‘Middelmatige dingen en andere gebruiken’ in Frankrijk
2006-03-31
In de tachtiger jaren vooral brachten we met onze kinderen een aantal zomervakanties door in het Franse land en dus bezochten we ook wel diensten van onze Franse medechristenen. Niet dat we altijd alles konden volgen, want Frans blijft een mooie ,maar nochtans moeilijke taal. Van deze ontmoetingen een paar, nogmaals zeer persoonlijk getinte, ervaringen.- Jaargang 50
- nummer 7
Onze eerste Franse dienst was in een stadje in de Franse Jura. Niet zo ver van de Calvijnstad Genève. Een gemeente, zo vertelde de predikant van zo ongeveer 200 leden. Deze man, van Australische afkomst, maar met een Française getrouwd, begroette zijn gasten zeer uitbundig. Vanwege zijn afkomst sprak hij ook Engels en dat kwam ons goed van pas.
Onbewust gereformeerd
Wat ik me nog herinner uit het gesprek met deze predikant, is dat hij reageerde op een opmerking van mijn kant over wat het moest betekenen om in Frankrijk ‘reformée’ te zijn. Ik meende heel wijs - of eigenwijs - te moeten stellen, dat wanneer mensen in Frankrijk behoren tot een gereformeerde kerk, ze zich dat dan, als minderheid, ook wel heel bewust zouden zijn. Zijn reactie was nogal ontnuchterend: ‘Dan moet ik u teleurstellen. Van mijn eigen gemeente weet driekwart niet meer over hun gereformeerd zijn, dan dat ze niet Rooms-Katholiek zijn! En daar moest ik het dan maar mee doen, en na latere ervaringen kon ik niet anders vaststellen dat hij gelijk had, al verschillen natuurlijk situaties in gemeenten.
Valence
Een jaar later woonden we een dienst bij in een wat grotere stad: Valence. Ook de kerk was groter, het aantal kerkgangers niet. Al leek het op het eerste gezicht een redelijk gevulde kerk. Er was namelijk een doopdienst en vrienden en familie vulden de eerste rijen. Veel heb ik er niet van onthouden, wel de naam van de dopeling.
Het jongetje heette Nicolas en alles draaide dan ook om hem. De dominee prees de dopeling ook uitbundig.
Er werd druk gefilmd en gefotografeerd. Tegelijkertijd kwam er bij mij enige twijfel boven, of al deze ‘supporters’ wel ‘reformée’ waren. Ik had niet de indruk, dat ze kind aan huis waren in de kerk van Valence. Als brave gereformeerden waren we dan ook lichtelijk verbijsterd, toen na de bediening van de doop, het hele gezelschap met Nicolas en zijn ouders, blijkbaar vond, dat het nu wel genoeg was geweest en opstapte. Niet zo discreet mogelijk, maar heel vrolijk en luidruchtig begaf men zich naar de uitgang. Slechts een klein aantal toehoorders, waaronder wij en nog een paar Nederlandse toeristen, achterlatend. Want die kwamen toch ook voor de preek! Ook de predikant verdween na de dienst vrijwel onmiddellijk en ‘koffie na de dienst’ was er ook al niet bij. Al met al duidelijk een reden, om het de volgende zondag ergens anders te zoeken.
Romans
De zondag daarop zaten we in een zeer eenvoudige localiteit bij een kleine protestantse gemeente in Romans.
Het groepje was klein, maar we werden zeer hartelijk verwelkomd en al konden we niet alles volgen, we voelden ons er welkom. Het was ook nu een doopdienst, maar eigenlijk ook weer niet. Binnen deze kleine gemeente waren er mensen, die bezwaren hadden tegen de kinderdoop. Daarom werd hun kind in deze dienst opgedragen. Of je wat hier gebeurde ook tot de ‘middelmatige’ zaken moet rekenen? Het lijkt me niet, maar ik begreep van de voorganger, dat men er in deze kleine gemeenschap voor gekozen had, deze zaak niet op de spits te drijven. En heel eerlijk gezegd voelden we ons toch beter thuis bij dit opdragen aan de Heer, dan bij de ‘show’ rond baby Nicolas een zondag daarvoor. Met begeleiding van een gammel keyboard werd er toch enthousiast gezongen. Bovendien was er ook koffie na de dienst en dus ook gelegenheid nog eens wat na te praten.
Nederlandse kerkdiensten
Nederlandstalige kerkdiensten zijn er natuurlijk ook in Frankrijk - in Parijs uiteraard - maar ook in bepaalde vakantiegebieden. In de Cevennes, waar we in 1984 verbleven, waren er ook dergelijke diensten in Anduze. ’s Morgens kwam de Eglise Réformée de France (ERF) bijeen en ’s avonds was er een dienst voor Nederlandse vakantiegangers uit de wijde omgeving. We gingen er ook naar toe. Als ultragevoelige en denominatiebewuste Nederlandse kerkganger vroeg ik me altijd af wie nu een dergelijke dienst organiseerde. Kortom, waar ging het van uit? Er zijn natuurlijk bepaalde ijkpunten, die je toch kunt hanteren. Zo van: wat zingen ze en ook hoe? De lengte van de preek? Het tenue van de dominee? De gebruikte bijbelvertaling en ga zo maar door. Een lichtvoetig gebeuren was het deze avond niet. De dienst duurde langer dan een campingdienst op locatie, de preek was heel degelijk en zeker geen vlot woordje voor de vakantiegangers. De zangbundel, die we uitgereikt kregen, herkende ik. Deze was van hervormde makelij uit 1938, dus met psalmen en gezangen. Maar de laatste categorie kwam niet aan bod. Zelf kwam ik uit op een niet al te zware ‘bonder’! Als ik in bladen deze diensten zie aangekondigd, ontkom ik niet aan de indruk, dat deze diensten worden georganiseerd door een aantal gelijkgezinde Nederlandse dominees, die dan ook in deze streek vakantie houden. Het volgende jaar zie je dan soms weer dezelfde namen, dus zijn ze min of meer verplicht elk jaar naar dezelfde omgeving af te reizen, denk je dan.
Uitstapje
Vanuit ons vakantieoptrekje in de Franse Jura reden we ook eens op een zondag naar het Zwitserse Interlaken.
Dat moet je toch een keer meemaken, kregen we al eens te horen. En we gingen. Uren rijden, maar we hadden de tijd. De dienst in de Stadtkirche begon pas om zes uur! Een propvolle kerk met Nederlanders, die het in eigen dorp of stad meestal niet in hun hoofd zouden halen elkaars diensten bij te wonen. Lichte en zware hervormden, evangelischen, binnen- en buitenverbanders, baptisten en vrije baptisten en ga zo maar door. De rondom de kerk wonende Zwitsers spraken van het Holland Festival en ergerden zich ook wel aan al die soms wat vreemd geparkeerde auto’s met het NL-kenteken. De voorganger was een zekere ds. Remeyn, met een preek, die ik niet snel zal vergeten. Hij bleek confessioneel hervormd te zijn. We zongen derhalve psalmen én gezangen. Een ware oecomenische happening, ver van huis.
Gevechtsklaar?
Tenslotte nog een herinnering aan een dienst in een ERF-kerk ergens in de Vogezen. Een niet zo’n inspirerend gebeuren op die zondagmorgen, ergens in de zomer van 1988 of 1989. Het was in de zomervakantie en dat had ook zijn gevolgen voor de ‘bemensing’ van de dienst in de plaatselijke kerk. Erg druk was het niet die morgen. De predikant was kennelijk ook met vakantie en werd vervangen door een ouderling, die - had ik de indruk - een preek of meditatie zou lezen. Het zal het laatste wel geweest zijn, want het duurde niet zo lang en ik had de indruk dat ze - het was een vrouwelijke ouderling - er niet altijd even goed uitkwam. Wat ik me nog goed herinner, dat ze zich voortdurend excuseerde en dan weer probeerde de draad op te pakken. Ook de organist schitterde deze morgen. Niet door zijn spel, maar door zijn afwezigheid. Een vervanger was gevonden, maar erg veel orgellessen kon hij moeilijk gehad hebben. Moeizaam vond hij, zoekend en tastend, zijn weg tussen en over de witte en zwarte toetsen. Maar ook hij deed zijn best. Aan het eind werden we gevraagd staande het slotlied te zingen. De eerste regel luidde: ‘Nous sommes prêts pour la bataille’ !! Natuurlijk, je kan ook in de kerk, al zingende boven jezelf uitstijgen, zelfs al de schare maar klein is. Maar op die zondagmorgen, denkend aan het voorbeeld van Jezus uit Lucas 14, had ik toch meer de gedachte de strijd niet al te lichtvaardig aan te gaan, maar liever naar een vergelijk te streven. Zo van, nu (nog) maar even niet.