Kleinkinderen
2003-01-31
Eén van de psalmen waar ik veel van houd, is psalm 90. Ik ben de laatste week van het vorige jaar dus weer flink aan mijn trekken gekomen, wat dat betreft.- Jaargang 47
- nummer 3
Het blijven schitterende zinnen, ook om te zingen: Geslachten gaan… geslachten zullen komen… De woorden geven een gevoel van geborgenheid.
Sommige (aardse)neveneffecten van het ‘opgenomen zijn in rij van geslachten,’ vond ik tot voor kort toch wel eens merkwaardig.
Een tijd geleden ging ik op koffievisite bij een vriendin.
Bij haar huis aangekomen, zette ik mijn fiets neer en keek door het raam.
Binnen zaten ongeveer acht vrouwen van middelbare leeftijd in een kring.
Ze hadden allemaal kaarten in de hand.
Af en toe wisselden ze een kaart met elkaar of gaven er één door. Het leek wel of ze zaten te kwartetten.
Grappig, maar wel een beetje raar.
Ik liep naar binnen. ‘Zo, zijn jullie aan het kwartetten, of is het Zwarte Pieten geworden,’ riep ik.
Geen vraag waar je je populair meemaakt, zag ik aan de blikken die me toe werden geworpen.
‘Margreet… foto’s van de kleinkinderen, ’zei één van de dames een beetje snibbig.’ ‘Oh, sorry… sorry,’ verontschuldigde ik me. ’Het leek van buiten net of jullie een spelletje deden.’ ‘Wacht maar tot je zelf oma bent,’ zei een ander.
Ik ging in de kring zitten en bekeek, om het goed te maken, aandachtig alle foto’s! Tegelijk nam ik me voor om nooit en nooit en nooit foto’s mee te nemen voor algemene bezichtiging.
Later vertelde ik het voorval aan Mies, een andere vriendin. Ze is net zo nuchter als ik.
‘O, kind… dat is normaal,’ zei ze. Als je twee vrouwen met foto’s ziet staan en achter elkaar hoort doorreutelen, zijn het oma’s die informatie uitwisselen over hun kleinkinderen.
‘Kom op zeg,’ zei ik. ’Dat zijn toch uitzonderingen!
‘Uitzonderingen? Legioenen!’ zei ze.
‘Vorige week fietste ik langs de Kooltuintjes naar huis. De weg is daar in het midden nogal smal hé? Vlak voor mij liepen een paar jonge mensen achter een kinderwagen en vanaf de Kanaalkade, kwam een ouder stel. Die twee stopten bij de kinderwagen en bogen zich erover. Oma en opa, dat kon niet missen. Ik stapte van de fiets, want ik kon er niet door en ik vond het wel amusant ook.
‘Ís ie daar dan, grote jongen… is ie daar, oma’s grote knul,’ riep de oudere vrouw. Ze was helemaal in de wolken.
’Kijk eens naar de oma… wie is daar dan?’ Ze gaf haar eigen kinderen geen blik.
Alle aandacht was voor de baby in de kinderwagen. Bijna aandoenlijk.
Enfin… een paar minuten van tuterdetuut en pepperdepep.
Tenslotte wilde ik toch wel weer verder en toen de oma weer begon met: is ie daar dan… is ie daar dan… zei ik: Ja, daar is ie dan en raad eens… hij heeft z’n vader en moeder meegenomen!
Ze had me niet eerder opgemerkt en moest lachen.
Toen ik passeerde zei ze verontschuldigend: ‘Ach mevrouw, het is ook zo’n plaatje!’ Ik keek in de wagen. Enfin, alle kleine kinderen zijn lief… dus ik zei: nou en of, wat een schatje.
Zij helemaal gelukkig.
‘Mies… zouden wij nou net zo… ’?
vroeg ik.
‘Worden? O, vast, ’zei ze.
‘Kan me niet voorstellen’ sputterde ik.
Helaas… Helaas. Berouwvolle bescheidenheid past me.
Ik ben sinds twee maanden oma. En… uiterst gênant… alle clichés over grootmoeders zijn op mij van toepassing.
Ik kan meedoen met het spelletje van fotootje wisselen, want ik heb (wat ik van onze eigen kinderen nooit heb gehad) een foto van mijn kleindochter in mijn tas en als ik mezelf over haar hoor praten, zou ik me haast schamen. Niet helemaal natuurlijk, want ik ben er zeker van dat mijn kleinkind één van de liefste, knapste kinderen van de wereld is.
Psalm 90 heeft voor mij een lading extra gekregen. Een kleinkind dat nu haar plaats in de rij inneemt.
Geslachten gaan… geslachten zullen komen. Wij zijn in Uw ontferming opgenomen.
Dat besef is van een totaal andere orde dan een foto in een tas en gebabbel over mooi, lief enzovoort.
Het is geborgenheid voor het kind van je kind.
Geborgenheid bij God.
Margreet Maljers, Alkmaar