?
En als je op bezoek gaat bij een randkerkelijk gemeentelid? Wat is de rol van een ambtsdrager bij huwelijksproblemen?
Ook maakt ds. Winter nog melding van bezoeken aan ongehuwd samenwonende leden en aan homofiele broeders en zusters. De vermelding van bijbelteksten in bepaalde omstandigheden kan ambtdragers op de goede weg helpen: met welke tekst kan ik dat gemeentelid nu bemoedigen.
Het spreekt vanzelf dat deze onderwerpen in zo’n kort bestek niet echt uitgediept kunnen worden. Ds. Winter raakt de thema’s aan en geeft daarbij een allereerste verkenning waar beginnend ambtsdragers aan zouden kunnen denken. Bij thema’s als homoseksualiteit en ongehuwd samenwonen komt naar voren hoe moeilijk het is om in zo’n kort bestek deze onderwerpen recht te doen. Wie meer wil weten over deze thema’s zal echt verder moeten studeren en er zich ook binnen de kring van de kerkenraad op moeten bezinnen. Achter in het boekje staan enkele titels vermeld van boeken die gebruikt kunnen worden als iemand zich nader wil verdiepen in bepaalde onderwerpen, maar bij deze - in de gemeente vaak gevoelig liggende - onderwerpen ontbreken literatuursuggesties. Terecht verwijst ds. Winter naar de noodzaak van een open discussie binnen de kerkenraad en benadrukt hij ook openheid in de communicatie naar de kerkelijke gemeente.
Veranderingen gaan snel
Merkbaar vanuit de inhoud is dat ontwikkelingen in kerkelijk Nederland snel gaan. Nieuwe vragen over de verschuivende rol van ouderlingen en diakenen, de vraag naar de positie van de kerkenraad (vooral beherend of meer pastoraal?), de relatie tot de predikant, de samenwerking binnen een pastoraal team, ondersteuning door bijvoorbeeld het STAGG, de wijze waarop ambtsdragers energie kunnen putten uit hun ambt komen in deze tweede druk niet aan de orde.
Dit boekje beperkt zich tot de individuele ambtsdrager en zijn rol in de kerkenraad en in de gemeente. Ook is het boekje vooral ‘ambtshalve’ geschreven.
Een deel van het ambtswerk is mijns inziens - hoe paradoxaal dat ook mag klinken - juist niet ‘ambts-
halve’, maar vloeit voort uit de gewone contacten binnen de gemeente.
Tenslotte
Het boekje van ds. Jan Winter is goed leesbaar geschreven. Het biedt handvatten voor beginnende ouderlingen die met de inhoud zeker hun voordeel kunnen doen. Het boekje is geen handboek, maar moet gezien worden als een eerste handreiking.
Naar aanleiding van: ds. Jan Winter, Ouderling, waar begin je aan?
Handreiking voor de beginnende ouderling. Uitgave: Buijten & Schipperheijn, 2e druk, 2001, 96 bladzijden, prijs € 8,95.