Structurele inzet van gaven

2004-04-30
  • Jaargang 48
  • nummer 9
Beroemd is de uitspraak van Noordmans: ‘Calvijn heeft met de ouderling de paus schaakmat gezet.’ Een formidabele one-liner over een enorm strijdpunt uit de tijd van de Reformatie: hoe moet de kerk georganiseerd worden? Rome zette in op de gewijde bisschop. Vooral op die ene bisschop van Rome. In hem als opvolger van Petrus is heel de kerk begrepen. Calvijn zette in op de ouderling. Een leek uit de gemeente, die geroepen wordt leiding te geven.

Door gebruik te maken van (een raad van) oudsten structureert Jezus in de kracht van de Geest zijn gemeente.
Maar er is in de gemeente meer te doen dan leiding geven. Er zijn ook andere gaven. Hoe kunnen ook die structureel worden ingezet? Hoe gebeurt dat in een gemeente als Arnhem? Een blik op de kerkvloer.

Plaatselijke omstandigheden
De structuur van een gemeente hangt nooit in de lucht en ook niet aan een aantal bijbelteksten. Zowel bij Rome, als bij Calvijn, als ook bij ons doen ook de omstandigheden een duit in het zakje. Wat zijn nu de Arnhemse omstandigheden?
1. Onze gemeente is sinds tien jaar een samenwerkingsgemeente CGK/NGK. We doen alles gezamenlijk: kerkdiensten, catechese, jeugdwerk, missionair werk. Toch zijn we (voor de fijnproevers) geen gefuseerde, maar een gefedereerde gemeente: een gemeente die bestaat uit twee bloedgroepen.
Niemand die het van buiten ziet; en dat willen we ook zo houden. Maar van binnen valt zo nu en dan de schijnwerper erop. Bijvoorbeeld als mensen van buiten zich bij ons aansluiten.
Dan moeten ze kiezen: zal ik voortaan als Christelijk Gereformeerd te boek staan of als Nederlands Gereformeerd.
2. Toen we de federatie aangingen waren we twee betrekkelijk kleine gemeenten (elk met ongeveer 250 leden). Door het samengaan werden we ineens een middelgrote gemeente. Vervolgens begon de gemeente ook nog te groeien, zodat we nu ongeveer 700 leden tellen. Die leden zijn overal vandaan gekomen: vooral uit de Samenop-
Weg gemeenten en de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt. Je kunt daarom zeggen dat we uit vier stromingen zijn samengevloeid.
Overigens lopen de scheidslijnen in denken (over zaken als zusters in de ambten, homofilie, liturgische kwesties, zaken van gemeenteopbouw etc) niet over de grenzen van de bloedgroepen, maar er dwars doorheen.
3. Een moeilijk punt bij ons is de kwestie van de zusters in de ambten.
Na uitvoerige gesprekken in de gemeente hebben we het standpunt ingenomen, dat er naar ons inzicht geen belemmeringen zijn om de zusters toe te laten tot de ambten. De generale synode van de CGK sprak uit dat die belemmeringen er wel zijn. De landelijke vergaderingen van NGK daarentegen bepaalde dat zusters toegelaten kunnen worden tot het ambt van diaken. Over toelating tot de andere ambten wordt nog gesproken.
Deze uitspraken van CGK en NGK leggen een zware hypotheek op onze federatie. Tot nu toe hebben we geen zusters als ambtsdragers.
4. Eén van de speerpunten van ons gemeentelijke beleid is het missionaire werk. Er wordt veel geïnvesteerd in Alpha-werk en Na-Alphawerk.
Hierdoor komen we als gemeente veel meer dan voorheen in contact met mensen buiten onze gemeente, waaronder ook niet-kerkelijken.

Gemeenteopbouw
Nadat de federatie enkele jaren een feit was, ontdekten we dat het samenvoegen van de beide kerkenraden een te log orgaan had opgeleverd. We constateerden dat we met vijftien leden hetzelfde werk zouden kunnen doen als met vijfentwintig leden. Ook kregen we te maken met het feit dat broeders met gaven voor pastoraat duidelijk lieten merken geen gaven te hebben voor de kerkenraad.
Er kwam een bezinning op gang in de gemeente over de vraag hoe we de gemeente wilden structureren. Hoe konden we bijbelse lijnen over gemeenteopbouw toepassen op de situatie van onze gemeente? Ons stond voor ogen: a) een kleine kerkenraad, b) versterkte wijkteams die de pastorale en diaconale zorg op zich zouden nemen en c) de onderlinge pastorale zorg van gemeenteleden voor elkaar (kringen binnen de wijken). We trokken vijf jaar uit om deze drieslag in de gemeente te maken.
Voor de federatie kende elk van beide gemeenten een indeling in vijf wijken.
In elke wijk was een wijkteam werkzaam: meestal een ouderling en een diaken en twee wijkcontactpersonen.
De laatsten waren bijna altijd zusters, die ondersteunend diaconaal werk deden. Na de federatie schoven de wijkteams in elkaar.
Door de bezinning op gemeenteopbouw vonden we dat de tijd gekomen was om de wijkteams te versterken met pastorale medewerkers. Op die manier konden we broeders inzetten die aangaven, dat het voor hen niet mogelijk was in de kerkenraad te functioneren. Ook konden we beter gebruik maken van de pastorale gaven van zusters in de gemeente. En als derde winstpunt zagen we mogelijkheden om in de wijken de zorg van gemeenteleden voor elkaar te stimuleren.
Momenteel bestaat de kerkenraad uit vijftien leden, die tot taak hebben op een pastorale wijze leiding te geven aan de gemeente. Vandaar dat wijkouderlingen en wijkdiakenen zitting hebben in de kerkenraad en tevens leiding geven aan de wijkteams. De wijkteams zelf bestaan uit acht tot tien leden, van wie het merendeel pastorale medewerker (m/v) is. Deze PM-ers worden officieel in een kerkdienst aangesteld, ze beloven geheimhouding en brengen huisbezoeken.
Verder organiseert het wijkteam allerlei activiteiten in de wijk.
Het onderlinge pastoraat en diaconaat van gemeenteleden is het laatste jaar volop in ontwikkeling. Onder het motto ‘netwerken in de wijk’ zijn we als gemeente bezig uit te zoeken hoe we op de beste manier naar elkaar kunnen omzien. Daarbij proberen we ook de opvang te regelen van mensen die via het missionaire werk in contact komen met onze gemeente.
Naast kerkenraad en wijkteams kennen we nog vele andere (structurele) werkvelden in de gemeente, waarvoor mensen hun gaven inzetten: catechese, kinderwerk, jeugdwerk, opbouwwerk, missionair werk, kerkblad en ander communicatiewerk, commissies voor speciale diensten, beheerstaken, taken voor de ondersteuning van de erediensten e.d.

Sterke en zwakke punten
We verblijden ons over de grote mate van betrokkenheid van gemeenteleden bij het werk in de gemeente. Vele gaven worden structureel ingezet.
Daardoor groeien gemeenteleden ook in hun verantwoordelijkheid. De gemeente is van ons samen.
Er zijn echter ook zorgpunten. We hebben ontdekt dat voor de inzet van gaven toerusting nodig is. Hier zal nog veel meer aan gedaan moeten worden. Ook is er veel meer communicatie nodig binnen de gemeente, zodat ieder op de hoogte kan zijn van wat er in de gemeente wordt gedaan, waarom het wordt gedaan en door wie. Een ander punt van zorg is of alle gaven wel aan bod komen? In dit kader zijn we bezig met het opzetten van een gavenbank. Aan de andere kant is er de zorg, dat iemands geloof afgemeten gaat worden aan de inzet van iemands (in het oog lopende) gaven.
Bij alles blijft onze grootste zorg dat de gave van liefde in de gemeente tot volle ontplooiing zal komen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief