Passie voor Preken
2004-04-30
Passie voor Preken- Jaargang 48
- nummer 9
Soms kom ik iets tegen waarvan ik zelf onrustig word; iets dat me raakt, en dat me bezig blijft houden.
Zoals het verhaal dat ds. Wim Dekker, studiesecretaris van de IZB, hield op een studiedag van de nieuwe beweging Passie voor Preken. In het april-nummer van CV-Koers is het gepubliceerd. Dekker:
Voortdurend bekruipt me het gevoel, dat we in de kerk met de verkeerde dingen bezig zijn. Dat komt niet doordat er in de kerk niet veel goede dingen gebeuren. Het komt zeker niet doordat ik nauwelijks gelovige mensen tegen zou komen. Die kom ik wel tegen en ik denk dat er vooral in het pastoraat en in het kringwerk momenten zijn dat er werkelijk iets gebeurt, dat te maken heeft met het geheim van Woord en Geest.
Het onbehaaglijke gevoel krijg ik meer wanneer ik de kerkelijke discussies gadesla en ook soms wanneer ik 's zondags kerkdiensten meemaak. De discussies gaan werkelijk alle kanten op. Het zijn interne discussies van een club, die niet meer lijkt te weten waarvoor ze is opgericht en waar vandaag de fronten liggen. En als ik kerkdiensten meemaak, denk ik vaak: hier heerst een gemoedelijkheid, die ik in de hele Bijbel niet kan terugvinden.
Steeds weer word ik gegrepen door wat Bonhoeffer zegt in zijn boek Navolging: zou het niet zo zijn, dat wanneer God zelf weer aan het woord kwam in onze kerkelijke verkondiging, er nog heel andere mensen zich tot de kerk zouden wenden?
En ook heel andere mensen zich van haar af zouden keren dan thans het geval is? Te veel wekt de kerk de indruk te bestaan uit groepen religieus geïnteresseerde mensen, die vooral bevestigd willen worden in hun gevoelens en opvattingen.
Maar wanneer in de Bijbel God zelf aan het woord komt, dan gebeurt er allesbehalve dat.
In het Oude Testament gaat het over God, die de enige Heer is, die aanbidding verdient temidden van vele afgoden. In het Nieuwe Testament gaat het over diezelfde God, die nu Jezus tot Heer heeft gemaakt, tegenover wie geen enkele vrijblijvendheid mogelijk is. Dit Heer zijn van God en van Jezus is allereerst Evangelie, blijde boodschap.
Hij is de enige Heer, die ons van de slavernij bevrijdt. Maar om dit Evangelie werkelijk te horen, moeten we wel weten welke machten en afgoden ons vandaag in slavernij houden. Dan moet niet in het algemeen over de zonde gesproken worden. Dan moeten de machten ontmaskerd worden. Wij zijn slaven van wat moet in de naam van veelal anonieme machten, van kinds af aan: de hele consumptie- en vermakelijkheidsindustrie wordt op ons los gelaten. Wij worden afgerekend op onze prestaties en op de vraag of we beantwoorden aan de verwachtingen, die de moderne samenleving van ons heeft.
Het Evangelie is zo'n ongelofelijk bevrijdende boodschap: we zijn het eigendom van de Bevrijder - God. En van Hem hoeft helemaal niets, alleen een leven in wederliefde en dankbaarheid. Dat is de kern van de reformatie: de rechtvaardiging van de goddeloze. Maar over deze kern hoor ik bijzonder weinig spreken, rechts noch links in de kerk. Bij links moet al snel weer heel veel en bij rechts worden de woorden in ere gehouden, maar de zaken worden steeds minder beleefd.
Een kerk die leeft uit dit Evangelie, kan nooit zo gemoedelijk haar plaats innemen in een postmoderne en multireligieuze samenleving als nu het geval lijkt. God heerst temidden van de goden en als Jezus Heer is, kan de wet niet regeren in welke vorm dan ook en kan ook de 'keizer' geen Heer zijn, zoals de eerste christenen al wisten. Maar de postmoderne en multireligieuze samenleving vraagt ons het geloof slechts te beleven in het privé-domein. Ons christelijke geloof mag niet meer zijn dan een subjectieve mening. We mogen het koesteren, maar we mogen niet zeggen dat het de enige ware mening is. Dit is het ergste wat het christelijke geloof kan overkomen.
Want God is de Heer van de gehele aarde en Jezus is aan de rechterhand van God gesteld met de bedoeling, dat alle knie voor Hem zal buigen.
De grote vergissing van het verleden is geweest dat dit vertaald werd in termen van suprematie van het christendom en in wereldlijke macht. Naar die tijd hoeven we niet terug te verlangen. Het gaat om een geestelijke strijd en een geestelijk rijk. Maar in die strijd zal wel de postmoderne overtuiging dat er geen absolute waarheid is, als leugen ontmaskerd worden. In die strijd zal ook de kerk fel protesteren tegen iedere poging Jezus Christus te degraderen tot één van de vele stichters van een religie.
Een aanwijzing dat er iets helemaal mis is met het doorsnee-christendom, is ook dat wij helemaal niet meer begrijpen waarom in de psalmen constant over de vijanden gesproken wordt. Er zijn zelfs verschillende psalmbewerkingen waaruit die passages over de vijanden zijn weggelaten. Schrijnender kan niet duidelijk worden, dat we ons helemaal niet meer bewust zijn aan fronten te staan. Ten diepste begrijpen we dan ook niet meer waarom Jezus werd gekruisigd en waarom het christenleven volgens Jezus altijd zal betekenen ook het kruis te dragen. De op zich juiste leer, dat het kruis van Jezus nodig was voor onze zonden, heeft ons het zicht ontnomen op de directe aanleiding tot Jezus' kruisdood, namelijk dat Zijn woorden en daden felle weerstand opriepen. Die weerstand was niet incidenteel, maar is structureel, dat wil zeggen: die kunnen we altijd opnieuw verwachten, wanneer we in Zijn spoor gaan.
In de oudchristelijke belijdenis 'Jezus is Heer' wordt samengevat wat in alle tijden het unieke bevrijdende Evangelie betekent. Dit zal ook in alle tijden betekenen, dat de vijanden ons op de nek springen.
Wanneer vandaag het Evangelie in zijn bevrijdende kracht steeds minder verstaan wordt en de vijanden lijken te slapen, dan is er iets grondig mis.
M.H.T. Biewenga, Enschede